Onrust over de prof. chr. pers
De meeste lezers weten wel uit berichten in diverse bladen, dat er zich twee nieuwe verenigingen hebben gemeld, die beide verontrust zijn over de ontwikkeling van de prot. chr. pers en dat beide pogingen aanwenden om tot een meer principiëel dagblad te komen.
De beide verenigingen kunnen niet samen in zee gaan, omdat ze op bepaalde punten niet tot overeenstemming konden komen. Deze punten zijn o.a. art. 36 van de N.G.B., het gebruik van de Statenvertaling, het al of niet verslaan van radio-en t.v.-programma's en sportberichten.
Ds. G. Boer, de voorzitter van de Ger. Bond in de Herv. Kerk, heeft in „De Waarheidsvriend" n.a.v. de verontrusting over de voorlichting in de prot. chr. pers en event. het oprichten van een nieuw dagblad of bladen, de vinger gelegd bij een ander, z.i. brandender, probleem, n.1. de verscheurdheid en onenigheid in de gereformeerde gezindte.
Nood en schuld.
Hij schrijft o.a.:
„Het was beter, wanneer de gereformeerde gezindte eens in retraite ging en zich voor God verootmoedigde over de cnheilsvolle breuken, die er in de gemeente van de Heere Jezus Christus geslagen zijn. Daar zit een stuk nood en schuld van de eerste orde, waar men van allerlei zijden voortdurend overheen spreekt.
Ootmoed.
Betekent dit dan dat men op allerlei gebied niet de handen ineen moet slaan? Ongetwijfeld! Maar in ootmoed en in verbrijzeling, dat men zover van elkander geraakt is en zo van elkander vervreemd is, dat men elkanders argumenten nauwelijks hoort'.
Art. 36.
Wanneer b.v. een beroep op art. 36 van de Ned. Gel. Belijdenis wordt gedaan, dan mag ik als eerste opmerking plaatsen, dat ik dit artikel van harte geloof en belijd, onverkort zoals het er staat.
De kerk.
Maar - en dat is de tweede opmerking, ik geloof dit artikel met hetzelfde geloof, als waarmede ik de artikelen over de kerk en haar ambten geloof. Die kerk is één, heilig, algemeen of katholiek en christelijk.
De geloofsbelijdenis is het bezit van die ene kerk. Het gaat niet aan, dat wij, nadat wij deze kerk eerst in stukken gescheurd hebben, er dan met een al of niet verkort artikel 36 vandoor gaan, alsof er met de rest van de Ned. Gel. Belijdenis niets aan de hand is.
De praktijk.
Art. 36 is een geloofsbelijdenis, waarvan de concretisering ons handenvol werk zou geven. Dan dienen wij dit artikel te laten staan in de context (samenhang) van de gehele geloofsbelijdenis en de klachten over de al of niet verminking van dit artikel gepaard te doen gaan met een zee van tranen over de verschrikkelijke schuld, die op ons allen rust in het stuk van de kerk. Dat nodigt ons uit tot bescheidenheid.
In de derde plaats is de praktische realisering van dit artikel in onze situatie minder mogelijk dan ooit. Dat doet uiteraard niets af van het geloofsgehalte van dit artikel, maar noopt in de praktijk voorshands tot een totaal andere instelling, n.1. de voorbereiding op een situatie van ontkerstening van ons volk, die ongekend is in de geschiedenis.
Wij moeten ermee rekenen, dat wij als kerk hoe langer hoe meer een verdwijnende minderheid worden. Dat geeft met het belijden van art. 36 als een artikel van de geloofsbelijdenis een totaal andere instelling dan uit menige redenering blijkt. Art. 36 kan ons eigen bloed kosten, zoals dat ook met de opsteller het geval was. Die mogelijkheid is dichterbij dan wij denken.
Reveil.
Menigeen ziet uit naar een reveil, een opwekking. Wij mogen er om bidden en er naar haken. Een reveil komt van boven en begint in het hart. Van daaruit grijpt het alle levensverbanden aan.
Het smart mij te moeten schrijven, dat de start van deze beide verenigingen voor mijn besef - hoe legitiem (wettig) de drijfveren ook zijn - weinig van zulk een reveil vertonen. Een geprikkelde sfeer, waarin icoorden vallen als extremisten (doordrijvers) en neo-calvinisten, is weinig belovend."
In het geciteerde gedeelte worden enkele belangwekkende zaken aan de orde gesteld, die m.i. het doorgeven, het doorlezen en het doordenken waard zijn. Op de „verontruste" dagbladverenigingen hopen we latei terug te komen.
BLADVULLING
Jonge mensen weten niet dat ervaring hetzelfde is als een nederlaag en dat je eerst alles moet verliezen vóór je een heel klein beetje weet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1969
Daniel | 16 Pagina's