JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

met wie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

met wie?

8 minuten leestijd

Een meisje zegt: „Ik wil zomaar eens proberen op te schrijven hoe ik erover denk. Het is moeilijk om precies te zeggen wat wel en wat niet mag. Maar toch moet je een grens trekken die je niet mag overschrijden. Ik vind het zo belangrijk dat je het met elkaar hierover eens bent; dat je in dit opzicht dezelfde mening hebt. Als je veel van elkaar houdt, wil je je helemaal aan elkaar geven. Maar ik geloof dat het juist een bewijs is dat je van elkaar houdt, als je de grenzen weet te bewaren. Paulus zegt dat de liefde de naaste geen kwaad doet. Dus je moet niet alleen aan jezelf denken, maar ook aan de ander.

Tegenwoordig draait alles om sex. Lees maar eens een moderne roman. Als je nog nooit iets met een jongen of een meisje beleefd hebt, word je voor belachelijk ouderwets uitgemaakt. Bijna iedereen vindt het gewoon dat je als jongen en meisje met elkaar leeft alsof je al getrouwd bent. Maar zou het niet veel belangrijker zijn dat je elkaar in geestelijk opzicht beter leert kennen dan dat je van alles op sexueel gebied gaat proberen? Dus dat je probeert om een fijn gesprek te krijgen en eikaars idealen en gevoelens te ontdekken? "

Dezelfde gedachte leeft bij een ander meisje. „Mijn eerste vriend leerde ik op straat kennen. Ik was toen nog erg jong en het liep op niets uit, omdat ik met hem niet kon praten over kerk, zending, jeugdwerk enz. Toch was hij van onze kerk. Mijn tweede vriend leerde ik op een zendingsdag kennen in de kerk. Tussen de diensten hebben we veel samen gepraat. We kunnen het goed met elkaar vinden en over onze problemen praten".

Wat zoek ik in de ander?

Hiermee zitten we midden in het probleem. Het laatste meisje heeft twee keer een vriend gehad: allebei behoorden ze tot dezelfde gemeente. Maar we zijn er niet mee klaar als we een jongen of meisje van onze ei^en kerk hebben.

De eerste vraag is „wie is die ander als méns? " Wat zoek ik in de ander en wat ziet de ander in mij?

Als twee mensen elkaar ontmoeten, is het eerste wat beiden van de ander zien de uiterlijke verschijning. Ook bij een jongen en een meisje. De ander kan voor mij lichamelijk aantrekkelijk zijn. Zo iemand kan soms ineens komen opdagen. Dan kan ik tot over mijn oren verliefd zijn. Ik hoor of zie niets en niemand meer dan. alleen die ander, die al direct zo'n geweldige aantrekkingskracht had. Zo'n verliefdheid kan echter ook wat langere tijd nodig hebben om te ontstaan. Ik ben dan niet ineens ondersteboven, maar bij iedere ontmoeting ontdek ik weer iets nieuws dat me helemaal warm maakt van binnen. Hoewel hier meer van een zekere groei sprake is, is dit toch ook verliefdheid. Iedere tiener vormt zich wel een beeld van de ideale jongen of het meisje om later mee te trouwen. En bijna iedere liefde begint ook met zo'n soort verliefdheid.

Maar een mens is méér dan alleen een uiterlijke verschijning. De opvoeding zet op iedereen een stempel en mede daardoor groeit hij uit tot deze bepaalde, unieke persoonlijkheid. Ieder mens heeft zijn eigen gevoelens, ervaringen, problemen, meningen, belangstelling enz. Dat maakt juist dat ik met de een zo fijn kan praten, terwijl ik met de ander nooit tot een openhartig gesprek kan komen. Bij de een vind ik belangstelling en begrip voor mijn leven, terwijl de ander schouderophalend in zijn eigen gedachtenwereld verder borduurt. Kortom, belangstelling hebben voor het leven van de ander, begrip kunnen opbrengen voor eikaars vragen en problemen, het samen kunnen praten, eikaars reakties begrijpen en eventueel kunnen opvangen, daar gaat het om.

Belangrijk?

Is dat nu allemaal wel zo belangrijk? Mag ik me het leven eigenlijk niet als volgt voorstellen: we vinden elkaar leuk om te zien. Ik vind het fijn om met die ander voor de dag te komen. Onze toekomst ziet er goed uit. We sparen tot we kunnen trouwen. In het huwelijk heeft ieder zijn eigen terrein: de man doet zijn werk en de vrouw zorgt dat het in huis gezellig is. Dan gaat het toch goed?

Laten we eens om ons heen kijken. Ieder in zijn eigen omgeving. Wat zien we dan? Soms al direct aan de buitenkant, soms als

we de mensen wat beter leren kennen. Tegenslag, verdriet, ziekte, lichamelijk of geestelijk ongelukkige kinderen, moeilijke kinderen die hun ouders veel zorgen geven, het verliezen van een kind, kinderloosheid enz. Allemaal dingen waar we voor het huwelijk misschien helemaal niet aan denken. En toch komt het zo ontzettend veel voor. Redden we het dan met elkaar alleen maar aantrekkelijk te vinden? Nee! Dan gaat het juist om het elkaar aanvoelen, begrijpen, helpen, samen praten en samen naar een oplossing zoeken voor de moeilijkheden. Maar veel situaties zijn niet op te lossen. Alleen maar te aanvaarden. Geen doffe berusting, als een soort noodlot dat over ons komt. Maar het samen weten dat de Heere ons leven zo leidt en dat we alles in het gebed voor Hem mogen neerleggen. Het samen beleven van vreugde, b.v. het huwelijk, de kinderzegen. En weten dat deze vreugden gaven van God zijn. Die wetenschap geeft richting aan onze dankbaarheid. Een vorm van dankbaarheid, die ook door beiden geuit wordt in het gebed. Het samen dragen van verdriet of tegenslag; door twee mensen die weten dat de Heere met alles Zijn bedoeling heeft. Daar komt het in het leven op aan!

Van de kerk?

Moet je dus een jongen of meisje van je eigen kerk hebben om echt gelukkig te kunnen worden? Ik zou daar dit op willen antwoorden: Het is van zéér groot belang dat je dezelfde godsdienstige opvoeding hebt gekregen èn, in overeenstemming daarmee, hetzelfde zoekt in je leven! We hebben immers gezien hoe belangrijk het is dat onze mening en overtuiging in grote lijnen met eikaar overeenkomen om het leven werkelijk samen aan te kunnen.

Maar als ik een jongen of meisje uit mijn eigen kerkelijk milieu heb, is dat nog geen garantie dat we samen tot een goed huwelijk kunnen komen. De ander kan alleen uit gewoonte of onder dwang van de ouders naar de kerk en misschien ook naar de vereniging gaan. Het gaat er niet in de eerste plaats om wat de ander uiterlijk doet, maar wat er van binnen leeft.

Concludeer hieruit niet dat het alleen maar belangrijk is dat je met elkaar kunt praten, dat je belangstelling in veel opzichten overeenkomt en dat je elkaar begrijpt. De lichamelijke aantrekkelijkheid is zeker ook van belang. Maar wat is nu het grappige en ook het mooie? De ander hoeft op het eerste gezicht voor mij helemaal niet zo aantrekkelijk te zijn. Maar naarmate we elkaar beter leren kennen en begrijpen, ontdfékken we steeds meer aan elkaar dat ons boeit en ons voor elkaar aantrekkelijk maakt. Oók lichamelijk. En dan kan het zelfs zo zijn dat de ander in feite helemaal niet knap is, maar in mijn ogen wel, omdat ik van de ander als mens, als totaliteit, ontzettend veel ga houden. Maar dat vraagt tijd. Een mens heeft zoveel verschillende kanten dat een langere kennismakingstijd. nodig is om te weten wie die ander nu werkelijk is en of we bij elkaar passen, of we mogen verwachten dat we in de hoofdzaken één kunnen zijn. Niet alleen lichamelijk. Ook geestelijk. Ook in onze gesprekken. Ook in onze belangstelling. Ook in het kiezen van onze vrienden. Ook in het besteden van onze vrije tijd. Ook in onze kerkgang. Ik zoek iemand met wie ik samen in alle opzichten mijn leven kan en wil delen. Maar om een levenspartner, die bij mij past, te kunnen vinden, moet ik eerst zelf tot een zekere persoonlijkheid zijn uitgegroeid; moet ik eerst toch ook een klein beetje weten wie ik zelf ben en óók wie de ander is. Zo tussen de vijftien en twintig jaar kan ik me zo ontzettend eenzaam voelen. Ik heb het. idee dat m'n ouders niets meer van me begrijpen. De afstand tussen hen en mij wordt als het ware steeds groter. Voor velen is dit ook de periode om er een dagboek op na te houden. Daaraan worden in die eenzaamheidsgevoelens de hartsgeheimen toevertrouwd. Maar daarnaast blijft het verlangen naar iemand, die me begrijpt; die werkelijk belangstelling voor me heeft. Juist dan kunnen we zo verlangen naar een vriend of een meisje. Maar wees voorzichtig. Hel kontakt met leeftijdgenoten is goed en nodig: de vriendschappelijke omgang. Maar loop niet te hard van stapel. De goede uitzonderingen niet te na gesproken willen we toch zeggen dat het niet goed is je zo vroeg aan een ander te bincten. Maar wat is vroeg?

Bleulandweg 298, Gouda.

„Geleerden hebben er op gewezen, dat men in de tijd der Reformatie in de Roomse kerk niet meer wist wat zonde is. Welnu dat zou. ik van onze tijd ook willen zeggen; en dat gaat meer en meer het gehele geloofsleven beheersen: men weet in wereld en kerk niet meer wat zonde is; men beleeft in z'n geloofsleven het zondaar-zijn voor God niet meer in z'n volle ernst en diepte en rampzaligheid. En het gevolg is dan ook, dat men niet meer weet, alleen van Gods genade in Christus te leven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1969

Daniel | 16 Pagina's

met wie?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1969

Daniel | 16 Pagina's