Hef Woord gaaf voort (13)
ongeloof is ongehoorzaamheid
Spreken in de Heere.
De apostelen hebben Antiochië na veel rumoer verlaten. In dit artikel zullen we ons bezig houden met twee plaatsen, waar zij vervolgens het Woord prediken: kcnium en Lystre (Handelingen 14 : 1-20). Eerst Ikonium. Het plaatsje ligt zo'n 80 kilometer ten oosten van Antiochië, meer het binnenland in, een dag of twee drie lopen dus. Wéér gaan ze daar naar de synagoge der Joden, wéér spreken ze het Woord Gods.
En oen grote menigte gelooft! Beiden Joden en Grieken. Maar tegelijkertijd laait naast het Geestesvuur weer die satanische haard van verzet op, aangestoken door diegenen onder de Joden, die „ongehoorzaam." zijn. Ongehoorzaam! Let wel: ongeloof is ongehoorzaamheid. Ongeloof is niet iets zieligs, waar je eigenlijk niets aan kunt verhelpen, neen, ongeloof is ongehoorzaamheid, zegt de Bijbel. Ongehoorzaamheid aan het Woord Gods. Ongelooi' wil zeggen: „neen!" roepen tegen een gaarne genadig God, het bloed van het Nieuwe Testament onrein achten, versmaden. Hoe is het? Zijn wij Gods Woord gehoorzaam? Ik bedoel niet: trachten wij al Zijn geboden stipt te vervullen, maar: gehoorzamen wij, als Hij gebiedt een streep te zetten door alles wat van onszelf is, en voortaan alleen maar te willen wat Hij wil? Denk erom: ongehoorzaamheid is ongeloof! En ongeloof is de grootste zonde. Maar het is nog niet de zonde tegen de Heilige Geest. Er is nog redding mogelijk. Tenzij wij in onze ongehoorzaamheid volharden!
De omstandigheden worden voor de apostelen in Ikonium steeds benauwder. Er ontstaat een verbittering tegen het Evangelie, die hen het werken haast onmogelijk maakt. Toch verkeren zij aldaar een lange tijd, lezen we. Ze spreken vrijmoedig in de Heere hun vrijmoedigheid is geen brutaliteit. Zij ontlenen hun vrijmoedigheid niet aan eigen durf. Een apostel is echt geen held. Hij heeft net zo'n klein hartje als elk ander mens, als jij en ik. Maar in de Heere ! Dan verandert alles. Dan is het Zijn Geest, Die ons kan vervullen. We hebben dan alles voor de Heere veil, onze naam, die ons anders zo dierbaar is, ja, ons leven. Als we maar weten dat we niet a 1-1 e o n staan, maar dat Hij met Zijn gunst bij ons is, dan gebeuren er terstond wonderen. Ons hart stroomt vol van de onuitsprekelijke liefde van Christus, ons oog ziet niemand dan Jezus alleen. Dan breekt onze mond open, om te vertellen wie God is voor een zondaar. O, wat een kracht ligt er dan in onze woorden het kan gebeuren dat we dezelfde woorden spreken, die we al meer gesproken hebben, maar die toen niets deden, omdat we niet spraken in de Heere. Maar als we in de Heere spreken, dan mogen we vrijmoedig zijn. Dan geeft de Heere ook Zelf getuigenis aan het Woord Zijner genade. Zie maar hier in Ikonium. Tekenen en wonderen geschieden. Je hoort zovaak vragen: waarom gebeurt dat nu niet meer? Er zijn heel wat antwoorden mogelijk. Laten we niet trachten, onszelf te redden door te zeggen: o, dat was een privilege voor de eerste tijd nu we het Woord Gods hebben, zijn die wonderen overbodig. In deze redenering zit een kern van waarheid, accoord.
Maar wat trachten we vaak, zo sprekend, de schraalheid van ons „geloofsleven", de armetierigheid van ons getuigend spreken goed te praten! Neen, ook hierin moeten we ons bekeren tot het Woord Gods. Dat er zoveel dorheid en doodsheid is, en zo weinig „tekenen en wonderen" gezien worden, daaraan ligt. de schuld echt niet bij de Heere. Wat staat er ook weer geschreven? Hij heeft in Nazareth niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof. (Matth. 13 : 53).
Toeschouwers mentaliteit.
Er ontstaat tweespalt in de stad Ikonium. Sommigen zijn met de Joden, anderen met de apostelen. Omwille van Christus ontstaat tweedracht. Is het je wel eens opgevallen, hoe radicaal de reactie van de Joden en heidenen altijd was op de woorden der apostelen? Het is één van tweeën: ci men nam het Evangelie gaarne aan, en geloofde in Christus, öf men keerde zich vijandig af. De grote ellende van onze tijd is, dat velen menen, dat er een derde mogelijkheid is: die van de toeschouwer.
Dat is ook wel te verklaren. In Paulus' dagen was de boodschap van Christus nog nieuw en onverwacht, in elk geval volkomen verrassend. Maar wij zijn van jongsaf „vertrouwd" met het Evangelie, horen het nieuwe en wonderschone niet meer, en worden belangstellend of, erger nog, onverschillig toeschouwer. Zondag aan zondag, jaar in jaar uit, horen wij dat God geen lust heeft in onze dood, dat Hij alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn enig Kind, het liefste wat Hij had, voor zondaren de dood deed ingaan en het laat ons alles zo bitter, bitterkoud. Wee u, Kapernaüm, wee u, Bethsaïda
Tenslotte wordt het verzet tegen de apostelen zó groot, dat het levensgevaarlijk voor hen zou zijn, nog langer in Ikonium te blijven. Zij vluchten, niet uit lafheid, maar volgens het woord van Christus (Matth. 10 : 23).
Maar het zaad is gestrooid, en de apostelen zijn er zeker van, dat een deel in goede aarde is gevallen. Dit is het zaad dat niet meer sterft in der eeuwigheid.
Zo'n dertig kilometer ten Zuiden van Ikonium ligt het stadje Lystre. Daar verkondigen zij weer het Evangelie. Daar ook gebeuren drie zéér schokkende dingen! De eerste schokkende gebeurtenis vindt plaats op het marktplein van het stadje, waar sinds jaar en dag in Lystre een arme stumper zit, die heel zijn leven lang niet heeft kunnen lopen. Hij is kreupel, en daardoor gedoemd tot de bedelstaf.
Ach, de mensen zien hem al niet eens meer. Hij zit er al zo lang, hij hóórt er gewoon. Hij zou alleen zijn opgevallen als hij er eens een keer niet was. De ellende om ons heen kan zó lang duren, dat we er tenslotte aan gaan wennen. Paulus heeft de stakker echter terstond in het oog. Al predikende laat hij zijn blik over de verzamelde menigte gaan. Hij leest in hun ogen, of zijn woorden weerklank vinden.
De ogen, ze zijn toch de spiegel der ziel Hij ziet verbaasde ogen, nadenkende ogen. Andere ogen drukken twijfel of aarzeling uit, weer anderen staren hem spotlachend en onbeschaamd aan.
Weer andere ogon verraden, dat zij voor heel andere dingen aandacht hebben. Maar daar ! Twee radeloze ogen, om hulp smekend. Daar is een ellendige, arme stumper, die twijfelt aan d.e zin van zijn leven, aan het bestaan van God, maar die nu woorden hoort, die hij nog nooit gehoord heeft. Zou die God, Die door deze vreemde man wordt gepredikt, óók machtig zijn hem te verlossen van zijn ziekte? Ach, wij vinden het misschien een vals motief. Ik zou misschien gezegd hebben: Beste man, je wilt nu wel van je kreupelheid af, maar zeg eens: il je óók van je zonden af? ' Maar Paulus zegt niets van dien aard. Hij ziet alleen maar die twee smekende ogen. In die ogen gloort langzaamaan echter óók de zekerheid dat de door Paulus verkondigde God machtig is te verlossen! Dan ziet Paulus de kreupele strak aan („de ogen op hem houdende"). Er valt een stilte, een pauze in zijn prediking. De menigte houdt de adem in: r gaat iets gebeuren! Dan roept de apostel met een daverende stem: Sta recht op uw voeten!" En Gods belofte wordt heerlijk vervuld (Jesaja 35 : 6): Alsdan zal de kreupele springen als een hert!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1969
Daniel | 16 Pagina's