JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kontakt !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kontakt !

8 minuten leestijd

De moderne jeugd

Er is niets nieuws onder de zon. Het is niet iets van vandaag, dat de jongere generatie meent dat ze niet begrepen wordt, dat ze alleen staat. Dat is altijd al zo geweest. En altijd heeft de jeugd de eigenschap vertoond te denken het beter te weten. Altijd zijn er meningsverschillen geweest tusen oud en jong. Kenmerkend voor deze tijd is echter dat nü de ouderen het vaak niet meer weten. Ze zijn onzeker en weten niet meer wat ze moeten verbieden en wat er nog mee door kan. In hun onzekerheid hebben vele ouderen maar één angst: voor ouderwets te worden versleten. En in plaats van leiding te geven dingen ze naar de gunst van jongeren. Ze willen „in" zijn. We mogen niet generaliseren natuurlijk. Wellicht (en hopelijk!) herken je hierin niet je eigen ouders (respectievelijk jezelf). We geloven ook niet dat hier het beeld getekend wordt van de ouders van onze jeugd. Maar wel van vaders en moeders uit onze tijd. Want heel wat ouders vertonen dit beeld van onzekerheid. Eerst hebben ze een of twee wereldoorlogen meegemaakt en daarna een ongekende welvaart. Beide uitersten kunnen ze niet verwerken. De oorlogen kunnen angst of ongelovigheid opgeroepen hebben. De hoogconjunctuur kan tot materialisme en nihilisme leiden. Veel ouders zijn hun roer kwijt en weten niet wat ze hun kinderen moeten meegeven. Vaak leven ze in reaktie: ellende en armoe moeten hun kinderen bespaard blijven. Ze willen hen zoveel mogelijk laten genieten. En zelf zijn ze daar ook op uit. Een honger naar genot en bezit, die niet te stillen is. En, een honger die tijd vraagt. Die tijd

en liefde opslokt. Ouders zijn dikwijls zó druk bezet met hun eigen leventje, dat ze geen tijd voor hun kinderen hebben. Dit tijdgebrek knaagt aan de liefde en het kontakt met hun kinderen. Het knaagt soms ook aan henzelf en dan willen ze — om het goed te maken — de kinderen alles geven wat, naar zij menen, hun hartje begeert: veel zakgeld, een bromfiets, mooie kleren, een dure vakantie. Alle hindernissen worden uit de weg geruimd tot grote ontevredenheid van de jeugd, hoe gek dit ook mag klinken. In Parijs werden eens vier jongens wegens diefstal verhoord. Tot grote verbazing van de rechter hadden ze alle vier rijke ouders. Toen hij vroeg waarom ze dit toch gedaan hadden, zeiden ze woordelijk: „We hebben alles wat we nodig hebben en krijgen alles wat we wensen. We wilden eindelijk zelf eens onze krachten beproeven en hebben ons daarom in gevaar begeven". De moderne jeugd weet geen raad met zichzelf; krijgt alles behalve werkelijke liefde en aandacht. Maar ze willen opvallen. En dat lukt hen wondergced. Krant, tijdschrift, radio en televisie heben alle aandacht voor hen. Zó zelfs dat het lijkt alsof er geen andere jeugd meer bestaat. Af en toe voel je misschien de neiging in je opkomen ook zo te gaan doen, want anders tel je niet mee. Maar deze jeugd is diep en diep eenzaam. Ze snakt naar leiding. Leiding, maar van wie? Hun ouders laten hen in de steek. Dan probeer je het met je vriendjes uit te zoeken. Dat betekent dan meestal de toevlucht tot de fantasiewereld: de film. En als dat gaat vervelen lokt de droomwereld: verdovende middelen. Ligt de fout bij deze jeugd? Of bij hun ouders?

Rijkdom en welvaart heeft de mens in z'n greep; alles wordt vermaterialiseerd, ook de liefde. Ze is te zien en te beleven voor geld en het geld is er; de gevolgen van die „liefdesbeleving" zijn weer af te kopen, want voor kinderen-krijgen hoef je niet bang te zijn; de mens raakt steeds meer naar buiten gericht en wordt innerlijk uitgehold. Alles is gericht op sex: kleding, geldbesteding, vrije tijd, film, televisie, vakantie, samen-zijn.

Puber - eigen benen

De puber wil geen gezag! De puber is eigenwijs! De puber is tegen de draad in! De puber is onevenwichtig! Over wie heeft men het eigenlijk? Over die jongen en dat meisje, die wel lichamelijk, maar nog niet geestelijk volwassen zijn. Door de medische verzorging, de goede huisvesting en de voeding zijn jongens en meisjes in een maatschappij van welvaart eerder lichamelijk rijp. Ze zijn clan geen kind meer. Maar anderzijds wordt de struktuu.r van onze samenleving steeds ingewikkelder, wat de geestelijke en maatschappelijke volwassenheid vertraagt. Ze zijn daarom ook nog geen volwassenen. Te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken! Dat is de puberteit. Een cultuurverschijnsel. Een periode van spanningen. Als jongen en meisje weten we dikwijls geen raad rnet de spanningen van ons volwassen lichaam. En naar buiten staan we tegenover een verwarrende hoeveelheid, levensbeschouwingen, normen en waarden.

In de kerk horen we wie de mens is en wie God voor hem wil zijn. Maar daarbuiten vertoont zich in de wereld van volwassenen en leeftijdgenoten een heel ander beeld. Het beeld van de moderne mens. We zoeken houvast, maar de omgeving brengt ons steeds meer in verwarring. We willen tot een eigen overtuiging komen, zonder onze ouders. We willen op eigen benen staan. Maar v/e kunnen hen niet missen. Daarom kunnen we ook zo wisselend zijn in onze houding tegenover hen: het ene moment willen we het allemaal zelf oplossen, waardoor we hen soms botweg van ons kunnen afstoten. Het volgende moment hebben we hier spijt van en voelen we ons nog zo van hen afhankelijk. Temeer daar onze ouders toch altijd een vast punt in hun leven kunnen hebben: de Bijbel. Maar we zien ook scherp hun fouten en vergeten dan wel eens dat zij ook zondige mensen zijn. Bovendien komen we op school, in ons werk en in onze vrije tijd met zoveel anderen in aanraking. Als we d.an voor onze overtuiging uitkomen, kunnen we het zo moeilijk hebben. Dan staat helemaal niet zo vast wat wel en niet mag. Zelfs bij mensen die zich ook op de Bijbel beroepen. Ook op sexueel gebied. Het kan zelfs zijn dat onze ouders hierover nooit gesproken hebben. Dat is niet goed. Maar we moeten het wel kunnen begrijpen. Zelf hebben ze het hierover ook nooit met hun ouders gehad. Maar het maakt het voor ons wel moeilijker om hierover dan met hen te praten. Trouwens, we merken toch dikwijls dat we met onze vragen niet meer naar onze ouders gaan. Is dat altijd verkeerd? Het moet voor hen wel pijnlijk zijn en beide partijen kunnen verlangen naar een openhartig gesprek. Maar wie is de eerste? Anderzijds willen we — soms onbewust — juist niet met onze ouders praten. Dat is niet obnormaal. Het hoort bij het volwas-

sen-worden. We gaan afstand nemen van onze ouders, wat niet in strijd hoeft te zijn met de liefde voor hen. We willen soms liever met anderen praten, ouderen en jongeren. Dan ervaren de ouders dat opvoeden in feite loslaten betekent. Vertrouwend loslaten. Gelukkig clie ouders die kunnen vertrouwen op God. Maar ook vertrouwen in de wereld, waarin het kind verder z.jn weg gaat. En kan dat?

Met elkaar

Als ze zien hoe de moderne jeugd is, zullen ze ons nooit durven laten gaan. En toch moet het. Het is de natuurlijke weg. We kunnen niet altijd in het gezin blijven. De overgang van gezin naar maatschappij mag ook niet te abrupt zijn. Dan slaan we over cle kop. We willen praten met jongelui van onze eigen leeftijd. Denken die ook over dezelfde dingen als ik? Hebben die ook het verlangen naar een vriend of een meisje? En hoe denken die over de omgang en over nog zoveel andere dingen? Wat vinden ze van de kerk en van belijdenis doen? Lezen ze zelf uit de Bijbel? En wat zegt hen dat dan? We hebben dat kontakt ook nodig. Juist in de omgang met leeftijdgenoten leren we onszelf beter kennen. Ik ga mezelf vergelijken met anderen. Ik ontdek bij mezelf eigenschappen die ik nooit vermoed had. Zowel kwade als goede. Ik ervaar hoe de anderen mij waarderen en merk wat m'n zwakke kanten zijn. Maar ook wat ze prettig in me vinden. Dat versterkt m'n zelfvertrouwen. En dan is het fijn met jongelui te praten, die eenzelfde opvoeding hebben gehad als ik. En die dus ook dikwijls met dezelfde vragen zitten. Je kunt uren bomen op de vereniging of een kamp.

Mogen onze ouders of anderen ons dit kontakt onthouden? Nee! Ze zouden ons misschien graag veilig bij zich houden, maar dat kan niet. dat mag ook niet. We moeten het leven door, ook zonder hun directe steun. Dat vraagt deze tijd van iedere jongen en ieder meisje. We hebben er daarom ook recht op. Het zou verkeerde liefde, eigenliefde, zijn, als onze ouders dit niet kunnen. En dan hebben we als het ware een soort tussenstation nodig: de tijd dat we met diè jeugd omgaan, die ook door hun ouders gewezen zijn op de betekenis en waarde van Gods Woord. Wat dat kompas in déze tijd kan en moet betekenen, daar praten we over. Mede op deze manier kunnen we ons als mensen van nu wapenen tegen een wereld die God niet erkent. En zo kan ik misschien ook een partner vinden, die voor het hele leven bij me past en die dezelfde levensovertuiging heeft als ik: een heel belangrijke voorwaarde voor een goed huwelijk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1969

Daniel | 16 Pagina's

Kontakt !

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1969

Daniel | 16 Pagina's