Eenheid als gave en opgave
In januari wordt elk jaar de internationale bid-week voor de eenhoud gehouden. Het lijkt ons goed om samen over de eenheid van christenen en kerken na te denken, aan de hand van enkele gedeelten uit een artikel, onder bovengenoemde titel, van ds. Hegger in „In de Rechte Straat." (jan. '69).
Opdat ze allen één zijn (Joh. 17 : 20-23).
Overal waar kinderen Gods elkaar ontmoeten, kunnen zij genieten van de wonderlijke eenheid, waarover gesproken wordt in het zojuist genoemde bijbelgedeelte.
(Lees je het even na? ).
Er is dus een innerlijke eenheid van alle kinderen Gods, die daarin bestaat, dat zij elkander herkennen in de levende Heere, die in hen woont, door de Heilige Geest. Dan is er sprake van een ware gemeenschap der heiligen.
Deze innerlijke eenheid is er reeds, want zij is een gave van Christus.
Eenheid als opgave.
„De uiterlijke eenheid van alle kinderen Gods is niet een gave maar een opgave, een opdracht, van Christus. Wij zijn geroepen om ook uiterlijk te tonen wat we innerlijk zijn. Wij zijn n.1. niet losse, naast elkaar staande verloste individuen, maar wij zijn verlost als een levende eenheid, het Lichaam van Christus. Berusting in onze uiterlijke eenheid is dan ook zondig. Maar wij mensen, kunnen een opdracht slechts gebrekkig uitvoeren. Daarom zal ook de uiterlijke eenheid van de gemeente van Christus steeds gebrekkig blijven, zoals ook wij allen als afzonderlijke christenen steeds zullen struikelen in vele dingen."
Karikatuur van eenheid.
De uiterlijke eenheid mag alleen maar een weerspiegeling zijn van die heerlijke innerlijke eenheid.
„Maar de boze geest is helaas ook altijd werkzaam en hij probeert het werk van de Heilige Geest die de eenheid der gemeente bevorderen wil, te verstoren."
Hij doet dat door de mensen karikaturen van de door Christus bedoelde eenheid voor te spiegelen.
De eenheid door geestelijke dwang is een eerste karikatuur daarvan.
„We vinden die bij Rome, waar men de eenheid meent te moeten verwezenlijken door aan één man, aan de paus, een absoluut gezag toe te kennen, waaraan allen zich op straffe van de eeuwige dood in de hel zouden moeten onderwerpen. De andere karikatuur is de eenheid (de valse oecumene van nu) doordat men de kracht van het Evangelie wegneemt, doordat men het tweesnijdend zwaard van het Woord Gods stileert tot een zilveren tafelmes,
doordat men de aanstootgevende kern van de bijbelse boodschap achterwege laat en niet meer oproept tot waarachtige bekering. Of erger nog: doordat men de leugen inschakelt of althans het „geestelijk voorbehoud". Dat bestaat daarin dat men samen met andere kerken of genootschappen beweert één Heere te belijden, terwijl men heel goed weet, dat sommige van die kerken / genootschappen helemaal niet dezelfde Heere belijden.
Als ik heel goed weet dat die kerken niet dezelfde Heere belijden als ik, als dat zelfs in hun statuten is vastgelegd zoals bij de Protestantenbond, dan lieg ik of misdoe althans door het „geestelijk voorbehoud", wanneer ik dan toch aan de wereld verkondig dat ik dezelfde Heere belijdt met hen. Hoe kunnen we dan denken, dat deze poging tot eenheid onder de „christenen" door Christus kan gezegend worden? Christus heeft onze leugens of draaierijen toch niet nodig om het Koninkrijk Gods uit te breiden.
Neen ik kan het niet anders zien: in dat geval staan we niet onder de inspiratie van de Heilige Geest, maar hebben we ons in dienst gesteld van de boze geest, de vader der leugenen. Dan bevorderen wij niet de eenheid, die Christus ons heeft opgedragen, maar zijn juist oorzaak van verwarring en verstrooiing."
Er blijft een opdracht.
De kinderen Gods zijn door hun verdeeldheid mede schuldig aan de pogingen van anderen om een valse eenheid te bewerken. „Wanneer we voortdurend met elkaar overhoop liggen en elkaar om allerlei ondergeschikte punten verketteren en verbijten, dan is het toch te begrijpen dat velen zich van ons afwenden en zeggen: aar kan Christus niet zijn, want zij schenden voortdurend zijn gebod van de eenheid en de liefde. Wij zingen zo vaak Ps. 133 : 3. Beseffen wij dan wel wat wij zingen? Moge de Heere ons ervan doordringen, dat we Zijn heerlijkheid lasteren, wanneer wij aan de wereld een kerk presenteren, die gonst van de onderlinge verdachtmaking, van de ruzies, van de haat misschien."
Jezus bad: „opdat zij één zijn gelijk W7ij één zijn; Ik in hen en Gij in Mij opdat de wereld erkenne dat Gij Mij gezonden hebt."
Weer huiswerk genoeg voor deze keer. Bespreek het bovengenoemde probleem eens op de vereniging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1969
Daniel | 16 Pagina's