Gij badt voor vijanden
(3)
Uw kindren gingen 't pad door U gebaand. Zij volgden U door onbezaaide landen. Zij stonden voor de rechters, die verwaand en Qoddeloos hen sloegen in de banden. Zij zijn gegeseld en gemaakt tot schande, gemarteld ten om Christus' wil bespot. Als fakkels stonden z' in de tuin te branden, toen beulen handelden naar 't hels gebod. Zij droegen lijdzaam 't gruwelijke lot en wisten: spoedig zal ik zegepralen en eeuwig zingen voor de troon van God, in 't blinkend licht van 's hemels gouden zalen. Zij volgden U op bergen en door dalen •en wilden zich alleen op U verlaten. De liefde zagen z' uit Uw ogen stralen: Gij badt voor vijanden die vals U haatten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1969
Daniel | 16 Pagina's