JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zicht op ons jeugdwerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zicht op ons jeugdwerk

jeugdwerk in de praktijk

11 minuten leestijd

In de beide vorige artikelen in deze serie is geschreven over de noodzaak van en de grond voor het kerkelijk jeugdwerk, alsmede over het tweeledig doel dat wordt nagestreefd, n.1. 1. vorming van jonge mensen. 2. besef aankweken van het te behoren tot een gemeenschap.

De bedoeling van dit artikel is U kennis te laten maken met de gang van zaken bij het jeugdwerk in onze gemeenten.

Dordrecht en de jeugd

De zienswijze dat de kerk een taak heeft werk III de praktijk bij de opvoeding en begeleiding van haar jonge leden is niet iets van onze eeuw.

Reeds op de Generale Synode van 1618— 1619 te Dordrecht hebben onze „vaderen" zich met dit onderwerp intensief bezig gehouden. Ook toen werd reeds beseft dat het Woorcl van God in Deut. 6 : 7 „En gij zult ze uwe kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat", niet slechts de Israëlieten gold, en ook niet tot uitsluitend de ouders beperkt bleef.

De neerslag daarvan kunnen we o.m. vinden in de Acta van deze Synode, alsmede in artikel XLIV van de Dordtse Kerkorde. Hier lezen we o.m.: „zal ook de classe , eenigen harer Dienaren autoriseren, om in alle kerken, alle jaar visitatie te doen en toe te zien, of de leeraren, kerkeraden en schoolmeesters de stichting der gemeente, mitsgaders der jonge jeugd naar behoren, zoveel hun mogelijk is, met woorden en werken bevorderen."

Uitgebreid wordt in de reeds genoemde Acta gesproken over de te gebruiken methoden en de te behandelen stof bij het onderwijs aan de jeugd. Ook de vertegenwoordigers van de buitenlandse kerken gaven bij deze gelegenheid uitgebreid hun visie weer.

Ook in onze gemeenten kennen we sinds de laatste Generale Synode een deputaatschap dat zich met het jeugdwerk in onze gemeenten bezig houdt.

Zorg voor de jeugd van de kerk

De zorg van de kerk voor haar jeugd (doopleden en jonge belijdende leden) valt in twee hoofdonderdelen uiteen:

a. de catechese en pastorale zorg (het ambtelijk onderwijs aan en begeleidingvan de jeugd),

b. het gelegenheid scheppen voor de jongeren elkaar rond Gods Woord te ontmoeten op bijv. verenigingen, welke door de jeugd zelf geleid en in stand gehouden worden.

Het is niet de bedoeling van dit artikel over de catechese en pastorale arbeid van de kerk te schrijven. Dit is voor de kerk het meest belangrijke aspect en graag veronderstellen we dat alle kerkraden hier de volle, zo broodnodige, aandacht aan schenken.

Het verenigingsleven in onze gemeenten

We willen u nu wat nader kennis laten maken met het (jeugd)verenigingsleven binnen onze gemeenten, hetwelk zich, met name gedurende de laatste jaren, in een gestadige groei en belangstelling mag verheugen.

De kerkelijke jeugdvereniging neemt temidden van al het jeugdwerk in onze tijd een geheel eigen plaats in.

Vaak ziet men in het jeugdwerk, dat ouderen samenwerken om de jongeren om zich heen te verzamelen. De leiding berust dan geheel bij de ouderen en de jeugd zelf oefent weinig of geen invloed uit. In onze verenigingen echter is het de opzet, dat de vereniging door de jeugd zelf in stand wordt gehouden, 't Is hun vereniging. Zelf kiezen ze een bestuur, en beslissen welke onderwerpen zullen worden behandeld.

Natuurlijk moeten er enkele algemene regels zijn en grondslag en doel dient duidelijk te worden aangegeven. De verenigingen stellen zich ook onder toezicht van de plaatselijke kerkeraad.

De leeftijdsgrenzen van de leden liggen ongeveer bij resp. 16 en 25 jaar. Een maal per week of een maal per 14 dagen komt men bijeen en spreekt daar met elkaar rondom het geopende Woord van God.

We mogen gerust erkennen, dat van een persoonlijke, uitgebreide bestudering van dit Woord en wat daarmede samenhangt meestal geen sprake is, zelfs niet in de beste gezinnen, zodat de jeugdvereniging een noodzakelijk opvoedingsinstituut is, naast het gezin.

De vereniging is niet een correctie op het gezin, maar een aanvulling. Het ligt in eikaars verlengde. Het jeugdwerk wil samen met het gezin de jeugd de helpende hand bieden. Op de vereniging leert de jeugd, als het goed is, elkaar kennen en waarderen. Vriendschappelijke omgang is van enorme waarde. Voor velen is dit reeds een hulpmiddel geweest om op de goede weg te blijven.

Troffel en zwaard

Het doel is tweeledig zagen we reeds: vormen en bewaren. Bouwen en beschermen. U vindt dit terug in het embleem op het omslag van Daniël: het bouwen van de muur van Jeruzalem, met in de ene hand de troffel en in de andere hand het zwaard.

Slechts hij die in zijn jeugd heeft geleerd de feiten van dit leven te beschouwen in het licht van Gods Woord, zal bestand zijn tegen de geest van deze eeuw. „Leer de jongeling de beginselen zijns wegs, oud geworden zijnde, zal hij daarvan niet afwijken". En dit wordt in de huidige samenleving steeds moeilijker. Dr. W. Aalders schrijft hier heel indringend over in zijn boek „Verzet tegen de tijd". Hij zegt daarin o.m.: „het betekent van meerderheid tot minderheid geworden zijn. Staan in een samenleving die ons niet bevoorrecht en beschermt. Van ons geloof durven spreken zonder begrip, erkenning, waardering, te ontmoeten. Een eigen levensgedrag trouw blijven, ook als dat afwijkt van de samenleving".

„Ik heb geen mens "

Het is enorm belangrijk om als vereniging het doel: jonge mensen te helpen vormen tot leden van de christelijke gemeente, goed in het oog te houden. Een jeugdvereniging is geen gezelligheidsvereniging. Het moet op de vergaderingen wel gezellig zijn, maar dit is geen doel, slechts middel. Het „vormen" op de vereniging beperkt zich echter ook niet tot vermeerderen van kennis. De leden moeten ook leren sociaal bezig te zijn; zich te gedragen als leden van de christelijke gemeente.

Op veel verenigingen wordt op dit gebied iets gedaan. We denken bijv. aan akties als „de ondergrondse kerk" en „de hand aan de ploeg", het boodschappen doen voor en bezoek aan bejaarden, ziekenbezoek etc. Het behoeft geen betoog dat dit erg belangrijk is. In de geschiedenis van de zieke te Bethesda ligt voor ons allen en zeker ook voor de jeugdvereniging een belangrijke les. Hij lag daar al 38 jaar en moest zeggen: Ik heb geen mens ". Een van de eenzamen en veriatenen, die geen hulp hebben om het badwater te bereiken. Ook wij hebben in onze omgeving wel mensen, die hulpeloos, verlaten en eenzaam zijn. Laten we eens proberen onszelf voor te stellen wat het wil zeggen:38 jaar ziek zijn, en niemand die je helpt. 85 jaar oud zijn en geen familie meer te hebben. Invalide te zijn, en niemand te hebben die eens met je gaat rijden. Al een aantal jaren ziek te zijn, in het begin veel bezoek, nu een vergeten mens geworden. De praktijk van het leren vervoegen van de werkwoorden op de lagere school kunnen we maar moeilijk afleren. Als kleine kinderen dreunden we bij Juf met z'n allen: k is de éérste persoon, jij is de twééde persoon, enz.

Behalve op de jeugdvereniging ontmoeten onze jonge mensen elkaar ook in breder verband.

Dit werk staat o.l.v. de Bond van Jeugdverenigingen der Gereformeerde Gemeenten. Deze bond werd opgericht in het jaar 1931, en bestaat dus thans bijna 40 jaar. Verschillende facetten van het werk willen we hieronder belichten:

Het bondsbestuur

wordt gevormd door het dagelijks bestuur (rechtstreeks gekozen door de verenigingen) en de afgevaardigden van de distrikten. De werkzaamheden van dit feestuur zijn zeer veelzijdig en uiteenlopend. In het algemeen gesproken kan men stellen dat zij leiding en richting geeft aan al het werk dat door verenigingen en derg. gedaan wordt. Door het bondsbestuur zijn enkele kommissies ingesteld, die zich specialiseren op een bepaald onderdeel van het werk. We noemen hiervan o.m. de kommissie

SALVO.

Uit de naam van deze kommissie, S(studie) A(advies) L(lektuur) en VO (voorlichting), kan men al afleiden op welk gebied haar werkzaamheden zich uitstrekken. Ze heeft vnl. een instruktieve taak. Het uitgeven van studiemateriaal, adviezen voor de opbouw en het leiden van vergaderingen, ledenwerving, cursussen voor bestuursleden en dergelijke.

Op een heel ander terrein liggen de werkzaamheden van de kommissie

Zomerkampen.

Ook hier duidt de naam het werk reeds aan: besteding van de vakantie. Wat is nu eigenlijk zo'n „kamp van de kerk", en wat wordt er gedaan?

In de eerste plaats is het een vakantiekamp. Maar ook, en dit element wordt bij de besteding van onze vrije tijd maar al te vaak vergeten, een bij uitstek geschikte tijd om stil te staan bij dingen van hogere waarde. Een 40-tal jonge mensen komen samen in een kampweek. Iedere morgen wordt er begonnen met een Bijbelstudie, welke ± drie kwartier in beslag neemt. Vaak ontstaan hierdoor bijzonder fijne gesprekken, zowel tussen de jongelui onderling, als tussen de jongelui en de kampstaf. Gedurende de rest van de dag wordt een wandel-, fiets-of bustocht gemaakt.

De avonden zijn gevuld met lezingen en diskussies over verschillende onderwerpen op het gebied van kerk, geloof, persoonlijk leven, zending, natuur e.d., vertonen van dia's aan de hand van causerieën over verschillende onderwerpen. De dagsluiting aan het einde van iedere dag wordt verzorgd door een van de kampstafleden.

De positieve reakties van de deelnemers zijn een bewijs dat deze kampen in een behoefte voorzien, en aan hun doel beantwoorden.

Behalve kamppen voor jongelui vanaf 10 jaar, worden er ook elk jaar kampweken georganiseerd voor jongens van 12—15 jaar, voor meisjes van 12—15 jaar en voor gezinnen met kinderen tot 12 jaar.

Naast het werk van bondsbestuur en kommissies hebben ook de

Distrikten

een taak. Zij vormen de schakel tussen bond en vereniging. De afstand tussen bondsbestuur en vereniging is eigenlijk te groot en het is onmogelijk voor het bondsbestuur met alle verenigingen intensief contact te onderhouden. Vandaar dat men is gekomen tot de indeling van de bond in een 5-tal distrikten. Binnen elk distrikt onderhouden 12 verenigingen regelmatig contact met elkaar. Er worden gemeenschappelijke vergaderingen belegd, waarvan U de aankondigingen steeds in het Bondsjournaal in Daniël kunt lezen.

Men probeert in plaatsen waar geen vereniging is de oprichting hiervan te bevorderen. Verenigingen welke met moeilijkheden kampen worden door het distriktsbestuur geholpen. Het distrikt houdt contact met de predikanten van de classis waartoe het distrikt behoort, enz.

Er wordt in „jeugdland" niet stil gezeten. Helaas moest er tot voor kort nog heel wat werk blijven liggen, omdat er eenvoudig de tijd voor ontbrak. Om deze reden heeft het bondsbestuur gezocht naar iemand die als

Jeugdwerkleider

geheel voor ons werk beschikbaar kon komen, en daar zijn dagtaak in zou vinden. Gelukkig is dit werkelijkheid geworden op 1 augustus j.1., door de benoeming van de heer M. Golverdingen te Amersfoort.

Deze heeft hierdoor een zeer veel omvattende en verantwoordelijke taak gekregen: het steeds groter wordende arbeidsveld naar de eis van Gods Woord te bewerken.

Gevaren.

Het bondsbestuur is zich bewust van haar moeilijke taak. Aan het jeugdwerk kleven ook gevaren. We denken bijv. aan het kweken van „rijke jongelingen" op de vereniging die nochtans „de kracht der Godzaligheid missen"; aan een zgn. intellectualisme, een vergaren van kennis zonder dat dit gepaard gaat met een ootmoedig buigen voor het Woord van God; het vormen van een oppositie binnen de kerkelijke gemeente van een aantal jongelui die het veel beter menen te weten dan de kerkeraad. Zo is er misschien nog wel meer op te noemen, al dient bij de ouderen dacht ik ook wel het besef te leven dat jongeren zich over een bepaalde zaak soms een oordeel aanmatigen, waarover ouderen nog geen oordeel durven uiten. Ik geloof dat we moeten proberen dit te verdragen. En dan is verdragen nog iets anders dan goedkeuren. Het zijn de gebreken van de leeftijd, en bij het ouder worden leert men vaak snel inzien, hoe men zich vroeger vergaloppeerde.

Aan het werk kleven ook

Gebreken.

De belangrijkste is wel dat maar zo weinig jongeren worden bereikt. We kunnen ons afvragen ligt dit aan het jeugdwerk of aan de jongeren. Een groot gebrek is er voorts aan goede leiding. Verder: merkt de gemeente iets van de jeugdvereniging; oefent de vereniging een invloed ten goede uit, zowel naar binnen als naar buiten? Zijn we op de goede weg met ons werk?

Allemaal vragen en problemen, waar een ieder die werkzaam is in jeugdland dagelijks mee in aanraking komt. Vragen waarop een antwoord gegeven moet worden; waarover nagedacht dient te worden, en waarop we ons met elkaar, ouderen en jongeren, dienen te bezinnen.

Om aan deze bezinning richting te geven dient het artikel in het volgende nummer, waarmede deze serie zal worden besloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1969

Daniel | 16 Pagina's

Zicht op ons jeugdwerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1969

Daniel | 16 Pagina's