vrouwenpraet
Het is ons een behoefte, bij de wisseling van het jaar, u allen des Heeren zegen toe te wensen.
Wat vliegt het ene jaar na het andere weg; zo is het nieuwjaarsmorgen en zo is het weer oudejaarsavond.
Als wij achterom zien, dan moeten wij wel zeggen: De Heere heeft niet opgehouden om ons wel te doen en heeft in elk opzicht onze arbeid gezegend.
Dat we tot hiertoe in liefde en vrede met elkander mogen verkeren, is alleen des Heeren goedheid over ons.
De Heere mocht ook in dit jaar ons leren voor Hem te buigen, onze arbeid zegenen en verzoening doen over ons en al de onzen.
Er zijn er onder ons, die ziek zijn of het door allerlei omstandigheden moeilijk hebben, dat we dan allen met en voor elkaar, met alles naar de Heere gaan.
Maria zegt in haar Lofzang:
„Laat volk bij volk te zaam Barmhartigheid verwachten."
Als we op onszelf zien, wie we zijn en wie we blijven, dan kan de Heere naar recht Zijn handen van ons aftrekken, maar
„Barmhartig is de Heere en zeer genadig, schoon zwaar getergd., lankmoedig en weldadig, de Heere is groot van goedertierenheid."
Ontvangt onze hartelijke groeten,
Namens het bestuur,
W. den Hertog (pres.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1969
Daniel | 16 Pagina's