Van goedertierenheid en hoop
Uw goedertierenheid, Heere! zij over ons, gelijk als wij op U hopen. (Psalm 33 : 22).
Deze psalm is een loflied op de almacht Gods, zowel in d.e schepping als in de herschepping. Door het Woord des Heeren zijn de hemelen gemaakt en door de Geest Zijns monds al hun heir. Maar ook: Welgelukzalig is het volk, welks God de Heere is. Hij heeft niet alleen alles voortgebracht door een almachtige daad van een enkele wil, maar Hij bestuurt nog alles naar Zijn goddelijke wil. Laat daarom de ganse aarde voor de Heere vrezen, laat al de inwoners van de wereld voor Hem schrikken. Hij weet ons zitten en opstaan en verstaat van verre onze gedachten. Dat was in de dagen van cle psalmist zo. Zo was het in 1988 en ondanks, wat er ook gebeurt, zo zal het ook in 1969 zijn. De Raacl des Heeren bestaat in der eeuwigheid.
Dat zijn dingen, die ons bang kunnen maken, vooral als we zien wie we zijn. Mensen, die door de zonde in het paradijs geen enkel geestelijk goed meer kunnen voortbrengen en dus geen bestaansrecht voor God hebben. Mensen, die eerlijk gemaakt zijn voor God en ten opzichte van onszelf en de werkelijkheid onder de ogen hebben gekregen. Dan kunnen we toch eigenlijk weinig goeds verwachten in 1969, of liever gezegd, niets dan oordelen. Toch getuigt hier d.e dichter niet van angst of benauwdheid, maar Hij bezingt juist de almacht Gods in schepping en herschepping. Hij wist ook van de rijkdom der ontferming Gods over nietige Adamskinderen. Ziet, des Heeren oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen. Vrezen en hopen zijn toch zaken des geloofs. Nu is juist in 1969 ook nog des Heeren oog open voor hen, namelijk in Zijn gunst, die op Zijn goedertierenheid hopen.
De dichter begint in deze psalm met zingen: Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in de Heere, lof betaamt de oprechten. Dat niet alleen om de goedertierenheden des Heeren in zijn leven bewezen, maar in het leven van Zijn ganse kerk. Hij eindigt daarom ook in een gebed voor de toekomst: Diezelfde goedertierenheid zij over ons, Heere. Want alleen Zijn goedertierenheid kan ens rijk maken. We kunnen er geen rechten op doen gelden. We hebben het verspeeld en verspelen het helaas elke dag weer. En wat kan dan onze verwachting zijn voor de toekomst? In ons persoonlijk leven, in ons kerkelijk leven, in ons maatschappelijk leven, ja ook in ons verenigingsleven voor het jaar 1969. Lof betaamt ons over 1908, met alles wat ons is overkomen, als we het mogen zien met het oog des geloofs. En wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede. En voor cle toekomst dan? Weer bidden. Heere ik heb het niet verdiend en ik heb er geen recht op, maar toch, Uw goedertierenheid zij over ons. Want dat alleen kan ons heil volmaken. We weten en belijden, ja, geloven, dat Gij ook alles regeert in mijn leven, maar ik kan niet buiten die goedertierenheid.
Gelijk als wij op U hopen. We denken weer aan David. Wat verwacht ik, o Heere. Mijn hoop, die is op U. Want des Heeren czg is over degenen, die Hem vrezen. Wij hopen, omdat Zijn naam Heere is, die trouwe houdt in eeuwigheid en nooit laat varen de werken Zijner handen. Hij kan nrg Zijn goedertierenheid bewijzen, omdat wij zo kort geleden hebben mogen herdenken de komst van Gods Zoon in het vlees. Alleen daarom is er nog hoop mogelijk. Maar dan wordt het weer een persoonlijke vraag. Hebben we die hoop, die een echte grond heeft, namelijk in die Ander, die zichzelf gegeven heeft tot een volkomen verzoening van de zonden der Zijnen? Dan is er verwachting ook voor 1969. Dan is er hoop, ja een vaste grond der dingen, die men hoopt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1969
Daniel | 16 Pagina's