Uit de praktijk van het maatschappelijk werk
Zorg voor gehandicapten
De beschutte werkplaatsen
Zoals jullie wellicht bekend zal zijn, zijn er tegenwoordig overal werkplaatsen, waar arbeid in een beschutte omgeving kan worden verricht. Zowel voor lichamelijk, als geestelijk gehandicapten.
Dit is voor veel mensen een uitkomst gebleken.
Als mensen, die altijd zware arbeid hebben verricht, bijv. door een hartafwijking dit werk niet meer mogen doen, en als zij niet meer ergens anders werk kunnen krijgen, kunnen zij arbeid in een beschutte omgeving gaan verrichten. Zij kunnen daar in een voor hen aangepast tempo werken. Het is geweldig goed, dat deze mogelijkheden er zijn. Er is niets erger, dan dat men, als men nog wel iets kan doen, toch thuis moet blijven, omdat men de arbeid bij de vroegere werkgever niet meer aankan.
Zo is er dus ook de mogelijkheid voor geestelijk gehandicapten geschapen. Kunnen de meisjes en jongens de b.l.o. school verlaten, maar is het niet mogelijk werk voor hen te vinden, dan kunnen zij daar geplaatst worden. In de grote steden zijn er werkplaatsen en in de kleinere plaatsen worden vaak streekwerkplaatcen gesticht.
Het is geweldig te zien, wat de meisjes en jongens, die de school hebben verlaten, kunnen presteren. Zij krijgen dan weke-lijks óf zakgeld (hangt van de prestaties af) óf loon.
Haar grote zorg
Een bejaarde weduwe leefde met een 50jarige geestelijk gehandicapte zoon. De vader was al geruime tijd overleden. De grote zorg van de weduwe was, wat er na haar overlijden met haar zoon zou gebeuren. Zij kon niet vergen, dat zijn broer of één van zijn zussen hem verzorgde. Die hadden allen gezinnen met kinderen. En toch — wist zij maar hoe dat dan moest. Zij kon het vaak vertrouwend overgeven aan de Heere, maar dikwijls overviel haar toch weer de zorg.
De vrouw ontving voor de verzorging van haar zoon een financiële tegemoetkoming. Het Rijk geeft n.1. via de Gemeentelijke Sociale diensten een uitkering. Op die manier kwam de maatsch. werkster met haar in kontakt.
Deze sprak er over, of haar zoon niet zou kunnen werken op de Beschutte Werkplaats. Bij de eerste gesprekken nam de vrouw het standpunt in, dat dit beslist niet mogelijk was. Haar zoon was altijd het vrij zijn gewend en zou zich zeker opgesloten gevoelen. Zij is overgehaald om eens te gaan kijken en dit heeft zij met de maatsch. werkster samen gedaan. De zoon wilde nog niet mee. Daarna was de houding van de vrouw geheel veranderd. Zij was verwonderd geweest, over hetgeen
zij daar gezien had. Afgesproken is, dat zij zou trachten haar zoon te bewegerer naar toe te gaan al was het maar voor een paar uur per dag. Dit is gebeurd en het duurde niet lang, of de zoon werkte de hele dag. Hij kwam niet als de anderen om 8 uur, maar een uur later, want dan behoefde zijn moeder niet te vroeg op te staan.
De zoon vond het werken geweldig. Een vakantie stelde hij niet op prijs. Veel liever ging hij naar de werkplaats.
Dit betekende voor de bejaarde vrouw een zorg minder. Verder heeft zij vernomen, dat er voor mannen, als haar zoon, tehuizen zijn, waar zij geheel verzorgd worden en overdag kunnen zij dan werken. Hier had zij nooit van gehoord en ook die wetenschap nam veel van haar zorg weg.
Bemiddeling
Ook bij de beschutte werkplaatsen wordt vaak een maatsch. werkster ingeschakeld. Plaatsing op de werkplaats is dikwijls voor personen, die altijd in het vrije bedrijf gewerkt hebben en dat door ziekte niet meer kunnen, een groot probleem. Op verzoek van bijv. doktoren, die het medisch gezien voor zo'n man veel beter vinden dat hij aan het werk gaat, wordt hij bezocht. Als de man na enige gesprekken bereid wordt gevonden eens te gaan kijken, gebeurt het meestal, dat de beslissing gunstig uitvalt.
Werkt men eenmaal op de werkplaats, dan wordt daarna vaak gezegd: „Was ik maar veel eerder gegaan."
De angst voor wat buren, familie en kennissen wel zullen zeggen, speelt ook een rol. Zij denken, dat er op hen zal worden neergezien.
De grootste faktor is natuurlijk het feit, dat men zich uitgeschakeld acht.
Als zij dus werken, betekent dit voor hen weer zelf verdienen, kontakt met mensen, die in dezelfde omstandigheden verkeren als zij enz. Voor de vrouw en kinderen verandert ook alles. Het gezinsleven wordt weer normaal.
Als het mogelijk is wordt altijd getrachi de mensen, die op de werkplaatsen zijn, weer terug te plaatsen in de maatschappij, al zal dit veelal niet zijn in het oude beroep.
In verschillende gevallen is plaatsing in het vrije bedrijf niet meer mogelijk, omdat d.e ziekteverschijnselen dit beletten.
Van bezorger tot telefonist
Het volgende voorbeeld van een plaatsing was wel een heel prettige.
Een ongeveer 30-jarige ongehuwde man had zijn vader altijd geholpen in de bakkerij. Hij hielp bij het bakken niet veel, maar was hoofdzakelijk bij de bezorging. Dit bracht op de duur moeilijkheden met zich. Hij was n.1. heel slechtziend. Blind was hij niet, maar het scheelde niet veel. Hij vormde op straat een gevaar, omdat hij het verkeer niet zag aankomen. Hij woonde wel in een stil dorp, maar ook daar moest uitgekeken worden.
Zijn vader meende, dat hij het beste de zoon bij zich kon houden. Zo bleef de jongen bezig en hij kon toch niets anders. De jongen zelf wilde echter iets anders. Hij voelde aan, dat hij, als hij bij zijn ouders bleef, nooit vooruit zou komen. En hoe moest het dan, als hij ouder wTercl en zij er niet meer zouden zijn. De ouders bedoelden het heel goed, maar hij werd niet zelfstandig. Alles werd voor hem geregeld. Hij heeft geschreven naar het Arbeidsbureau en gevraagd welke mogelijkheden er voor hem waren. Iemand van dat bureau heeft hem bezocht en dit heeft tot gevolg gehad, dat hij geplaatst werd op de beschutte werkplaats.
Dit was maar een tijdelijke oplossing. Op het werk werd hij door de maatsch. werkster bezocht en deze vernam, dat het zijn vurigste wens was, dat hij nog eens telefonist of iets dergelijks in een tehuis voor bejaarden mocht worden. Het werken op de werkplaats was goed, maar hij wilde zo graag het voornoemde werk deen.
Hij wilde het liefst dus bij bejaarden werken, opdat hij die mensen met boodschappen doen e.d. bij kon staan.
Het feit, dat hij zelfstandig met een bus naar de werkplaats ging, was voor hem een belevenis. Nimmer had hij zo iets alleen kunnen doen, want zijn ouders waren zo bezorgd en altijd bang geweest, dat hem iets zou overkomen.
Even na het gesprek met deze man, las de maatsch. werkster in een tijdschrift, dat er een bejaardentehuis werd geopend, waar ook blinde bejaarden terecht konden.
Na overleg met het arbeidsbureau is kontakt opgenomen met dat tehuis en tot grote vreugde van de 30-jarige is hij daar aangesteld als telefonist en verder voor voorkomende kleine werkzaamheden, die hij zeker zou kunnen verrichten.
Hij kwam daar intern en werd dus daardoor geheel zelfstandig.
Mensen in nood helpen
Dit was wel een bijzonder prettige oplossing.
Lang niet altijd worden oplossingen gevonden, als hiervoor. Soms moet lang gezocht worden naar een geschikte oplossing, of deze is niet te vinden. Daarom is het lang niet altijd gemakkelijk als maatsch. werkster bezig te zijn.
Op de voorgrond blijft altijd staan, dat getracht wordt mensen, die in nood zijn, te helpen.
Ik zou nog vele voorbeelden kunnen noemen. Bijv. van gezinnen, die uit elkaar gaan, waarvan de kinderen via de kinderrechter in een tehuis geplaatst moeten worden. Dit betreft dan altijd gevallen, waar al zo heel veel is gebeurd, vóórdat de kinderen uit huis gaan. Wat hebben zij dan al veel meegemaakt! En dan komen zij in een tehuis, waar de zorg uitstekend is, maar het blijft toch een surrogaat. De moederliefde wordt gemist.
Verder de gezinnen, clie ontredderd geraken door bijv. drankmisbruik van de vader met alle vreselijke gevolgen van dien. Geld opmaken, permanent ruzie enz.
Ook het leed van ongehuwde moeders, die vooruitgegrepen hebben op hetgeen na het huwelijk zo goed zou zijn geweest en waarvan de partner zich niets meer van haar aantrekt.
Ik hoop, dat ik jullie, met 'negeen ik verteld heb, enig inzicht in het werk heb gegeven.
Maatschappelijk werk en de Ger. Gemeenten
Waarschijnlijk hebben jullie je afgevraagd, of er ook instellingen voor maatsch. werk zijn, clie uitgaan van d.e Ger. Gemeenten. Ik heb vernomen, dat in Rotterdam, een grote kerkelijke gemeente, een stichting in het leven is geroepen en dat t.z.t. een maatsch. werkster zal worden aangesteld. In de eerste tijd zal het werk hoofdzakelijk bestaan uit gezinszorg en bejaardenzorg.
Dit is heel belangrijk. Het is voor een gezin, waarvan de huisvrouw ziek is en opgenomen in het ziekenhuis, een uitkomst te weten, dat de gezins^erzorgster haar kinderen voorgaat op de manier, die de kinderen gewend zijn en dat d.e bejaarden met hun hulp nog eens over de preek kunnen praten.
In kleine gemeenten is het financieel haast niet mogelijk om een maatsch. werkster aan te stellen en dit is clan ook niet nodig. Dat gemeenten, die niet ver van elkaar verwijderd zijn, gezamenlijk een stichting voor gezinszorg zouden vormen, is natuurlijk wel een gedachte waard.
In sommige gemeenten wordt met andere kerkgenootschappen samen gewerkt. Ik meen, dat dit in Den Haag het geval is, waar met de Chr. Ger. kerk de gezinszorg en bejaardenzorg wordt geregeld.
Zelf heb ik gewerkt in de Bommelerwaard. Ook daar was onderling kontakt. Eén der gezinsverzorgsters behoorde tot de Ger. Gemeenten en als er aanvraag kwam van een gezin uit de gemeente werd getracht haar daar te plaatsen.
Liefde tot de naaste moet bij het maatsch. werk wel voorop staan met daarbij de gedachte, dat wij niet beter zijn dan de mensen, met wie wij te maken hebben.
Laten wij toch veel vragen om de Bewarende Hand des Heeren, in deze tijd vooral.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1969
Daniel | 16 Pagina's