JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een tussendoortje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een tussendoortje

7 minuten leestijd

Over reizen op zondag hebben we nog een paar nakomertjes gekregen. Op de inhoud daarvan gaan we niet verder in, we kunnen natuurlijk niet aan de gang blijven. We vinden het bijzonder fijn als onze lezers reageren, we moeten het voor dezo rubriek daarvan hebben, maar dan wel graag op tijd!

Een van die brieven is bepaald opvallend, helemaal geschreven in de vorm van „Wist u, dat ". Hij eindigt: „Wist u dat u deze brief niet in Daniël durft plaatsen? " Ja, beste vriend, dat wisten we, daarvoor is uw brief te zeer tegen bepaalde personen gericht en te weinig in de geest van onze rubriek: frank en vrij, maar zonder te kwetsen!

Overigens heerst er bij sommige lezers enig misverstand omtrent de verantwoordelijkheid voor de inhoud van „Onder ons gezegd". Het hoeft bepaald niet zo te zijn, dat onze mening tevens de mening vertegenwoordigt van de gehele redactie, 't Is heel goed mogelijk dat wij op bepaalde vragen een antwoord geven dat afwijkt van de mening der overigen redactieleden.

Toen we deze rubriek in februari jongstleden begonnen, hebben we nadrukkelijk verklaard onze eigen persoonlijke mening te willen geven. Misschien wel goed om nog eens in herinnering te brengen.

Wat betreft de omgang tussen jongens en meisjes, we kunnen bepaald nog niet zeggen dat de brieven binnen stromen. Uit de veelal aarzelende reacties maken we op, dat het wellicht wel een interessant onderwerp mag zijn, maar dat daarvoor onze eigen bijdragen de grootste oppervlakte

zullen moeten beslaan. En dat, beste lezertjes, is toch niet de bedoeling! Wie durft? ?

Een paar weken geleden stelden we de vraag: zou er misschien iets aan onze christelijke opvoeding mankeren?

We kregen daarop een antwoord dat ons tot nadenken zet en waarvan we de inhoud graag willen doorgeven:

„..... zou de oorzaak dat zoveel mensen niet voor hun overtuiging durven uitkomen niet deze zijn, dat wel de burgerlijke opvoeding en de goede betrekking, maar niet de religie voor veel ouders en kinderen de centrale plaats in hun leven inneemt en geen werkelijke functie vervult in hun leven? Men gaat wel naar de kerk, maar meer traditiegetrouw dan uit ware geestelijke, uit levensbehoefte". Schrijver vraagt zich af of niet veel van onze mensen de religie ervaren als iets dat volkomen ondoorzichtig voor hen is. Men hoort zoveel dogmatische stellingen, het is voor een gewoon ontwikkeld mens bijna niet te onderscheiden wat zuiver of wat onzuiver is, wat waarheid en wat onwaarheid is. Het wordt vaak gebracht als een abstracte wetenschap, zodat de boodschap niet indringt in h e t hele m e n s e 1 ij k bestaan. „Ik zou haast dit willen zeggen, dat veel mensen de uitwendige roeping laten voor wat ze is, omdat ze weten (en altijd weer horen!) dat er ook een inwendige roeping moet zijn. Ze concluderen daaruit, dat de uitwendige roeping op zichzelf geen nut voor hen heeft en daarom laten ze de zaak maar blauw-blauw. Naar mijn mening is dit een zeer ernstig misverstand, dat letterlijk rampzalige gevolgen kan hebben. In de Schrift staat: het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. Maar „men" zegt dan: ja maar, het gehoor moet geopend worden en dan pas.....

Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor het Woord weggeduwd. Men bedenke toch, dat liet dezelfde God is die Zijn Woord laat prediken en die ook het gehoor van de mens geschapen heeft en door middel van dat gehoor met Zijn Boodschap tot ons komt. Al met al gaat men voorwaarden stellen aan de roeping, omdat die geen concrete waarde in zichzelf zou hebben, echter met het uiteindelijke jammerlijke resultaat, dat we God op Zijn Woord niet geloven". Tot zover deze brief.

Het is goed ons te realiseren op hoeveel verschillende manieren aan onze godsdienstige opvoeding wordt gewerkt. Verschillende manieren en elk met een eigen doel.

Om te beginnen in het. gezin. De kern van onze godsdienstige opvoeding ligt in het werk van vader en moeder, in het licht van de verantwoordelijkheid voor hun belofte bij de Doop van hun kind gedaan. In het gezin worden vaak de kiemen gelegd voor wat later zal uitgroeien tot een waar, oprecht en persoonlijk geloof.

Maar naast het gezin moet direct ook genoemd het werk van de kerk in catechesatie en prediking. In de catechesatie wordt door predikant of ouderling ambtelijk op een geheel andere manier aan onze godsdienstige opvoeding gewerkt. Op een andere manier dan in het gezin, wat minder intiem, wat minder persoonlijk, maar ook met een ander doel: de catechese beoogt (dient te beogen) de jeugd van de Gemeente voor te bereiden op de belijdenis des gelcofs, en, tot het mondig lid-zijn van de Gemeente.

En dan in de prediking wordt in de derde plaats het gemoed gevormd tot ware godsvrucht. Met opzet kiezen we deze woorden: gemoed en godsvrucht. Want de prediking kan toch geen ander doel hebben dan om „de mens Gods toe te bereiden tot alle goed werk".

In een van onze laatste artikeltjes hebben we met de vraag naar de christelijke opvoeding vooral het oog gehad op de opvoeding in het gezin. Onze briefschrijver werpt het net aan de andere kant uit en doelt vooral op de prediking als middel hiervoor.

We gaan op de inhoud van de brief als zodanig niet in. Dat zou weer een herhaling van het onderwerp De Prediking betekenen. Maar, 't is wel goed dat ieder over deze gedachten zijn gedachten eens laat gaan. Wij dachten dat ze veel waarheid bevatten. Zou het kunnen zijn, dat onze godsdienstige opvoeding, in gezin en kerk, zich wellicht teveel richt op ons verstand en te weinig op ons g e-moed? Worden we niet tezeer belast met feitenkennis? Feitenkennis, dat wil zeggen kennis die een zelfstandig bestaan leidt en die geen middel is. Middel waartoe? Wel, om de waarde ervan voor ons persoonlijk leven. De Heidelberger Catechismus geeft daarvan zulke prachtige voorbeelden. Telkens als er weer iets geleerd is wordt er gevraagd: wat heb je daar nu aan dat je dat weet? Wat nut U de kennis van of wat baat het U enz. enz.

Moet in alle onderwijs daarop niet veel

meer de nadruk worden gelegd wat die kennis van Gods Openbaring voor ons betekent, kan betekene i, mag betekenen, ook dreigend: zal kunnen betekenen?

Er is een onderwijs dat alleen een beroep doet op het geheugen. Dan worden vragen en antwoorden erin gestampt en opgedreund, zonder enig begrip voor wat geleerd wordt. Dat systeem paste zeer goed in de Middeleeuwen, toen de mensen nog niet konden lezen. Maar vandaag is het zo niet nodig, en bovendien, onbegrijpelijk wreed is het voor al die kindertjes die een slecht geheugen hebben en door God met weinig verstand zijn begiftigd: die snappen er nooit iets van. En juist bij hen ligt de weg tot het gemoed vaak meer open dan bij de „verstandigen". We dachten dat het goed kon zijn als hierover wat meer wordt nagedacht. Dat mag door de jeugd zelf, maar ook door de ouders en door iedereen die op dit terrein een taak moet verrichten. Het gaat om het welzijn van onze jeugd. Het gaat om de vorming van een generatie, die midden in een wereld die in ontstellende vaart aan de gezegende werking van Gods heiligend Woord ontzinkt, opgroeit. Die straks ook de opvoeders weer zullen zijn van komende geslachten, zolang de zon en maan bij 't nageslacht ten licht zal wezen, en op en ondergaan.

G. & S. T. van Malkenhorst

Bleulandweg 298, Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1969

Daniel | 16 Pagina's

Een tussendoortje

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1969

Daniel | 16 Pagina's