JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET WOORD GAAT VOORT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WOORD GAAT VOORT

6 minuten leestijd

(8)

Zending: Een hobby?

Vorige maal lazen wij van de „profeten" en „leraars" in de gemeente van Antiochië. We zagen, dat deze vijf mannen baden en vastten. Zodoende stuitten we op de vraag: heeft vasten nu nog zin? En wat is vasten eigenlijk? Om met de eerste vraag te beginnen: de Bijbel zegt, dat vasten beslist wèl behoort tot het leven van een christen. Lees maar van het vasten van Elia, van Nehemia, van Anna en van de apostelen. En toch kijkt dat vasten ons een beetje vreemd aan, een beetje rooms maar ook die gedachte kunnen we niet handhaven, als we eens nalezen wat b.v. Calvijn erover zegt. Hij is er een warm voorstander van!

Merkwaardig: Calvijn komt op het vasten, als hij spreekt over de tucht der kerk (Institutie, boek IV, hoofdstuk 12). Hij zegt: als er tijden van grote nood zijn, dan moeten de herders der gemeente het volk opwekken tot vasten en bidden. „De onderhouding van dit stuk is niet alleen nuttig, maar ook in de oude Kerk van de tijd der apostelen af altijd in gebruik geweest!" Het vasten, zegt Calvijn, heeft een drievoudig doel: het lichaam wordt eronder gehouden, opdat het niet losbandig worde; wij worden beter toebereid tot heilige overdenkingen; en tenslotte is het een getuigenis van onze verootmoediging voor Cod, wanneer wij onze schuld voor Hem willen belijden. Misschien glimlachen we wat als we lezen: „Wij ervaren, dat, wanneer de buik vol is, de geest niet zo opgeheven is, dat hij met een ernstige en vurige gezindheid tot het gebed kan komen en daarin volharden", maar we moeten erkennen, dat Calvijn gelijk heeft. Het gevecht met een gevoel van slaperigheid in een warm kerkgebouw op zondagmiddag na een al te overvloedige maaltijd zal weinigen onbekend zijn. Welnu, vasten is: soberheid betrachten. Volstrekte soberheid, om lichaam en geest tot het gebed voor te bereiden. Vasten, dat is: daarvan bewust afstand nemen, waaraan je dreigt verslaafd te raken. Dat kan dus ook betekenen: stoppen met roken, voor een tijd of voorgoed. Ik herinner er aan, dat zéér vele christenen (vooral in de Verenigde Staten) het roken als absoluut onverenigbaar met een waarachtig geloofsleven zien. Dit gaat mij wel te ver, maar wel staat voor mij vast, dat de christen op zijn hoede dient te zijn voor elke vorm van genot.

Want genot is een buurman van verslaving. Laat niets of niemand over u heersen, dan Christus!

We moeten het volledig bijbelse element in het vasten erkennen. Een ieder trekke nu de conclusies in zijn eigen leven. Vóór we echter van dit onderwerp afstappen, nog één opmerking: het scheuren van de klederen zonder het „scheuren van het hart" is zinloos. Het vasten zonder verootmoediging voor God ook. Het vasten mag geen vorm van zelfhandhaving, van vroom vertoon worden. Lees maar eens wat Jesaja zegt over deze wijze van vasten: zou het zulk een vasten zijn, dat de Heere verkiezen zou? (Jes. 58).

Maar nu moeten we snel terug naar die biddende en vastende profeten en leraars in Antiochië. Zij vasten en bidden met een bepaald doel. Het is deze mannen niet duidelijk, wat de wil des Heeren is voor de toekomst. Daar is een belofte Gods, reeds jaren geleden aan Saulus gedaan, maar nog steeds niet ten volle vervuld:

„Ik zal u tot ver tot de heidenen afzenden!" Moet het Evangelie nu halt houden in Antiochië? Dat kan Gods bedoeling toch niet zijn? Jezus heeft toch bevolen de Boodschap te prediken tot aan de einden d.er aarde? Maar deze gemeente wil niets beginnen, zonder te weten dat de Heere erachter staat. En als zij dan zo bezig zijn de Heere te smeken om licht en inzicht, dan gebeurt het, dat de Heilige Geest gaat spreken. Hoe? Waarschijnlijk krijgt een van de profeten een profetie, en dan klinkt het „Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb". Wat een indruk zal dat op deze mannen hebben gemaakt! Weer treft het ons, hoe de Schrift wars is van alle mensenverheerlijking, zelfs van alle bekcerde-mensenverheerlijking. Als wij dit bericht hadden moeten opmaken, hadden we wellicht geschreven: „Toen werd Lucius van Cyréne plotseling vervuld met de Heilige Geest, en klonk het uit zijn mond: Zondert Mij af " Maar neen, de Schrift zegt alleen maar: „Toen zei de Geest". Dat is genoeg. Dóór wie de Geest sprak, doet er niet toe. De Heere beware ons ervoor, als

wij Zijn genade in ons leven mogen zien, van „onze" geestelijke ervaringen te spreken, als zouden deze ons bezit zijn. Wat hebben wij, dat wij niet hebben ontvangen? Het zij ons genoeg, een goed woord van de Heere Jezus te spreken; alleen dat verheerlijkt Hem, niet onze uitweidingen over onze bevindingen.

Zondert Mij af

Als we nu eens letten op de inhoud van de boodschap van de Heilige Geest, dan valt het op, dat de Heere zegt: Zondert Mij af. Waarom zegt de Geest niet gewoon tot Saulus en Barnabas: Broeders, ga nu maar werken, ga nu het zendingsveld maar op? Wel, dat heeft een heel belangrijke reden. De Heilige Geest spreekt hier tot de G e-m e e n t e ! Niet tot Saulus en Barnabas spreekt hier de Geest, maar tot de gemeente van Antiochië. Dat leert ons, dat zendingswerk, als het goed is, nooit een liefhebberij van een paar mensen mag zijn, Zending is geen hobby! Zo van: d.e een interesseert zich voor oude schrijvers, een ander voor gezelschappen, een ander voor orgels, en een vierde „doet aan zending"! Dat is een nare karikatuur van wat de éérste plicht van de kerk is. Een kerk die niet werft, die .sterft.

Maar „zending bedrijven" is dan ook de taak van de gemeente als geheel! Het is onbestaanbaar, dat een christen „niet voor zending voelt", er „niets in ziet". Als je de zeven brieven aan de ge-meenten van Klein-Azië leest, treft het je, dat de gemeente van Filadelfia de enige gemeente is, die niet een bepaalde berisping van de Heere krijgt (Openb. 3 : 7-13). En kijk, juist van deze gemeente alleen, die gemeente met haar „kleine kracht", wordt vermeld dat zij zending bedrijft. Van de andere zes niet maar aan de gemeente van Filadelfia heeft Christus een geopende deur gegeven!

Zo'n geopende deur gaf Hij ook aan Antiochië. Wat een plechtig, ontroerend moment zal dat geweest zijn, toen de profeten de handen op de hoofden van Saulus en Barnabas legden, waarschijnlijk in het bijzijn van de gehele gemeente. Wat zal er in Saulus zijn omgegaan! Zijn hart moet wel boordevol stille verwondering geweest zijn over d.e onbegrijpelijke trouw des Heeren, die nooit laat varen, wat zijn hand begon.

Zou de twee mannen nog iets toegezongen zijn? Als dat zo is, dan kan deze gemeente heel wel, ofschoon met andere woorden en melodie, gezongen hebben wat wij onze zendingsarbeiders meestal toezingen:

De Heer zal u steeds gadeslaan, Opdat Hij in gevaar, Uw ziel voor ramp bewaar'; De Heer 't zij g' in of uit moogt gaan, En waar g' u heen moogt spoeden, Zal eeuwig u behoeden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1968

Daniel | 16 Pagina's

HET WOORD GAAT VOORT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1968

Daniel | 16 Pagina's