Uit de praktijk van het maatschappelijk werk
Om het maatsch. werk toe te lichten, volgen nu nog enige gevallen uit de praktijk van het algemeen maatsch. werk. Deze voorbeelden vormen maar een gering deel van het maatsch. werk. Een maatsch. werkster bij de Raad voor de Kinderbescherming, of bij het Consultatiebureau voor Alcoholisme, of bij een Stichting, die de ongehuwde moederzorg behartigt, enz. heeft altijd met speciale gevallen — hun tak van dienst betreffend, — te maken.
Gezinsverzorging
De meisjes in de groene jurken met witte schorten zijn jullie, denk ik, allen wel bekend. Vrijwel overal in ons land zowel in de stad, als in de dorpen, werken gezinsverzorgsters. Meestentijds helpen die meisjes in gezinnen, waarvan de huisvrouw door ziekte niet in staat is haar huishouding te verzorgen. De hulp van die meisjes betekent meestal een uitkomst, want vader kan rustig naar zijn werk gaan, omdat er voor zijn vrouw en kinderen wordt gezorgd.
medi-Dit is dan een hulpverlening op sche indicatie.
In sommige gevallen echter wordt een gezinsverzorgster niet op medische indicatie geplaatst, maar op sociale. Zij komt dan niet in een gezin, waarvan de huisvrouw door ziekte niet in staat is haar huishouding te verrichten, maar zij komt dan in een gezin, waarvan de huisvrouw niet bij machte is haar huishouding goed te verzorgen.
Hier volgt een voorbeeld.
Via de diakonie ontving de maatsch. werkster het verzoek om het gezin X te bezoeken. Mevrouw X had geld voor levensonderheid gevraagd, omdat haar man haar had verlaten. Men kon nu wel zonder meer geld geven, maar men vroeg zich af, hoe het gekomen was dat de man was weggegaan zonder geld voor zijn gezin achter te laten.
Het gezin X had drie kinderen, resp. 4 en 2 jaar en 8 maanden oud. De man werkte op een machinefabriek en had altijd daar gewerkt vanaf zijn schooltijd.
Bij mijn bezoek bleek, dat het in de woonkamer — al was het al 11 uur — een grote rommel was. De 4-en 2-jarige kinderen zagen er slordig uit. Alsof zij nog niet gewassen waren. De baby lag schoongewassen in het ledikantje.
Uit een gesprek vernam ik, dat mevrouw X direkt na schooltijd naar een wasserij was gegaan. Als zij van haar werk thuiskwam, had zij niet veel zin meer om iets te doen voor haar moeder. Haar moeder had haar ook niet aangezet cm eens mee te helpen met de huishouding. Zij was heel jong, toen zij haar man had leren kennen
wordt dan meteen het onderwerp van dit artikel): Beweegt de gemeente zich in de lijn van de Heilige Schrift, wanneer zij zegt dat, gezien de tijd waarin wij leven, jeugdwerk geboden is?
Gevaar.
Aan het beantwoorden van deze vraag kleeft een groot gevaar. Wanneer je iets wilt gaan verdedigen dat langzamerhand al ingeburgerd en „gegroeid" is, loop je het gevaar dat heel snel af te doen met een aantal geschiktlijkende teksten en bijbelgedeelten en te zeggen: „Nu, zie je wel, daar staat het dat de kerk aan jeugdwerk moet doen!" In dat geval span je de bijbel voor jouw karretje en dat is radicaal fout. Ik hoop me ervoor te wachten deze fout te maken en wil mijn betoog niet gaan „ophangen" aan een aantal „jeugdwerkteksten". Ik zou daarom liever niet spreken van een bijbelse fundering van het jeugdwerk, maar van de bijbelse plaats van het jeugdwerk.
Wat gaan we doen? Het kan niet anders of we moeten eerst samen gaan zien wat nu de gemeente eigenlijk is. Daarna letten we op de jeugd binnen die gemeente om tenslotte te zien waar, in het licht van de Schrift, de plaats van het jeugdwerk is.
De gemeente.
God schiep deze wereld om Zichzelf, tot Zijn eer, opdat wij Hem zouden dienen. We vinden dat in art. XII van de Ned. Geloofsbelijdenis zo mooi terug. Lees dat er eens op na.
Wij hebben echter de dienst van satan verkozen en zegden God de dienst op. Wij deserteerden. Daarmee laadden we een onnoemelijke schuld op ons en werden we dienstknechten der zonde. Meteen was de schepping Gods, geschapen om zijn Schepper te dienen, van haar schone harmonie beroofd.
Toch bleef de Heere ook na de zondeval de mens opeisen tot Zijn dienst.
Dat mocht Hij doen. Alleen: Hij liet het er niet bij. Hij beloofde terstond herstelling en verzoening. Meer nog: Hij bewerkte die herstelling en verzoening ook in Zijn Zoon Jezus Christus: „God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende". Nu laat Hij dat ook verkondigen: „Laat u met God verzoenen!" Ja, nog meer: Hij laat het niet aan de mens over om in die verzoening te delen, maar zendt zijn Heilige Geest om dat te bewerken en om de mens weer „dienaar Gods" te maken. Hoewel de Heere alle mensen blijft aanspreken doet hij dit toch vooral de mensen binnen de kring van Zijn gemeente. De grens van die gemeente is de Heilige Doop. Daardoor annexeert Hij als het ware een stuk terrein van satan (dat in wezen Zijn terrein is) en zegt tegen een aantal van zijn dienaars: „Je wordt vermaand en verplicht om dienaar Gods te zijn. Je staat onder mijn bevel en Ik wil je maken wat je moet zijn". Zo is de gemeente Gods arbeidsterrein, Gods kazerne a.h.w. Daar roept Hij niet alleen tot dienst — ook telkens opnieuw door zijn Woord — maar daar maakt Hij door de Heilige Geest ook werkelijk van dienaars van satan dienaars Gods.
De jeugd.
In deze situatie leeft ook de jeugd van onze gemeenten. Bij de doop roept de Heere ons heel persoonlijk tot Zijn dienst. Door zijn Woord komt Hij daar telkens weer op terug. Voor elk van ons geldt het daarom: — meer dan voor „hen die buiten zijn" — „Dient de Heere". Dat betekent kort en goed dat je niet mag doen wat je zelf wilt, dat je je hebt te gedragen naar Gods wil en Zijn bevelen hebt te gehoorzamen. En je weet: Die bevelen — ze zijn niet zwaar — strekken zich uit over het gehele leven.
Nu is het zo, dat een jongen die „onder dienst" gaat wel vanaf de eerste dag soldaat genoemd wordt, maar het dan nog lang niet is. Er volgt een tijd van oefening. Daarna pas mag hij de naam „soldaat" werkelijk dragen. Sommigen worden misschien nooit echt soldaat en anderen deserteren. (Breng dit eens over op het beeld van de gemeente!) Maar hoe het ook zij, oefening in en vorming tot de dienst is nodig.
In de gemeente is dat ook zo. Daar wil de Heere zelf mensen vormen tot dienaars Gods en ze oefenen in de strijd. Denk eens aan mensen als Mozes, David, Daniël, Paulus! Wat zijn ze geoefend voor de Heere ze op hun post riep.
Het middel dat Hij hiertoe gebruikt is: het Woord, waardoor de Heilige Geest van dienaars van satan — bij de doop al geroepen dienaars Gods te zijn — ook werkelijk dienaars Gods van ons kan maken. Daarom moet het Woord van God centraal staan bij alles wat de gemeente doet, opdat er zo ook vandaag mensen gevormd worden tot de ware dienst van God.
Het Oude Testament.
Wanneer we letten op de vorming van jon-
en waren niet lang na de kennismaking getrouwd. Zij kwam uit een plaats uit de omgeving.
De eerste tijd na het trouwen ging alles goed. Ook nadat de eerste baby zich had gemeld. Zij vond tijd om alles naar behoren te verzorgen. Haar man was heel goed voor haar in die tijd en hielp haar, als het nodig was, mee.
Ook nadat het tweede kind was geboren, kon zij het aan.
Vanaf de geboorte van de derde was het echter mis gegaan. Zij had zich de eerste tijd na de geboorte heel niet in orde gevoeld en was nu nog niet goed. Hier zag de vrouw naar uit, want zij zag heel bleek.
Met de luierwas van de baby er weer bij, wist zij nu niet meer klaar te komen. Des morgens kan zij niet goed op gang komen en kwam eenvoudig niet meer klaar.
De eerste maanden na de geboorte van de kleine hielp haar man haar des avonds fijn mee. Hij waste de twee oudsten en legde hen op bed, terwijl zij de jongste hielp. Hij droogde de vaat.
Van lieverlede verminderde zijn hulp en bromde hij gedurig op haar, dat het zo'n rommel was bij haar en waarom zij zo vaak des avonds nog veel moest opruimen, of de was ging doen.
Dit maakte haar steeds zenuwachtiger en dit had tot gevolg gehad, dat zij helemaal niet meer wist klaar te komen. De kinderen werden steeds drukker. De vierjarige kon — wegens plaatsgebrek — nog niet naar de kleuterschool.
En nu was haar man na een ruzie, waarin hij haar weer verweten had, dat het zo'n rommel was en dat het bij zijn moeder nooit zo was geweest, weggegaan. Mevrouwtje X wist zich geen raad. Zij kon niets meer en het leek wel, of er geen werk uit haar handen wilde komen. Tijdens het gesprek kon ik uit haar woorden opmaken, dat zij veel verdriet had over het vertrek van haar man en dat zij vurig hoopte, dat hij weer terug zou komen. Hij was twee dagen weg. Schulden had zij niet gemaakt.
Uit het vorenstaande zult u begrepen hebben, dat mevrouw X door het feit, dat zij nimmer goed onderricht in het voeren van een huishouding gehad had, niet bij machte was, nu zij drie kinderen had, haar werkzaamheden zo in te delen, dat zij goed klaar kon komen. Daar kwam ook nog bij, dat zij, naar mijn mening, niet veel kracht had. Zij had immers verteld, dat zij na de geboorte van de jongste nog steeds niet in orde was geweest. Als iemand niet fit is, wil het werk meestentijds niet vlotten.
Het derde punt was, dat de houding van haar man haar neerdrukte. Was hij haar blijven helpen, mogelijk, dat zij het dan steeds beter aangekund had.
Tot slot kwam daarbij nog het feit, dat de kinderen vervelend en moeilijk waren. Deze kinderen bemerkten iets en hun reaktie was, dat zij ongehoorzaam werden. Moeder kon hen niet meer aan.
In dit geval zou nu een gezinsverzorgster op sociale indicatie (dus om sociale redenen) op haar plaats zijn.
Toen ik met mevrouw X die mogelijkheid besprak, was zij eerst afwijzend, want dat mens zou dan zien, dat het zo'n bende was bij haar.
Ik heb haar verteld, dat die gezinsverzorgsters dit niet zouden zeggen, maar dat zo'n meisje haar juist graag zou willen helpen om de huishouding zo gemakkelijk mogelijk te doen. Zelfs zo, dat zij in staat zou zijn geheel klaar te zijn, als haar man des avonds zou thuis komen van de fabriek.
Van lieverlede stemde zij toe, dat zij het prettig zou vinden, als zij een gezinsverzorgster zou kunnen krijgen. Zij zou dan zeker goed opletten, hoe zij doen moest. De zwarte kant was echter nog haar man. Zou hij weer terug willen komen? Zij wist, dat zij de laatste tijd heel kribbig en kort tegen hem was geweest en dat het altijd een bende was.
Verder heb ik haar aangeraden naar de dokter te gaan. Eén van de buren zou zeker wel even willen oppassen. Mogelijk, dat zij iets kreeg, waardoor zij zich beter zou gaan gevoelen.
Aan de werkgever van de man heb ik toen verzocht, of deze hem wilde vragen na fabriekstijd bij mij te willen komen. Meestal gebeurt dit niet via de werkgever, maar, omdat ik het adres van de man niet wist en ik hem toch spoedig wilde spreken, heb ik op deze manier kontakt opgenomen.
De man kwam inderdaad. Hij begreep natuurlijk, waarom ik hem wilde spreken. Ik liet hem eerst uitpraten. Hij had heel veel op zijn vrouw aan te merken. Als zijn ouders nog geleefd hadden, zouden zij ook zeker hem gelijk gegeven hebben, dat hij was weggegaan. Hij vond het wel vreselijk voor de kinderen, maar om altijd in een bende te huizen met een kribbige vrouw, daar gevoelde hij niet voor. Hij ging ook beslist niet meer terug. Er zijn hem, nadat hij uitgespuid had,
enige vragen gesteld, n.1. of hij, toen hij trouwde, wist, welke bekwaamheden ten opzichte van de huishouding zijn vrouw had; of hij altijd veel had meegeholpen; of hij de laatste tijd veel had gedaan en of zijn vrouw wel gezond was.
Deze vragen hem zo gesteld, hadden tot gevolg, dat hij radikaal veranderde. Hij had de situatie nimmer van d.ie kant bezien en ten laatste bemerkte ik een gevoel van schaamte, dat hij de laatste tijd niets had gedaan om zijn vrouw te helpen. Hij gevoelde zich zelf de schuldige worden.
Beschaamd vroeg hij, of zijn vrouw hem nog zou willen ontvangen.
Ik heb hem geadviseerd zo spoedig mogelijk naar zijn huis te gaan en dat ik in de loop van die avond even zou komen praten.
Toen ik des avonds kwam, zag ik direkt, dat man en vrouw beiden er anders uitzagen. Zij vertelden, dat zij helemaal opnieuw alles wilden proberen. De man zou zijn vrouw zeker helpen.
De vrouw zou ook naar een dokter gaan. Het was niet goed van haar geweest, dat zij niet gegaan was, maar zij zag overal tegen op. Mijnerzijds heb ik beloofd te trachten een gezinsverzorgster in te schakelen en dat ik kontakt met hen wilde onderhouden, hetgeen op prijs werd gesteld. Dit gezin had het naar de kerk gaan laten gaan. In het begin van hun trouwen gingen zij wel, maar naderhand nooit meer. Van huis uit waren beiden gewend geweest te gaan. Het in een andere omgeving wonen had er mede toe geleid, dat, hetgeen het belangrijkste zou moeten zijn, achterwege was gebleven. Nu durfden zij niet goed meer. Biden vonden het goed, dat ik de dominee zou vragen hen een bezoek te brengen.
Hoe gaat het nu met dit gezin?
Via de leidster van de gezinsverzorging kreeg het gezin X spoedig een flinke gezinsverzorgster, die mevrouw X geleerd heeft, hoe zij haar huishouding goed kon regelen. Na drie maanden was die hulp niet meer nodig, want zij kon het zelf aan. De gezondheidstoestand van mevrouw X was veel beter geworden. Zij had van de dokter staaltabletten gekregen, die zij hard nodig had. Haar energie was veel groter geworden.
Nu zij de huishouding aan kon, had zij meer tijd over om aandacht aan de kinderen te besteden. De 4-jarige ging naar de kleuterschool. Zij waren nu niet meer ongezeggelijk.
De man hielp zijn vrouw, wat hij kon.
De verhouding tussen hen is prima. De vrouw volgt een eenvoudige naaikursus. Van de kinderbijslag hebben zij een tweedehands naaimachine gekocht en mevrouw X naait nu zelf kinderkleertjes. Daar kan zij tijd voor vinden.
De gehele sfeer is veranderd. De dominee heeft hen bezocht en omdat het echtpaar gevoelde, dat hun levenswijze niet juist was, is ook hierin verandering gekomen. Zij gaan nu regelmatig naar de kerk en ook naar de catechisatie. Geen van beiden waren lidmaat.
Dit gezin is gelukkig bij elkaar gebleven. Het gebeurt in vele gevallen, dat er een breuk is, die niet te helen valt. In die gevallen zijn er vaak zulke diepgaande verschillen wat betreft de houding ten opzichte van elkaar.
Het valt mij echter op, dat in vele gevallen de gezinnen geen enkel houvast hebben in hun leven. Hierin komt dan kennelijk uit, dat wie God verlaat, smart op smart zal ervaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1968
Daniel | 16 Pagina's