Een blik achter de schermen
In een van de laatste nummers hebben we gepoogd vanuit enkele kernteksten een paar hoofdlijnen te trekken voor een verantwoorde zondagsviering. Dit in het bijzonder met het oog op het reizen op zondag.
Nadat hiermee het onderwerp afgesloten is, krijgen we nog een brief van een beroepsmilitair die, ouderling in een van onze Gemeenten in een garnizoensplaats, zich al vele jaren lang heeft ingezet voor de belangen van onze militairen. We ruimen daarom graag plaats in voor deze brief, omdat hierin vanuit de praktij k commentaar wordt geleverd op veel van wat in deze rubriek is geschreven. Natuurlijk is ook deze brief gekleurd door de ervaring van één bepaald persoon en om die reden beperkt, maar desondanks toch vanuit de ervaring van iemand die al 22 dienstjaren in het Leger achter de rug heeft, geruime tijd ouderling en vele jaren de man van „militaire zaken" in Daniël geweest is. Kortom, iemand die recht van spreken heeft en ons een beschamende blik achter de schermen geeft.
Futloze martelaars
Het reizen op zondag, schrijft hij, is al jaren lang een veel besproken onderwerp in onze kringen en wat in deze kolommen is geschreven zijn bepaald geen nieuwe geluiden; die werden vroeger ook al gehoord. Niet ontkend kan worden dat veel jongens onaangename ervaringen opdoen met en in de militaire dienst. Alleen jammer, dat er zoveel onjuiste mededelingen worden gedaan en doorgegeven. Bijzonder jammer is het, dat het onze jongens aan goede voorlichting ontbreekt, vóórdat ze in dienst gaan. Maar niet alleen de voorlichting, vooral ook de belangstelling ontbreekt waar de jongens straks terecht zullen komen. Men hoort wel veel gepraat in onze kringen en dan wordt het vaak zo voorgesteld alsof onze jongens een soort martelaarsrol in het Leger moeten vervullen. Letterlijk zegt hij: „Ik heb in de loop der jaren tientallen jongens uit onze Gemeenten in het Leger zien komen en ik ben vaak diep in hen teleurgesteld. Helaas zijn de
meesten futloos en principeloos, bang om voor hun opvattingen en godsdienstige overtuiging uit te komen. Hierin moet dan ook de oorzaak worden gezocht dat velen moeilijkheden ondervinden met het reizen op zondag en de vaccinatie. Ik heb nog nimmer een jongen ontmoet die door zijn meerderen , , in een hoek werd geschopt" als hij eerlijk en oprecht voor zijn belijdenis en opvoeding uitkwam. U moet niet denken dat ik het Leger idealiseer, verre van dat, maar we dienen de zaak toch wel juist te zien." (is dat principe-loos niet te sterk? v. M.). En dan zegt hij dat naar zijn mening er misschien één op de tien jongens uitkomt voor hetgeen hem. in huis en kerk is geleerd.
Pijnlijke ervaringen
„Al jaren lang ben ik aanwezig bij de begroetingssamenkomsten van de geestelijke verzorging wanneer een nieuwe lichting opgekomen is, om onze jongens namens de Gereformeerde Gemeente welkom te heten. (Onze Gemeente zorgt voor vervoer naar de kerk en de gezinnen waar het weekend doorgebracht kan worden). Via de legerpredikant weet ik hoeveel jongens uit onze Gemeenten zijn opgekomen. Steeds is het weer teleurstellend te moeten vaststellen, dat er zijn die zich niet bij ons vervoegen, maar wegkruipen in de hoop dat we hen zullen vergeten. Later, in een gesprek, merk je duidelijk dat het hen spijt dat wij weten dat ze er zijn. Zo'n gesprek heeft dan ook meestal weinig resultaat, ze worden liever vergeten, dat komt hen veel beter uit. Ik heb dat verschillende keren meegemaakt. Toen ik een enkele keer later familie of ouders sprak werd er over geklaagd dat de dienst die jongens zo veranderd had. Ik geloof echter dat niet de dienst, maar d.ie jongen zelf de schuld draagt van die verandering.
Enkele keren heb ik ouders van militairen op de hoogte gebracht van het gedrag van hun zoon in en buiten de kazerne, nadat vele gesprekken en waarschuwingen niet meer hielpen. Het zal u misschien vreemd lijken, maar in de meeste gevallen heb ik taal noch teken van de ouders teruggekregen. Soms bleek wel dat de ouders het met hun jongen hadden besproken, maar het als een lachertje hadden opgevat. In al deze gevallen schreef ik uiteraard niet als militair, maar als lid van de kerkeraad na bespreking op de kerkeraadsvergadering.
Het grootste deel van onze militairen reist op zondag. Tien a vijftien jaar geleden was dat anders. Er is een duidelijke verandering van opvatting op dit punt te zien in onze Gemeenten."
Jongens, ouders en kerkeraden
„Niet de jongens zelf, maar in de eerste plaats de ouders en kerkeraden zijn de schuld van deze gang van zaken. Men ziet bij hen niet die belangstelling en dat verantwoordelijkheidsbesef, die men van hen zou mogen verwachten. De meeste jongens zijn op het moment dat ze in dienst gaan nog minderjarig. Laten ouders, maar ook kerkeraden, beseffen dat zij dan nog de verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van hun kinderen en doopleden/leden. Als ouders de commandant van hun zoon schrijven hoe zij graag willen dat b.v. het weekendverlof wordt doorgebracht, dan zou de uitkomst wel eens heel anders kunnen zijn. Ik heb daarvan voldoende bewijzen. Bovendien wordt dit de ouders heel gemakkelijk gemaakt, want bij opkomst wordt hun door de commandant een brief gestuurd waarop ze via een antwoordstrook hun wensen kunnen kenbaar maken. Eveneens kan dit gebeuren op het formulier geestelijke verzorging dat de dienstplichtige al voor opkomst krijgt thuisgestuurd en dat voor minderjarigen door de cuders moet worden ingevuld, 't Is te hopen dat alle ouders beseffen dat ook hun kind is geschapen voor de eeuwigheid. In dat besef zal het toch geen lichte zaak zijn, waarheen je kind gaat. Datzelfde geldt voor de kerkeraden. Hoeveel kerkeraden geven bericht dat een lid van hen in dienst is gegaan aan de Gemeente in de plaats van opkomst? Ik heb dit jarenlang nagegaan en gecontroleerd. Het resultaat: één op de twintig! (vraag van ons: zouden ouders hun eigen kerkeraad meestal in kennis stellen? ? Hoe komt de kerkeraad anders op de hoogte? vM). Van harte ben ik het eens met de leider van het Militaire Tehuis in een vorig nummer. Waar zijn onze jongens met dagsluitingen in kazernes en Tehuizen? Helaas heb ik al heel vaak geconstateerd, dat zij daar zijn waar wij hen beslist niet zullen sturen, zoals bij film-, cabaret-en toneelvoorstellingen en dergelijke gelegenheden."
„H et" kader
Kwalijk vindt de schrijver ook, dat er zo generaliserend over het kader wordt ge-
sproken. Natuurlijk zullen er wel eens moeilijke figuren bij zijn, maar niet ieder - een mag over dezelfde kam worden geschoren. „Ik weet heel zeker dat in het Leger zowel bij officieren als onderofficieren er respect is voor jongens die eerlijk en oprecht voor hun overtuiging uitkomen. Die jongens die zullen ervaren wat God in zijn Woord zegt: die Mij eren zal Ik eren, maar die Mij versmaden zullen licht geacht worden".
Toepassing
Zoals je ziet windt de schrijver er geen doekjes om. Daardoor zal hij niet iedereen aangenaam zijn. Misschien is hij wel eens erg teleurgesteld en zegt het daardoor wat te ongenuanceerd. Maar aangenaam of niet, het kan alleen maar nuttig zijn als we hiermee „tot onszelf inkeren".
Natuurlijk is de militaire dienst bij uitstek een plaats waar onze jongens „op de tocht" komen te staan. Hier springen de moeilijkheden eruit. Maar het is natuurlijk niet alleen in dienst, 't is evenzeer van toepassing op de andere sectoren van ons leven: op ons werk, in onze vrije tijd en waar dan ook. Het gaat daarom niet alleen om onze militairen, maar cm onze hele jeugd. Overal staan we eigenlijk op de tocht, want steeds staan we midden in een God-vijandige wereld. En dan rijst onwillekeurig de vraag: „schort er soms iets aan de christelijke opvoeding in onze gezinnen? "
Als het waar zou zijn (we werken maar liever niet met percentages) dat het merendeel van onze jeugd liever anoniem wil blijven, liever niet als christen of als christelijk opgevoed mens herkend wil worden, er kennelijk geen moeite mee heeft onder te duiken in de massa, als het waar zou zijn dat dit voor het merendeel van onze militairen geldt (en waarom dan ook niet voor de jeugd in z'n geheel, op al die onbeschermde plaatsen buiten de beslotenheid van het gezin, het dorp, de Gemeente? ) als dat waar zou zijn, wat mankeert er dan toch aan onze opvoeding? We spreken daarom liever niet over de schuld van ouders en kerkeraden, maar over de oorzaak van het verschijnsel. Is het misschien zo, dat meer aandacht in de opvoeding wordt besteed aan nette manieren, aan de voorbereiding op een goedbetaalde baan, aan het trouw navolgen van wat vader en moeder vragen, aan de duizend-en-één goede dingetjes van een net burgerlijk en kerkelijk leven dan aan het feit dat onze kinderen straks zelfstandig in het leven moeten komen staan. Dat het er vooral om gaat dat ze straks als p e r s o o n-1 ij k-v erant w oordel ij ke mensen hun leven vormgeven. Iemand heeft eens gezegd: 't gaat om de vorming van het geweten. Daar is misschien wel wat op af te dingen, maar het drukt goed uit het persoonlijke; te weten een eigen verantwoordelijkheid te dragen voor je leven, omdat je èn nu èn straks met God in rekening staat en je voor Hem moet verantwoorden. Dat besef, die bewustheid waait een jonge mens natuurlijk
niet aan op de d.ag waarop hij trouwt (de trouwdag is duidelijk de start van het eigen leven), of op de dag dat ie in dienst gaat, dat moet hij hebben geleerd in de loop der jaren, bij stukjes en beetjes weliswaar, maar dan toch bij steeds groter wordende stukken en beetjes. Dominee zei pas in een preek: opvoeden is loslaten. Als een klein kind leert lopen, wordt het steeds meer losgelaten. Niet ineens, geleidelijkaan werkt moeder daar naartoe. Zo ook moet het „groot" worden. Volwassen worden, zelfstandig worden, je persoonlijk verantwoordelijk weten, dat gebeurt natuurlijk ook niet van de ene dag op de andere. Daar moet je naar toe groeien. Dat is een proces. Maar, daarvoor heeft de jonge mens echter ook een groeiende v r ij h e i d nodig. Zwemmen leer je niet op het droge, pas na veel oefenen mag je in het diepe bad. Vrijheid om te oefenen. Dat betekent steeds een beetje meer losgelaten worden. Maar, het toenemen van de v r ij h e i d moet gepaard gaan met een toenemen van het eigen verantwoordelijkheidsbesef.
Lukas 1 : 24-38 Deut. 34 Een jongen Dinsdag die 24 in december dienst gaat, slaat over de kop als hij ineens de volle vrijheid krijgt, Lukas als hij 1 : niet 39-56 geleerd Lukas heeft 1 : steeds 57-80 meer op eigen benen te staan, in toenemende Woensdag mate verantwoordelijkheid 25 december te dragen voor de vrijheid die zijn ouders hem schonken. Lukas 2 : 1-20 Joh. 1 : 1-18
We beseffen dat je deze dingen makkelijker kunt Donderdag schrijven 26 dan december in praktijk brengen. Matth. Vrijheid 2 : schenken 1-15 is Joh. vertrouwen schenken. En niet ieder kind kan evenveel 1 : 19-34 aan. Toch Vrijdag dachten 27 december we dat hier een paar oorzaken liggen, al blijft staan dat de beste opvoeding Jesaja 9 geen garantie is voor Jesaja suc-11 ces. 't Is geen wasmiddeltje. Gelukkig zijn die ouders Zaterdag die hun 28 december kindern in hun gebeden overgeven aan de God van het Verbond, Psalm die Zijn 89 zegen : 1-38 belooft aan Psalm hen die 72 zich van Hem afhankelijk weten en daarnaar ook leven.
Gelukkig de jeugd die de vreze des Heeren in het leven van hun ouders herkennen.
Bleulandweg 298 Gouda
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1968
Daniel | 16 Pagina's