JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Br. H. F. Kohlbrügge

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Br. H. F. Kohlbrügge

4 minuten leestijd

We vervolgen hier de lezing welke gehouden werd op de Kontaktmiddag van vorig jaar.

— 3 —

De tijd die daarop volgde beleeft hij zijn tweede bekering, in het streven naar heiligheid, doch aan Mozes' hand. Dit heeft hem in een weg gebracht waarin het hem een wonder is geworden dat hij niet vergaan is. Toen hij zo diep gezonken lag ver beneden de duivel, is hem de Heere ontmoet uit Rom. 7 : 14: Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk — verkocht onder de zonde." „Hier ben ik (zo schrijft hij) er onder uit gekomen als bij een oorlapje uit de muil des satans." Doch toen het de Heere behaagde Christus' gerechtigheid aan hem te openbaren, toen leed z ij n gerechtigheid een totale schipbreuk.

Daar is de Heere hem nogmaals verschenen met deze woorden: „Gij zijt om niet verkocht, gij zult om niet gelost worden. Gij zijt zoals gij zijt heilig." Onverwacht en ongedacht heeft hij afstand mogen doen van zijn bekeerd zijn, van zijn vroomheid, van zijn Godsbeschouwing van de wet, en van zijn heiligheid. Het heeft hem dronken gemaakt van troost. Hij beloofde de Heere wanneer Hij hem ooit weer de kansel zou doen beklimmen, hij aan ieder die het horen wilde zou verkondigen dat alleen goddelozen gerechtvaardigd worden en geen vrome mensen. Dat dit weer konsekwenties had voor de zo zeer beproefde dienstknecht laat zich verstaan.

Door zeer velen werd en is hij nooit begrepen. Die hij eenmaal tot zijn vrienden rekende, o.a. Izaak da Costa, beschulddigden hem van antinomianisme, mensen voor wie de wet had afgedaan. Niets is echter meer onjuist geweest dan dat. Hij had door genade geleerd zijn reinigmaking en zaligheid buiten zich te zoeken en vinden in de geheel enige Wetsvolbrenger Jezus Christus.

In het stuk der dankbaarheid was het zijn zielewens om volwaardig 't pad van Gods geboden te lopen. Zestienmaal had Kohlbrügge in Nederland op de kansel gestaan toen hij daar voorgoed naar beneden gehaald werd. Precies zestienmaal had hij in Elberfeld gepreekt toen hem na alle bovengenoemde verwikkelingen ook daar de kansel ontzegd werd en hij voor de tweede maal dan op straat stond.

Op 4 jan. 1834 keert hij Elberfeld de rug toe om naar Utrecht terug te keren, bij welke gelegenheid de Heere door middel van een oude vrouw hem vertroostte uit Ps. 113: „Hij richt de geringe uit het stof op om te doen zitten bij de prinsen des volks."

In okt. daaraan volgend trouwt hij voor de tweede maal, nu met Urseline Philippine Baronesse Verschuer uit Nijmegen. Hij heeft in haar een uitnemende vrouw gehad. Om niet in conflict met de kerk te geraken was er niet één dominé die hun huwelijk wilde of durfde bevestigen. De burgemeester heeft bij het sluiten van de huwelijksacte een gebed gedaan. Eén kind, een dochter Ansje, werd hun geschonken, die later getrouwd is met een Weense hoogleraar, Eduard Böhl, die in de geest van Kohlbrügge een dogmatiek geschreven heeft.

Na menige botsing met de afgescheidenen van die tijd over leer, vaccinatie, verzekering enz. sterft zijn grootmoeder die veel voor zijn geestelijke vorming betekend heeft. Nog geen jaar later, in 1836, overleed ook zijn moeder.

„Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen." In 1844 probeert men te vergeefs Kohlbrügge professor in de oosterse talen te maken.

Een drukke briefwisseling onderhield hij, waarin hij voor velen een uitnemend zielszorger was.

Op 14 aug. 1845 verlaat hij op medisch advies Nederland. Zijn vrouw en 10-jarige dochter Anna reisden mee. Over Nijmegen via Kleef ging de reis naar 't bekende Elberfeld. Daar aangekomen trof hij de kerk in een treurige toestand aan.

's Zondags na Pinksteren begon hij in zijn eigen huis godsdienstoefeningen te houden, waarbij ± 35 personen aanwezig waren. Al heel spoedig kwamen meerderen. Het was een geweldige opleving in het dal, zo schrijft hij. In een gehuurde zaal met meer dan 400 zitplaatsen is menigmaal iedere plaats bezet en kregen de oude psalmen eerherstel. Op zijn verzoek op 2 nov. 1846 werd hij na een pittige discussie waarbij enkele predikanten aanwezig waren, o.a. Krummacher, Ball, Künzel, en enkele ouderlingen in de Gemeente Elberfeld als lid opgenomen, alsook zijn vrouw. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1968

Daniel | 16 Pagina's

Br. H. F. Kohlbrügge

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1968

Daniel | 16 Pagina's