Gij komt gewis
(1)
Wie baant de wegen die wij volgen moeten, zo raadselvol, zo dwaas voor ons verstand? teidt steeds verder onze moede voeten, door wildernissen en door stoffig zand? Ik kan niet zien waar ik nog eens beland. werpen m' in de kuil om daar te sterven. Ik kon niet klaiitren langs cïc steile kant. Mijn ziel was diep geroerd tot in haar nerven, Nu moet ik met die vreemden verder zwerven. Ik ben verkocht door afgunst en door haat. Mijn schone toekomst brak in duizend scherven. Wie zal mij redden uit die lage staat? Op wie zal 'k steunen als mijn toeverlaat? Betoon, o God, dat Gij de Leidsman zijt, Die met Uw kindren door de diepte gaat. Gij komt gewis tot hem die U verbeidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1968
Daniel | 16 Pagina's