Een bittere pil voor de paus
We willen graag aan jullie doorgeven, de brief aan paus Paulus VI die geschreven is door ds. H. J. Hegger. De nood van de ex-priesters in Italië en Spanje wordt speciaal onder de aandacht van de paus gebracht.
„1 Jan. — Dag van de vrede."
„In uw radiorede van 15 december j.1., waarin u de wereld opriep om voortaan de eerste januari van elk jaar te vieren als een „dag van de vrede", hebt u gezegd: „De vrede kan niet gebaseerd zijn op een valse retorica van woorden (—), die dienen om partikuliere belangen te verbergen". Ik ben het daarin volledig met u eens. Maar mag ik u dan wijzen op uw eigen gedrag dat in tegenspraak is met uw oproep tot vrede? Terecht wijst u op het enorme leed dat door de oorlog veroorzaakt wordt, leed op allerlei gebied, dood, ziekte, zielsverdriet in allerlei vormen van wanhoop, angst en vertwijfeling. En terecht roept u de machthebbers in deze wereld op om al het mogelijke te doen om dat leed weg te nemen of althans te verzachten.
10000 ex-priesters in Italië.
Maar tezelfdertijd bent u door de harde wetten waaraan u blijft vasthouden, oorzaak van onnoemelijk veel leed op allerlei terrein. Waarom blijft u vasthouden aan de bepaling van het verdrag van de Italiaanse regering, waardoor het voor een ex-priester onmogelijk is om een publieke betrekking te bekleden? U weet toch zeker ook, dat er minstens 10.000 ex-priesters in Italië zijn.
Enkele rampzalige gevallen.
U zult vroeger als aartsbisschop van Milaan hun leed toch van nabij hebben meegemaakt. Moet ik u vertellen van de voorbeelden van priesters die bijna omkomen van de honger? Moet ik u vertellen van die ene priester in Napels, waarvan ik nog maar pas hoorde: hij heeft alleen maar een bed onder een trap. Dat is zijn verblijf. Overdag zwerft hij door Napels op zoek naar werk. Hij heeft nu in de decembermaand tijdens de feestdagen wat kunnen verdienen als kruier. Maar nu is dat ook al weer afgelopen. En weer zwerft hij door Napels, waar het ook in de winter koud kan zijn. Zijn hok onder de trap is immers geen kamer orn overdag te vertoeven. Moet ik u vertellen van die vrouw van een priester die haar eer ging verkopen, omdat ze wanhopig werd van de honger? U weet toch ook dat vele ex-priesters in Italië aldus tot zelfmoord worden gedreven. U weet toch zeker van priesters die zich in de Tiber verdrinken, vlak onder de muren van uw vatikaanse paleis; die zich onder de trein werpen, zoals destijds in Genua; en van die ene jonge priester die zich in Parma ophing aan het klokketouw van zijn kerk. Het was alsof hij de noodklok wilde luiden over het ontzettende verdriet van priesters en ex-priesters in Italië."
Bedreiging met militaire dienst.
„Vindt u het juist dat de ex-priesters in Italië door hun bisschop bedreigd kunnen worden met de militaire dienst, als zij openlijk hun stem zouden verheffen tegen het onrecht dat hun wordt aangedaan? En u weet wat de militaire dienst voor hen zal betekenen, daar het dan immers niet verborgen blijft dat ze priester zijn geweest en een voorwerp van verachting worden onder hun „kameraden".
Toestand in Spanje.
Waarom krijgen Spaanse ex-priesters die protestant geworden zijn van u nooit ontslag van de kerkelijke wet van het celibaat, wat tot gevolg heeft dat ze nooit een geldig burgerlijk huwelijk kunnen sluiten in Spanje, en waarom krijgen priesters die hun ambt hebben neergelegd, maar nog r.k. willen blijven dat wèl, zij het dan na veel moeite?
Zo maakt u toch gebruik van de Spaanse staat om protestant-geworden ex-priesters in uiterste moeilijkheden te brengen door hen de sluiting van een burgerlijk huwelijk onmogelijk te maken.
De Paus - de wijnstok?
In uw toespraak op het lekencongres dat van 11 tot 18 oktober 1967 in Rome gehouden werd, hebt u uzelf vergeleken met de wijnstok en hebt u gezegd, dat ieder die tegen u ingaat „vergeleken kan worden met de tak die verdort, omdat hij niet meer verbonden is met de stam waarvan hij de levenssappen ontvangt" (Vert. Kath. Archief 29 december 1967). Is dat misschien de reden, waarom u zo hardvochtig het leed van de ex-priesters in stand kunt houden?
Deze woorden zullen u wel niet aangenaam zijn, omdat het wellicht de stem van uw geweten is die daardoor spreken gaat.
Maar mag ik u dan wijzen op Catharina van Siena, die in de geschiedenis bekend is geworden door haar vrijmoedige, vermanende brieven die zij aan de toenmalige pausen richtte?
Mag ik u dan in herinnering brengen de woorden die zij heeft gehoord in een visioen, toen de Heere tot haar zou hebben gezegd: „Weet, mijn dochter, dat Ik ben die Ik ben en dat gij degene zijt die niets is". Als u deze woorden op u laat inwerken, dan zult u er misschien voor terugschrikken om u nog eens te vergelijken met de wijnstok met wie alle mensen verbonden moeten zijn om de levenssappen te ontvangen, omdat zij anders zullen verdorren."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1968
Daniel | 16 Pagina's