Balk en splinter
De tegenwoordige koers van de gereformeerde kerken verontrust bepaalde groepen in die kerken. Ze hebben samen, om hun verontrusting kracht bij te zetten, de landelijke vereniging van verontrusten in de gereformeerde kerken „Schrift en Getuigenis", opgericht. Zaterdag 5 oktober j.1. heeft die vereniging haar eerste landelijke bijeenkomst gehouden in Urk. De secretaris van de vereniging, de heer Schellevis, heeft n.a.v. die bijeenkomst een interview toegestaan aan het dagblad „Trouw". Enkele gedeelten van dat vraaggesprek zullen we overnemen, om een beter inzicht te krijgen in de reden van het ontstaan van die vereniging van verontrusten. Hoe en waarom is het allemaal begonnen?
Niemand zorgt voor mijn ziel.
De heer Schellevis: ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot theologische vraagstukken, dat is van jongsaf zo geweest. Ik zat in het bestuur van He jongelingsvereniging, ik ging naar de mannenvereniging, ik werd ouderling maar ik had eigenlijk steeds voor me zelf het gevoel dat er iets aan ons kerkelijk leven ontbrak. Ik kwam in de kerkeraad en ik heb daar gezegd dat ik er meer verwachting van had gehad. De geestelijke dingen kwamen niet genoeg aan de orde, de geestelijke belangen van de gemeente speelden te weinig mee. Dat is in 't algemeen zo in onze kerken. Het werk van de Heilige Geest, dat Hij woont en werkt in de gemeente komt veel te weinig uit. Ik heb het op huisbezoek meegemaakt, dat iemand klaagde: niemand zorgt voor mijn ziel! en daar hebben we d.e nood van velen: niemand zorgt voor mijn ziel Ik werd abonnee van Waarheid en Eenheid, (een persvereniging, die een gelijknamig blad uitgeeft, waarin men zijn ontstemming over de tegenwoordige koers van de geref. kerken lucht geeft). Ik las dat er in Harderwijk een vereniging van verontrusten was opgericht en toen schreef ik naar Harderwijk, dat ik daar wel lid van wilde worden. Maar dat kon niet, het was een plaatselijke vereniging. Toen hebben wij in Hilversum een vereniging opgericht.
Getuigenis.
Ik voelde me in de gereformeerde kerken niet meer thuis. Wat dan? Christelijk-gereformeerd worden? Dat ook niet direct, ik was tenslotte met hart en ziel ouderling. Wat moest ik? Zie, nu is het heus niet zo dat ik een stem uit de hemel heb gehoord, maar wel zie je duidelijk een lijn in je leven. Ik heb bedankt voor de kerkeraad, maar niet voor de kerk. Het werd me duidelijk, dat God zei: niet de kerk uit, maar je gaat getuigen!
We hebben om te beginnen een bericht opgesteld voor de kerkbode, waarin we vertelden dat 'de veranderde omstandigheden in onze gereformeerde kerken in ongunstige zin, de reden was dat de noodzaak werd ingezien tot samenbundeling van krachten om een dam op te werpen tegen het insluipend modernisme in die kerken ' Maar ze wilden dit niet opnemen. Het was propaganda voor een niet-kerkelijke vereniging, zeiden ze. Daarom heb ik een brochure geschreven en er zijn 500 exemplaren gratis van verspreid.
De brochure kwam, doordat de mensen die naar kennissen of familie doorstuurden, in het hele land, en overal vandaan kreeg ik reacties. En ze vroegen mij, wat ik destijds zelf aan Harderwijk vroeg: kan ik geen lid worden? We zijn toen overgegaan tot het oprichten van een landelijke vereniging, dat is gebeurd op 18 november 1967, in Amersfoort.
Modernisme.
„De vereniging telt nu 10 afdelingen en circa 1100 leden (o.a. prof. Van Riessen, dr. Arntzen, ds. Hegger, dr. Vreugendenhil). En iedere maand komen er zo'n 25 a 50 bij. Er zijn overigens veel meer verontrusten dan de vereniging telt. Er zijn er die de kat nog even uit de boom kijken, en vergeet ook niet dat er met name onder de dominees zijn, die aarzelen: je wordt er immers meteen op aangekeken. Het is bij die ene brochure van de heer Schellevis niet gebleven, er is ook een 'manifest van de zeven punten' de wereld ingestuurd. In dit manifest van de hand van de Wolfhezer arts L. Schut staan de
bezwaren van de verontrusten beknopt aangegeven. Ik citeer: 'We leven in een tijd van slapheid in de prediking, waarin de zonde en de eeuwige straf maar weinig worden besproken, maar waarin ook de blijdschap des geloofs wordt gemist. Omdat wie niet weet uit welke grote nood en dood hij verlost is, ook niet juichen kan over de verlossing'. Voorts: 'Inderdaad, het modernisme sluipt de gereformeerde kerken binnen ' en dan signaleert de heer Schellevis uitspraken van prof. Herman Ridderbos, prof. Koole en prof. Kuitert. Prof. Polman wordt genoemd, omdat hij 'ontkent de leer van de verwerping van eeuwigheid en de predikanten Delleman en Zwanenburg zijn het volgens de Groninger kerkbode niet eens met de leer van de erfzonde'. Ook de levensstijl komt ter sprake: het nieuwjaarsbal van gereformeerd Delft, en in de brochure staat ook wat de heer Schellevis me nu zegt: aan het werk van de Heilige Geest wordt in onze kerken te weinig aandacht geschonken."
Scheuring? Groepsvorming.
Veel mensen verwijten de heer Schellevis scheurmakerij en groepsvorming.
„Over dit laatste verwijt zegt de heer Schellevis: ik ben niet bang voor groepsvorming. Vormde Jezus met zijn discipelen niet een aparte groep? En dat deden de apostelen toch ook? Juist door groepsvorming heeft het christendom zich een weg door de wereld gebaand. Het is niet om de kerk af te vallen, maar om de kerk weer op te roepen tot het geloof der reformatie, dat wij ons aaneensluiten. Trouwens, we zijn ook wel eens het geweten van de gereformeerde kerken genoemd.
Hebben de leden van de vereniging van verontrusten nooit gespeeld met de gedachte, hun kerk te verlaten? De heer Schellevis: tot op heden niet. Tenzij de kerken voortgaan met afglijden en wij om des gewetenswil er uit moeten. Maar... dan zijn niet wij kerkscheurders, dat zijn dan de anderen. Zij scheuren de kerken als ze zo doorgaan, net zo lang tot onze kerken alleen maar in naam gereformeerd zijn. Je zit er soms mee. Ik kreeg een vader bij me. Hij heeft twee jongens, één van 12 en één van 14. Die zijn op catechisatie en daar gebruiken ze dat boekje 'In de kring' van Kuitert en Hartvelt. Die man heeft z'n kinderen van de gereformeerde catechisatie afgehaald, ze zijn nu bij de hervormde dominee, die gereformeerde bonder is. Maar wat moet hij straks met zijn jongens? Ik heb aangeraden: blijf lid van de gereformeerde kerk, leef zo veel mogelijk mee, anders betekent het dat je de wapens neerlegt. Maar, zoals ik al zei, er kan een tijd komen, dat we met elkaar moeten zeggen, dat het niet langer gaat."
Apeldoorn.
Veel bezwaren heeft de vereniging tegen de theologische opleiding in Kampen en aan de Vrije Universiteit. De heer Schellevis is blij dat de hogeschool van de christelijk gereformeerde kerken in Apeldoorn nu ook voor niet-christelijk gereformeerde studenten opengesteld is. (Daar komen ze ook toe aan de geestelijke vorming van de studenten, dat is er bij ons helemaal niet meer bij).
Afval.
„De heer Schellevis: ik kerk ook graag eens bij de christelijke gereformeerden, bij dominee Rebel: die geeft geestelijk voedsel! En ik neem ook kennis van wat gaande is in de gereformeerde gemeenten. Daar heb ik predikanten gehoord, van hen geniet ik, die brengen zo'n gereformeerde prediking en zo'n rijk evangelie, dat je je afvraagt: waarom kan dit toch niet bij ons? "
Verder zegt de heer Schellevis: „We leven op het ogenblik in dagen van grote afval. Het is begonnen op de kansels, of liever, op de hogeschool. Waar het mij, waar het ons om te doen is, is de grootmaking van de Naam van Jezus Christus. Deze taak heb ik niet gezocht, ze is mij opgelegd."
Laten we ons niet op de borst slaan, maar in ons gebed vragen of we samen, ook met de christenen uit de andere kerken, trouw mogen blijven aan het Woord van God en of Hij de Geref. Kerken wil bewaren voor een ontstellende vervreemding, die dreigt te komen tussen broeders van hetzelfde huis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1968
Daniel | 16 Pagina's