8 - 16
Ja, ik weet het, het is lang geleden dat onze rubriek in ons jeugdblad stond. Velen hebben er misschien iedere veertien dagen tevergeefs naar gezocht. Jullie vragen je misschien af, wat de oorzaak hiervan is. Nu, dat is gauw genoeg medegedeeld. Op de leidersvergadering hebben we afgesproken, dat iedere vereniging op zijn tijd een rubriek zou vullen. In één van de vorige „Daniëls" heb ik alle leidsters en leiders gevraagd om mij iets te zenden, doch die oproep is niet gelezen of heeft men naast zich neer gelegd. Jullie begrijpen wel, dat dat voor mij ook niet prettig is. Nu heb ik de laatste veertien dagen gelukkig van twee leiders bericht gehad. Dus nu kan ik weer enkele keren meedoen en dan zal ik maar afwachten wie de volgende zal zijn. Twee leiders hebben er een vriendelijk briefje bijgedaan. Dat stelde ik zeer op prijs. Ik doe nu weer een beroep op alle verenigingen om iets in te zenden. Laten we proberen zo veel mogelijk afwisseling aan te brengen.
Dit nummer verschijnt omstreeks de Hervormingsdag, dus kan ik jullie een opstel doorgeven, dat ik uit H.I. Ambacht ontving. Het is geschreven door Jaap Huijser, lid van de K.V. Immanuël. Je hebt je best gedaan Jaap. Laten we maar nooit vergeten, wat er in vroeger eeuwen gebeurd is.
Maarten Luther zijn jeugd
Maarten Luther werd op 10 november 1483 in het Duitse dorpje Eisleben geboren. Die plaats ligt in het midden van Duitsland in de provincie Saksen ten noorden van de stad Leipzig.
Toen Maarten geboren werd hadden ze het arm. Zijn vader was mijnwerker en verdiende slechts een karig loon. Een half jaar na de geboorte van Maarten verhuisden ze echter naar Mansfeld een stadje dicht in de buurt en toen kregen ze het beter ja ze kwamen zelfs tot zekere welstand.
Op zeven-jarige leeftijd mocht Maarten naar school. De meeste gingen nooit naar school en konden lezen, noch schrijven. Veel werd er nog niet geleerd op school maar ze leerden in ieder geval lezen en schrijven. Verder moesten ze de „tien geboden", het „Onze Vader", „De Geloofsartikelen" en nog enige andere dingen leren. Maarten Luther had een helder verstand, daarom liet zijn vader hem ook verder studeren.
Eerst ging hij op een school in Maagdenburg. Daar is hij maar een jaar geweest. Vervolgens werd hij als leerling ingeschreven in Eizenach. Ook dit lag in de buurt van zijn geboorteplaats.
Het leven van jonge studenten was in die tijd niet. gemakkelijk. Kostgeld kregen ze niet. Ze moesten zelf maar zien hoe ze aan hun kostgeld kwamen. Ook Maarten Luther moest in Eizenach zichzelf redden. Niet dat zijn vader het niet betalen kon, want ik heb zo juist verteld, dat zijn ouders tamelijk welgesteld waren, maar Hans Luther meende, dat het voor de ont-
wikkeling van zijn zoon beter en nodig was hem een harde opvoeding te geven om zich beter door de moeilijkheden van het leven heen te slaan. Daarom trok Maarten met zijn vrienden na de schooltijd zingend door de straten van Eizenach en op die manier moesten ze hun brood verdienen. Maarten was een liefhebber van zang en muziek. Bovendien had hij een mooie stem en ook woonde er in Eizenach nog familie van zijn moeder maar die hebben hem niet opgenomen in huis zodat Maarten op de schoolzolder temidden van zijn kameraden moest slapen totdat er een vriendelijke mevrouw uit medelijden Maarten in huis nodigde, maar of het helemaal juist is zou ik niet graag durven beweren, maar Maarten kreeg daar een uitstekend kosthuis. Hierin zien we duidelijk de voorzienige hand des Heeren over Maarten Luther. Drie jaren brengt hij in het kosthuis door. Maar daar komt een eind aan, doordat hij nog verder studeert. In het jaar 1501 werd Luther ingeschreven als student op de universiteit te Erfurt. Zijn vader bepaalde dat Maarten in
de rechten studeren zou. Maar ondertussen leefde Maarten zijn studentenleven. Met zijn kameraden kon hij uitstekend opschieten en zij brachten vrolijke avonden onder elkaar door. En toch diep in zijn ziel knaagde een vreemde onrust.
O, zeker als ze bij elkaar waren vergat hij dat beklemmende gevoel wel eens voor een poosje, maar het kwam steeds weer terug, onweerstaanbaar! De angst voor God deed hem sidderen. De angst voor de docd die vroeg of laat zou komen vergalde dikwijls zijn levensvreugde. Hij trachtte zich er over heen te zetten, maar dat lukte hem niet. Als student had hij ook toegang tot de bibliotheek die bij de universiteit behoorde. De studenten konden daar lezen en studeren. Menig uur heeft Maarten daar doorgebracht want studeren en onderzoeken deed hij graag. Op zekere dag terwijl hij daar eens rond keek werd zijn aandacht getrokken door een dik boek dat in een hoekje weggeduwd onder een laag stof bedolven lag. Nieuwsgierig sloeg hij het open en las de geschiedenissen van Hanna en de jeugdige Samuel. Dat mooie en eenvoudige verhaal ontroerde hem. Toen hij tenslotte die Bijbel dichtsloeg besloot hij nogeens meer te lezen. Ook daarover dacht hij diep na en veel vragen rezen op in zijn ziel, vragen waarop hij geen antwoord kon geven. Jaren van strijd en twijfel, van angst en vrees wanneer hij in de eenzaamheid verkeert in de lange nachten ligt hij om en om te woelen in zijn bed. Het is een warme zomerdag, haastig spoedt een jonge man zich voort, het is Maarten Luther. Hij is een paar dagen met vakantie in de ouderlijke woning te Mansfeld geweest. Nu keert hij weer naar Erfurt terug waar zijn studie op hem wacht. Plotseling trekt een dof verwijderd gerommel zijn aandacht. Maarten begrijpt dat er onweer op komst is. Het lustig gezang der vogels is verstomd. Er heerst een beklemmende onnatuurlijke stilte vol dreiging.
Steeds dichter en sneller komt de bui opzetten. Een windstoot giert door de toppen der bomen. Maarten die angstig voortsnelt wordt door de bui overvallen voor hij het dorp bereikt heeft, 't Wordt noodweer. Bliksemstraal op bliksemstraal doorklieft de lucht en op verschillende plaatsen tegelijk ratelt de donder. Grote lauwe regendruppels vallen neer. Een verlammende angst maakt zich van hem meester. O, nu zou hij eens moeten sterven. Wat dan? Hij kan God niet ontmoeten; God de rechtvaardige.
Hijgend rent hij voort. Eensklaps zet een felle lichtstraal alles in blauwe gloed. Op het zelfde ogenblik één enkele knal, de bliksem slaat vlak naast hem in de aarde. Door de geweldige luchtdruk stort hij ter aarde. Doodsangst straalt uit zijn wijd open ogen. „Help mij Sint Anna ik zal monnik worden." Weer een lichtflits gevolgd door iets verder een zware dreunende slag tot in de verte. De buit trekt af. Luther nog trillend over al zijn leden en doornat staat op en vervolgt zijn weg, bereikt zonder ongevallen Erfurt. De morgen op 15 juli 1505 brengen enkele vrienden hem weg. Zij zien hoe hij de klopper op de poort van het Augustijnenklooster laat vallen. Maarten heeft juist dat klooster gekozen, omdat de monniken daar aan zeer strenge regels gebonden zijn. In dat klooster heerst een strenge tucht hetgeen lang niet van alle kloosters gezegd kan worden. Met tranen in de ogen zien zij hem hoofd-
schuddend na. Inmiddels is van binnenuit de poort geopend. Maarten treedt binnen. Nog een armzwaai aan zijn vrienden dan sloot de eikenhouten deur achter hem dicht. Maarten Luther heeft zich uit de samenleving teruggetrokken. Maar in Gods raad was anders besloten.
Jaap Huijser.
Uit de brief van jullie leider te merken, geloof ik, dat jullie een fijne vereniging hebben Jaap. Jij gaat er zeker wel graag naar toe?
Zo, dat was het voor dit maal dan. Allen een hartelijke groet.
Ten Ankerweg 40 - Tholen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1968
Daniel | 16 Pagina's