Uw armen beuren 't lam
(2)
Hoe weinig zijn ivij vergenoegd met 't goed, dat onverdiend wij uit Uw hand ontvingen. wij willen nimmer 't bitter maar het zoet, wij wensen 't lied niet in mineur te zingen. Wij zidlen ons in vele bochten wringen om slijk te garen uit de grauioe grond, en zijn verzot op glinsterende dingen, als wilden, die men in het oerwoud vond. Wij eisen d' erfenis en gaan terstond op reis om ver van vader af te wonen, luaar niets meer aan het ouderhuis ons bond. Maar varkensdraf zal ons nog niet belonen voor 't vuile werk, een sehand voor rijke zonen. Waar blijft de rijkdom die wij eerst bezaten? Gij zult verloren zonen gunst betonen: Uw armen beuren 't lam, dat klaaglijk blaatte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1968
Daniel | 16 Pagina's