HET WOORD GAAT WOORT (4)
De zoon der vertroosting
In de eenzaamheid.
We moeten nu even het boek Handelingen verlaten, en de brief aan de Galaten opslaan. In deze brief heeft Paulus zelf nog een paar dingen geschreven, die het verhaal van Lucas in Handelingen verduidelijken of aanvullen. Het is echter niet zo gemakkelijk te bewijzen, dat de gebeurtenissen die Lucas in Handelingen beschrijft, dezelfde zijn als die waarover Paulus spreekt in Galaten 1 en 2.
Menigten van exegeten hebben zich over deze vraag het hoofd al gebroken.
Wij zullen dat dus maar niet meer doen. Ik ga er in de volgende artikelen steeds vanuit, dat Lucas en Paulus inderdaad d e-zelfde gebeurtenissen op het oog hebben. Als we dan Galaten 1 opslaan, lezen we in vers 17, dat Saulus na zijn bekering „terstond niet te rade gegaan is met vlees en bloed", dat wil zeggen dat hij de bevestiging van zijn roeping, en de oplossing van de vele vragen, die neg bij hem leefden niet heeft gezocht bij de apostelen in Jeruzalem, die ook maar „vlees en bloed" waren, gewone sterfelijke, feilbare mensen dus. „Maar", schrijft hij, en daar gaat het mij nu om, „ik ging heen naar Arabië". We moeten hier waarschijnlijk niet het huidige „Arabië", maar een strook land ten Oosten van Damascus onder verstaan. Hoe lang Saulus daar geweest is en wat hij daar gedaan heeft, is niet zeker.
Maar omdat hij het zelf zo nadrukkelijk stelt tegenover het „met vlees en bloed te rade gaan", vermoed ik, dat hij in de uitgestrekte eenzaamheid van Arabië door God is toegerust tot het toekomstige apostelschap der heidenen. De Heere wil zijn kinderen vaak in de eenzaamheid onderwijzen, en het is een goede zaak, van tijd tot tijd eens het rumoer van deze razende wereld te verlaten om God in de stilte te zoeken. De Heere Jezus Zelf geeft ook hier het voorbeeld, (vgl. bv. Matth. 14 : 23).
Maar Saulus blijft niet lang in de stilte van Arabië. God heeft een groot plan met hem. Blijkbaar wordt hij na verloop van tijd toch weer door de Heilige Geest gedreven naar de bewoonde wereld. Het is ook niet goed, als Gods kind een kluizenaarsbestaan blijft leiden. Neen, zij moeten leren leven temidden van de wolven! Hoe zullen zij anders ook schijnen als lichten in de wereld temidden van een krom en verdraaid geslacht? Wat heb je aan een kaars onder een korenmaat? Zo is het ook bij Saulus. God maakt geen studeerkamergeleerden. Hij gaat weer naar Damascus.
Daar was men hem blijkbaar nog niet vergeten, want hij predikte nog niet lang, oï de Joden beramen het plan hem te vermoorden. En weer staan we er versteld van, hoever een mens kan komen als hij zich alleen laat leiden door blinde godsdienstijver. Saulus maakt zich dan ook geen enkele illusie. Hij weet wat hij van hen verwachten kan: was hij zelf niet net zo geweest?
Vluchteling.
Er schijnen niet alleen Joden in het spel geweest te zijn. In 2 Korinthe 11 : 32 schrijft Paulus, dat de „stadhouder van Koning Arétas" de stad liet bewaken. Die koning Arétas was de schoonvader van Herodes Antipas, de moordenaar van Johannes de Doper. Hij regeerde over de zgn. Nabateeërs, een nomadenstam, die zwierf in de steppen van Syrië en Arabië. Waarschijnlijk hebben de Joden nu deze koning Arétas in de arm genomen. Hij moest de stad bewaken. Het is anders nl. niet duidelijk, waarom deze koning zich voor Saulus zou hebben geïnteresseerd. Maar nu blijkt de warme liefdeband, die reeds tussen Saulus en de Damascener gelovigen is gegroeid. Midden in de nacht wagen enkele discipelen hun leven en laten Saulus in een grote mand over de muur zakken. Als hij beneden aangekomen is, is Saulus nog lang niet veilig. Maar neen, dat is weer te menselijk gesproken. Zou die God, Die machtig was de inwoners van Sodom en Gomorra met blindheid te slaan, zodat ze de deur van Lot's woning niet zagen, nu ook niet machtig zijn de Nabateeërs te verblinden, zodat ze Saulus niet zien? Ja, Hij is machtig. En Hij is getrouw! Saulus ontkomt.
De zoon der vertroosting.
En nu, pas drie jaar na zijn bekering, gaat Saulus dan eindelijk naar Jeruzalem. Want, zo lezen we in Galaten 1, hij wilde Petrus bezoeken. En dat is ook waarlijk geen wonder. Want Petrus is ook immers onbetwist de meest gezaghebbende onder alle apostelen, en natuurlijk brandt Saulus van verlangen met hem te spreken over... ja, waarover al niet? Het is teveel om op te noemen: over Petrus' omgang met Jezus, over de kruisiging, vooral natuurlijk over de opstanding, over het Pinksterfeest en niet te vergeten over het geloofsleven. Als de I-Ieere in je hart werkt, is het zo groot, als je eens mensen spreekt, bij wie hetzelfde blijkt te leven. En het is onvergetelijk, wanneer je samen goed van de Heere mag spreken, en in verwonderde dankbaarheid mag getuigen van de grootheid van Zijn genade en van de heerlijkheid van Zijn dienst. Wel, dat wil Saulus nu ook gaan doen in Jeruzalem. Maar wat een ontgoocheling! Tot zijn ontzetting draait elke christen, die hij in Jeruzalem aanspreekt, hem zonder meer de rug toe! Duidelijk leesbaar is in de ogen van elke broeder of zuster het wantrouwen, de afkeer. Pijnlijk voelbaar is de sfeer van verzet, als hij zich bij groepjes discipelen tracht te voegen. Zij vreesden hem allen, niet gelovende dat hij een discipel was De gemeente van Jeruzalem maakt hier een grote fout; meer nog, ze begaat een grove zonde. Gebrek aan kennis is voor een christen schadelijk; gebrek aan liefde werkt verwoestend voor het geestelijk leven. En de Jeruzalemse gemeente schiet hier schromelijk tekort in de liefde. Is hun houding dan niet begrijpelijk? O, jawel. Saulus was als een bezetene tekeer gegaan onder deze zelfde gemeente, en die wonden schrijnden neg. En toch een tekort aan liefde? Ja. Want uit alles blijkt, dat de discipelen niet eens de moeite n a-m e n Saulus aan te horen, dat het ze nog te veel is om met 's Heeren hulp te onderzoeken of hij oprecht is. Ze vreesden. Wat zegt Johannes ook weer? Wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.
Het is erg, als collega's op je werk, of klasgenoten op school je links laten liggen. Het geeft je een wanhopig, een eenzaam gevoel. Véél en veel erger is het, als je weet dat de Heere naar je heeft omgezien, maar als kinderen van God, discipelen dus, je niet als broeder of zuster aanvaarden. Ik weet wel: je houdt altijd de Heere Zelf over, Die gezegd heeft: „I k zal u niet begeven, en I k zal u niet verlaten".
En het kan ook geen kwaad telkens opnieuw je hart voor de Heere open te leggen en te zeggen: Heere, doorgrond me toch. Men twijfelt aan mij en ik twijfel ook nog zovaak aan mezelf. Bevestig Gij Zelf Uw werk weer!" Dat kan heilzaam zijn, dat weet ik wel. Maar dat alles neemt niet weg, dat wij elkaar onzegbaar leed kunnen aandoen door te volharden in een liefdeloos niet willen begrijpen, vaak (is het niet verschrikkelijk? ) omdat God in die ander duidelijker werkt dan in onszelf. Genoeg hierover. In de gemeente van Jeruzalem is gelukkig tenminste één discipel die op dat moment dicht bij d.e Heere leeft. Barnabas, de „zoon der vertroosting". We komen hem al tegen in Hand. 4 : 36 en 37, waar verteld wordt
hoe deze Leviet uit Cyprus een akker verkocht en het geld legde aan de voeten der apostelen. Deze man wordt voor Saulus écht tot een zoon der vertroosting. Hij aanvaardt Saulus direct, neemt hem mee naar de apostelen, en terwijl Saulus er zwijgend bijzit, vertelt Barnabas Saulus' bekeringsverhaal en levensweg.
En clan pas gaan de harten der discipelen en apostelen voor Saulus open.
Tussen haakjes: zelfs de apostelen, die zoveel licht van de Heere ontvangen hadden, waren in gebreke gebleven. V/at een zegen, dat de Heere ook nu, in deze tijd, nog telkens zorgt dat er in elke gemeente wel zo'n „zoon der vertroosting" is, als we dreigen weg te zinken in de moedeloosheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1968
Daniel | 16 Pagina's