niets nieuws onder de zon
Dat de toestanden achter het ijzeren gordijn niets veranderd zijn, bewijzen de gedeelten, die we laten volgen, uit de maandelijkse brieven die door Wurmbrand worden gezonden naar de velen die zijn werk steunen.
Blijdschap in het Woord van God.
„... God alleen weet hoevelen er om hun geloof gevangen zitten... Velen van hen zijn om hun geloof uitgesloten van hun werk... In de kerken ziet men magere, uitgeteerde gezichten. Je kunt zien dat velen uit de gevangenis komen... Er is een moeder gestorven, het gezin ging naar de begrafenis en daar werd uit de Heilige Schrift gelezen. Maar er waren een paar spionnen bij. Die hebben gelogen dat de broeders een preek hebben gehouden en dus werden dezen veroordeeld... (Deze broeders lieten thuis een gezin achter, de een met vijf en de ander met negen kinderen)... Ik moest drie jaar in dienst. Maar in plaats daarvan ging ik voor vijf jaar de gevangenis in om het Woord van God... Maar van de gevangenen zijn er heel wat tot bekering gekomen en met hen hebben wij blijdschap in het Woord van God. Toen hebben ze me uit het concentratiekamp weggehaald. Ze zeiden dat we het hele kamp hebben vervuld met onze godsdienst... Daar was iemand die zo maar een hele bladzijde vol kon schrijven met Bijbelteksten. Ik vroeg hem waar hij die van kende. Hij antwoordde dat zijn moeder hem van jongsaf gevoed had met het Woord van God... God alleen kent het verdriet dat in dat huis wordt geleden, want ze hebben kleine kinderen. Die vragen hun moeder waar vader heengegaan is en waarom hij niet terugkomt. En nu moet moeder de kinderen ook achterlaten, om te gaan werken op een collectieve boerderij... Er was een jonge broeder op het land, Vasile geheten. Ze kwamen naar hem toe, boeiden hem en brachten hem naar de gevangenis, George hebben ze ook meegenomen..."
Slechts een splintertje van het Kruis.
De moeder die met negen kinderen achterbleef, schrijft het volgende: „Geprezen zij de Heere dat Hij ook ons een splintertje van Zijn kruis te dragen gegeven heeft. Moge Hij ons slechts kracht geven en ons helpen het te dragen en de rechte weg te gaan die voor christenen is bereid Wij moeten ons brood met tranen eten, maar de Heere zij voor alles geprezen... Ik dank u onder tranen dat de Heere op zo grote afstand uw harten heeft geopend. Moge God u voor uw werk zegenen en belonen. Hij geve u een lang en gelukkig leven en straks het eeuwige leven. Toen wij alleen achterbleven, zeiden ongelovige mensen dat we niets zouden hebben om van te leven, maar de Heere zij geprezen dat Hij voor ons zorgt, zoals Hij gezorgd heeft voor Elia, voor Daniël en voor allen die Hem gediend hebben... God heeft mij negen kinderen gegeven, die nu wachten op de thuiskomst van hun vader, maar hun vader heeft zijn leven gewaagd voor Christus en liet zijn kinderen achter, zodat ook zij moeten lijden voor het geloof „dat God eens en voor al heeft overgeleverd aan de heiligen".
Honger naar het Woord van God.
Uit een schrijven van een ander gezin van christen-martelaars: „De Heere Jezus, Die uit vrije wil Zijn handen uitstrekte op het kruis, om ons uit de dood te doen overgaan in het leven, moge u belonen met het eeuwige leven voor alles wat u ons gezonden hebt... Het is mij genoeg deel te hebben aan het lijden van Christus, want als wij met Hem lijden, zullen wij ook met Hem verheerlijkt worden... Een beker water in Zijn naam gegeven, zal niet worden vergeten... Iemand bood mij 300 roebel voor mijn Nieuwe Testament. De mensen hongeren naar het Woord van God..."
Een ongelovige pop.
Wij hebben de laatste tijd kennis kunnen nemen van de literatuur die in het geheim is gedrukt door christenen in Rusland. Typerend is vóór alles de zorg om de kinderen. Zo vonden wij het volgende verhaald: het was in het gezin van zuster Maria L. Ze heeft vijf kinderen: Vania, Pavlik, Andrei, Vera en Sveta. Ze kocht een gummipop voor ze. Maar toen de kinderen „bidstond" wilden spelen, bleek
dat de knieën van de pop niet wilden buigen. De kinderen klaagden dat moeder hun een „ongelovige pop" had gekocht: een gelovige is daaraan te kennen dat hij zijn knieën buigt voor zijn Schepper!
Uit de mond van de kinderen.
Kinderen, aan wie op school was verteld dat de kosmonauten in de ruimte waren geweest en God daar niet waren tegengekomen, gaven ten antwoord: „Maar hadden de kosmonauten wel een rein hart? Zonder dat kun je God nooit zien, op welke planeet je ook komt. Maar als je een rein hart hebt, kun je Hem overal zien!" In deze geheime literatuur wordt aan de ouders verzocht hun kinderen te onderwijzen, zodat ze op school het bestaan Gods kunnen bewijzen. De blaadjes vertellen ons dat de christen-kinderen in Rusland „hun leraars en onderwijzers verbaasd doen staan door hun standvastigheid en hun godsdienstig heldendom".
B ij b e 1 s z ij n ontvangen.
We kunnen kameraad Kosygin dankbaar zijn voor zijn vriendelijk gebaar tegenover ons. Vele gevers hebben ons gevraagd of door ons gezonden bijbels ook werkelijk in de Sovjet Unie aankomen. We hebben juist een ontvangstbericht gekregen van kameraad Kosygin zelf. Een van zijn bladen, de „Sovietskaia Bielorussia" van 15 augustus 1967 schrijft: r, Een groep domme fanatici uit de Baptistische Evangelische Kerk van Utebsk fyeeft zich in dit gebied genesteld. De biddende huichelaars erkennen alleen hun „heilige boeken", die in Amerika en Engeland worden gedrukt". Daarmee erkennen de communisten dat de ondergrondse kerk wordt .gevoed met het Woord van God dat vanuit Amerika en Engeland wordt binnengesmokkeld.
De straat op! Hij is onze Hulp
Onder het schrijven van deze brief kreeg ik de „Prawda" van 21 februari 1968. Daarin staat dat christenen in de stad Liubetz meer dan 12.000 linten hebben vervaardigd met opschriften als: „God zal opstaan en Zijn vijanden worden verstrooid", „De Allerhoogste leeft; Hij is onze Hulp", „Mogen de duivelen ondergaan voor het aangezicht van de levende God", en dergelijke. De linten werden verkocht en in het openbaar gedragen door vrouwen, die daarmee openlijk het communisme verwierpen.
U vraagt natuurlijk hoe zoiets mogelijk was. Deed de geheime politie daar niets aan? Wel, het zat zo: de man die de leiding had in de werkplaats waar deze linten gemaakt werden, was zelf een man van de geheime politie, een christen die deze instelling had weten binnen te komen om daardoor Christus beter te kunnen dienan. Zijn naam is Stasiuk en hij zit nu in de gevangenis. De „Prawda" was zo vriendelijk ons over hem in te lichten.
De strijd gaat door.
Ook jonge christenen bekennen kleur. Een jong meisje schreef aan de redakteur van een communistisch blad: „Ik kan mijn hart niet in tweeën delen, het behoort geheel aan de kerk. De godsdienst is een zaak van mijn hart en mijn godsdienst wegnemen zou betekenen mijn hart uit mijn lijf te scheuren."
Een jongen die de beste van zijn klas was, lid van de communistische jeugd, moest een opstel maken over een atheïstisch onderwerp. Toen hij het af had, gaf hij het aan zijn leraar, maar zei meteen dat hij zelf niets geloofde van al wat hij geschreven had en dat hij in God geloofde. Met tranen in de ogen liep hij het lokaal uit.
Geen struisvogelpolitiek.
Wij zouden dergelijke berichten van maand tot maand en van week tot week kunnen vervolgen, ook uit andere bronnen dan die van ds. Wurmbrand, maar het zou een droog-eentonige reeks worden. Maar zulke struisvogelpolitiek is een christen onwaardig. En hoe zouden we dan voor de verdrukten kunnen bidden? En voor hun vijanden?
Bid en werk.
Bovendien: er wordt thans langs ondergrondse wegen hulp geboden. Wij kunnen steunen met onze gaven. Illegale koeriers doen hun gevaarlijk werk. Zij wagen hun leven en hun vrijheid. Vergeet ook hen in uw voorbede niet!"
We hoeven er eigenlijk niets aan toe te voegen. Leest u de brieven nog eens over en herlees „De ondergrondse kerk". Als u het boek nog niet gelezen hebt, bestel het dan en leest het. Als één lid lijdt, dan lijden alle leden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1968
Daniel | 16 Pagina's