JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ten derde maal verontrust

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ten derde maal verontrust

5 minuten leestijd

U gaat mij misschien vervelend vinden, maar ik zou toch graag nog een derde (en laatste) maal bij het boekje „Theologie der verontrusting" van Dr. W. Aalders willen stilstaan. Het boek is verdeeld in een 3-tal hoofdstukken, waarvan het laatste over de prediking handelt. Waar een „revolutie in de theologie" plaatsvindt, moet dat tenslotte wel haar neerslag vinden in de prediking.

Jarenlang reeds is er ln de theologie het een en ander gaande. Maar hoe komt het, dat de laatste tijd de „nieuwe theologie" zo druk besproken en beoordeeld wordt? Doordat meer en meer predikanten de resultaten van deze theologie in hun preken gaan verwerken. Dat Dr. Aalders' protest tegen een heilloze ontwikkeling in de moderne theologie dan ook overgaat in een krachtig appèl op een hernieuwde reformatorische prediking, behoeft ons daarom niet te verbazen.

Déze aarde.

Wie de appèl-avond te Gouda op 6 september j.1. heeft meegemaakt, kan zich herinneren dat Ds. H. Rijksen daar één belangrijk punt uit de nieuwe theologie noemde, nl. het beklemtonen van het staan in déze wereld, het betrokken zijn bij een leefbaar maken van déze aarde. In de grond dus een humanistisch streven! Dit heeft onmiddellijk ten gevolge dat de eerste tafel der Wet (de dienst aan God!) veel minder nadruk krijgt dan behoorde, en dat de zware accenten vallen op het houden van de geboden der tweede tafel: de dienst aan de naaste. Men klemt zich vast aan de uitspraak, dat het „tweede gebod" (zoals de Heere Jezus het noemt) gelijk is aan het eerste", waarbij men al te gemakkelijk vergeet, dat het eerste vóór het tweede en niet voor niets het éérste gebod genoemd wordt. De invloed van de moderne theologie op de prediking is bovendien juist zo gevaarlijk, dat een argeloos luisteraar op het eerste gehoor niets kwaads vermoedt, omdat men dezelfde begrippen blijft hanteren, waarbij men er echter een geheel nieuwe inhoud aan geeft.

Voorwaarden.

Als Dr. Aalders dan. enkele opmerkingen maakt over de prediking, begint hij met op te merken, dat de prediker niets anders heeft te prediken dan „Gods Woord, zoals het onfeilbaar en voor alle tijden in de Heilige Schrift is neergelegd."

Enerzijds zal de ware dienstknecht van God zuchten onder deze voor de mens onmogelijke opgave, anderzijds zal de gemeente dan voor veel flauw, in de diepste zin ongeestelijk gepraat behoed blijven. Al te gauw immers is de prediker geneigd (als de bron van de Heilige Schrift zélf is opgedroogd of verstopt) te tappen uit de vaatjes van de wijsbegeerte, de literatuur, de wetenschap en de kunst. Dan wordt de prediking van alles en nog wat, behalve Woord-bediening.

We moeten ons er rekenschap van geven, dat Dr. Aalders zijn boekje in de eerste plaats schreef, met het oog op de toestanden in eigen hervormde kring. Als we echter enigszins luisteren kunnen, gaan we de genoemde tendenzen meer en meer opmerken ook in andere zich gereformeerd noemende kerken. Daarom dienen wij ten allen tijde waakzaam te blijven!

Ware prediking moet geschieden, zegt Aalders, in doorschijnendheid. Hij bedoelt daarmee, dat de woorden van de prediker door het licht van Gods Woord beproefd en geoordeeld zullen worden. Er mag geen

woord van eigen vinding bij! (N.B. Dit sluit bevindelijke prediking niet uit, maar juist in. Prediking van het Woord van God is altijd bevindelijk: de wijze waarop God met een zondaar wil handelen en metterdaad in Christus ook doet!)

Ware prediking kan ook alleen maar plaats vinden als de prediker „in Christus" is. Hij moet geloven wat hij predikt. Dit mag in onze oren misschien als een soort vanzelfsprekendheid klinken; we mogen echter ook wel bedenken, dat het ontstellend ernstig is, dat déze mening juist zo krachtig en ernstvol onder de aandacht moet worden gebracht.

Ware prediking tenslotte moet ook zijn: „spreken op gezag van God en voor Zijn aangezicht". De prediker is gezant van God; met profetische kracht en ernst dient hij het Woord van de heilige God de gemeente te verkondigen. Ware prediking is prediking in volmacht, juist omdat het Góds Woord is. De prediking moet (en zal) dan ook vol ernst zijn! „Waarachtige prediking voltrekt zich toch met de ernst van het komende gericht, en geschiedt tegen de achtergrond van de verkiezing en de ver-

werping. Zij is immers een hanteren van de sleutelen des hemelrijks; zij opent en sluit toe."

Kerk en prediking.

Hoe kan een zondig mens zó als van Godswege spreken? Omdat hij geroepen is tot het ambt. En het ambt ontleent zijn gezag aan de Kerk. U ziet de lijn: prediking - ambt - kerk. Als de Kerk niet meer in de ware zin Kerk is, hoe kan de prediking dan nog zuiver zijn? Maar ook omgekeerd. Kerk en prediking zijn heel nauw met elkaar verbonden. Een verwording van het ene houdt een aftakeling van het andere in. Ongetwijfeld leven we in een tijd van aftakeling van de kerk. Mét Aalders achten we dit funest voor een zuivere prediking.

Toch — óók in een tijd van kerkelijke neergang kan God predikers zenden, die de boodschap Gods met volmacht doorgeven. Denk aan de profeten van het Oude Testament. Denk aan mensen als Kohlbrugge, Brummelkamp en Ledeboer. Zij konden zich niet beroepen op een verbas-terde kerk, maar wél op de Heere Jezus, de Heere van Zijn Kerk!

En w ij ?

Hoe moet onze houding zijn? Dr. Aalders antwoordt: wij moeten in-het-Woord-zijn. Dat betekent: „met heel zijn denken buigen voor de sprake van dat Woord in volstrekte ge-hoor-zaamheid. Het bekent: het prijsgeven ook van de laatste kritische reserves van het hoogmoedige verstand. Eerst als die onderdompeling in het Woord heeft plaatsgevonden, opent de Schrift haar schatten, en maakt zij ons wijs en inzichtig."

Ik behoef niet meer te zeggen, dat ik blij ben met de verschijning van dit boekje. Met enige klem raad ik U aan, het te kopen, er in te lezen en er mee bezig te zijn. U schaft er zich een wapen mee aan tegen „de geestelijke boosheden in de lucht".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1968

Daniel | 16 Pagina's

ten derde maal verontrust

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1968

Daniel | 16 Pagina's