vrouwenpraet
Reeds eerder hebben wij in „Daniël" meegedeeld, dat onze Contactmiddag D.V. woensdag, 9 oktober zal worden gehouden in het kerkgebouw der Geref. Gemeente te Utrecht.
Door omstandigheden kunnen wij echter niet in Utrecht samenkomen. Onze vergadering zal nu plaats vinden op dezelfde datum en tijd in het kerkgebouw van de Geref. Gemeente te Gouda.
Wij hopen nu — dit jaar voor 't eerst — tussen half elf en elf uur als bestuur aanwezig te zijn. U kunt dan ook terecht met uw vragen, uitwisselen van handwerken, patroontjes, ideetjes, enz. Wij hopen, dat veel dames hier gebruik van zullen maken. Op deze manier kunnen wij wat van elkander leren en dit kan uw verkoopavonden ten goede komen,
's Middags om kwart voor twee hoopt ds. H. Rijksen dan onze officiële Contactmiddag te openen.
De spreekster voor die middag is mevrouw M. Geelhoed-Faase.
Voor tussen de middag moet ieder haar eigen lunchpakketje bij zich hebben, maar voor koffie wordt gezorgd.
Na afloop van de middagvergadering zullen wij weer — zoals gewoonlijk — gezamenlijk koffie drinken met broodjes er bij.
Wij hopen, dat velen deze Contactmiddag weer zullen bezoeken.
Besturen van Zendingskransen komt u ook deze Contactmiddag eens bezoeken? Ook voor u kan het belangrijk zijn!
Vorig jaar waren er zo ongeveer 125 dames aanwezig.
Mogen we weer op uw belangstelling rekenen?
Hieronder volgt het referaat van mevrouw W. H. van Hell-Hulsman, gehouden op de Landdag.
Moeder en dochter (1)
Moeder en dochter! Niet speciaal moeder en haar dochter. Niet speciaal, nee, ik zou het graag willen hebben over: moeders, over dochters, over de verhouding tussen moeder en dochter, maar ook over de verhouding tussen dochter en moeder. Wij zijn hier vandaag met veel mensen bij elkaar, niet allen moeders, maar wel allemaal dochters, ook al leven niet van allen de ouders meer.
Op de enkele heren na, die hier zijn, zijn we toch allen dochters en de meesten van ons hebben veel herinneringen aan hun moeder; mooie herinneringen, hoop ik. Moeder! Hier hoort het woord kind of kinderen — zoon of dochter bij.
Wie werd voor het eerst „moeder" genoemd? Eva. Zij was de moeder aller levenden, geschapen naar Gods beeld, geschapen als volmaakte vrouw. Wat zal dit een prachtig huwelijk geweest zijn. Geen ruzie, geen ergernissen, zelfs geen heel kleine ergernisjes. We zien in deze geschiedenis wel heel duidelijk, dat dit terstond na de val heel anders werd.
Ik geloof, dat Adam en Eva wel altijd van elkaar zullen hebben gehouden; God had hen ook samengevoegd, maar zo mooi en zo goed als het vóór de val was, was dit huwelijk later niet meer.
Ze beginnen al dadelijk de schuld op de ander te gooien. Niet alleen op de ander, maar ook op God Zelf.
Adam zegt: „de vrouw", maar hij zegt er achter aan: „die C-IJ mij gegeven hebt." Eva is de enige vrouw, die geen moeder heeft gehad.
Adam en Eva, onze ouders.
Eerst vloekt de Heere de slang, een totale vloek. Tevens is de vloek aan de slang, een belofte voor Eva. Een belofte en een taak. De moedertaak. Voor de val was zij alleen vrouw, daarna zal zij moeder worden, moeder aller levenden.
Uit haar zal later de Heere Jezus geboren worden. Dit blijkt uit de vloek aan de slang.
Dan komt de vloek tot Eva, en in haar tot het hele vrouwelijke geslacht. „Ik zal zeer vermenigvuldigen uwe dracht, met smart zult gij kinderen baren en tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal heerschappij over u hebben."
Wat geeft God in die vloek veel zegeningen. De eeuwige zegening, die haar beloofd werd, de geboorte van de Heere Jezus, bovenal, maar ook veel tijdelijke, natuurlijke zegeningen, die al haar nakomelingen ontvingen.
Met smart — kinderen baren; met smart, ja, maar toch voor veel vrouwen de moederweelde — ook het moederverdriet, ja, ook de moedertaak.
En verder: „tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal heerschappij over u hebben." Dat eerste, die begeerte, daar willen wij nog wel aan. Veel van onze man houden, dat willen we wel, maar dat volgende, die heerschappij, dat willen we niet altijd, in ieder geval met onze mond niet. Als we heel eerlijk zijn, moeten we toegeven, dat we wel graag tegen onze man opzien, dat we wel graag op hem steunen, maar hardop zeggen we, dat we toch zeker net zo sterk zijn, net zoveel kennen als het sterke geslacht.
De sterkte van ons, vrouwen, ligt op een heel ander vlak, als van de man. De taak vaak ook. De vadertaak is anders dan de moedertaak. De taak van de vrouw anders dan die van de man.
Er zijn beroepen, die specifiek mannelijk zijn, er zijn er ook, die specifiek vrouwelijk zijn.
Eva, de eerste moeder heeft de moederweelde gekend; niet iedere vrouw is dit geluk beschoren. Eva heeft ook de smart gekend; denk het je maar eens in, dat de ene zoon de andere doodslaat. Eva heeft ook mogen zien, dat het aan haar beloofde zaad, ook voor haar zou komen. Wat zal Eva veel voor haar kinderen gebeden hebben; Eva had bidden geleerd. Zij zal ook fouten gemaakt hebben, als vrouw, ook als moeder.
Onze moeders hebben ook fouten gemaakt, en wij maken ze ook, ook in de opvoeding van onze kinderen. Als je jong bent heb je heel veel idealen. Een van die idealen is wel: trouwen en kinderen krijgen. En als dit gebeurt, zullen we hen heel goed opvoeden, en de fouten, die onze ouders hebben gemaakt, zullen wij niet maken. Dat dénken we tenminste.
En als je dan gaat trouwen en je krijgt kinderen, dan ontdek je pas hoe moeilijk het is.
Ja, moeder zijn is een prachtige taak, maar ook een heel moeilijke. Dezelfde fouten van onze ouders maken we misschien niet, maar wel een heleboel andere.
In de opvoeding komt als nummer één: ,,de liefde".
In een gezin, waar liefde voelbaar is, zijn ook wel problemen, maar ze worden met elkaar gedragen. Liefde tussen man en vrouw — tussen ouders en kinderen. Waar liefde woont, gebiedt de Heer' Zijn zegen.
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, en 't leven tot in eeuwigheid.
Hier is sprake van liefde. Liefde tot God, maar dan zal er ook liefde onderling zijn. De natuurlijke liefde tussen moeder en kind is door God Zelf ingeschapen. Onze ouders hebben geprobeerd het goede voor ons te zoeken.
Ook al hebben wij veel liefde tot onze kinderen, om hen op te voeden hebben wij bovendien veel wijsheid nodig.
Dit mogen we de Heere vragen, iedere dag weer, want we hebben het iedere dag hard nodig. De opvoeding van uit de liefde is niet altijd gemakkelijk. Dit betekent niet: alles toegeven, maar ook straffen! Als wij onze kinderen te slap opvoeden, doen wij hen te kort. Het voorbeeld zien we bij Eli, die zijn zonen niet eens zuur aangezien had.
Dit was een bijbels voorbeeld van een vader en zijn zoons. In de bijbel staan meer voorbeelden van vader en zoon dan van moeder en dochter. De vrouw was nu eenmaal minder in tel, ook ten tijde van het Oude Testament. Bij de meeste volken was de vrouw vroeger niet veel meer dan een slavin. Denk maar eens aan de tijd van de Batavieren. De vrouw moest het zware werk doen, zoals het land bewerken, en mijnheer, de man, ging op jacht of vissen, al naar hij zin had, verder moest de vrouw doen, wat hij haar gebood.
Hier in de lage landen bij de zee veranderde dit door de invloed van het evangelie. De zendelingen kwamen hier en preekten het evangelie en langzaam aan veranderde de positie van de vrouw. Bij sommige volkeren is het nog zo, dat de vrouw weinig in tel is.
Over het algemeen is de vrouw nu niet langer de slavin van de man, maar staat zij naast de man.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1968
Daniel | 16 Pagina's