ontwikkelingshulp (3)
Nadat we de vorige keer het ontstaan en de inrichting van de Verenigde Naties hebben besproken, willen we in dit artikel stilstaan bij 5 gespecialiseerde organisaties van de V.N. die zich bezighouden met hulp aan de arme landen. Het zijn:
a. De Voedsel-en Landbouworganisatie.
Deze organisatie geeft voorlichting op het gebied van voeding, landbouw, bosbouw, visserij en bindt de strijd tegen ziekten van planten, dieren, alsmede tegen het ongedierte aan. Als men bedenkt dat ongeveer 10 - 15°/o van de wereldbevolking (tussen de 300 en 500 miljoen mensen) honger lijdt en nog minstens 40% van de wereldbevolking (d.i. ongeveer 1400 miljoen mensen) slecht gevoed is, dan blijkt deze organisa-
tie geen overbodig werk te doen. Waarom lijden eigenlijk zoveel mensen honger? Grote delen van de aarde zijn vruchtbaar en kunnen gemakkelijk in cultuur worden gebracht en de streken, waar deze volkeren leven, zijn vaak de meest bevoorrechte wat bodemgesteldheid en kli-
maat betreft. En toch komen ze tekort, die mensen in China en India, in Pakistan en Ceylon, in Kongo, Lybië, de Philippijnen, Peru en Columbia. Er zijn daarvoor verschillende oorzaken. Om er enkele te noemen: gebrek aan technische kennis. Men verbouwt de grond vaak niet op de juiste wijze, zodat de opbrengsten beperkt zijn. Het plegen van roofbouw met als gevolg ontoereikende oogsten, is een veel voorkomend euvel. Met het beschikbare water wordt vaak weinig efficiënt omgesprongen; zo verzuimt men irrigatiewerken aan te leggen, waardoor stukken grond onnodig braak blijven liggen. De transportmogelijkheden laten meestal te wensen over, zodat de distributie van het beschikbare voedsel naar gebieden, waar men er behoefte aan heeft, onmogelijk is of te veel tijd vergt. Ook is men niet in staat in tijden van overvloed het voedsel te conserveren voor
minder goede dagen. Van grote betekenis zijn ook de ziekten, die niet slechts de mens belagen maar ook het gewas en het vee. Juist in deze streken, waar alles zo overvloedig groeit., vinden vele parasieten de beste omstandigheden om zich te ontwikkelen. Legers sprinkhanen maken vruchtbare akkers tot woestenijen. Door de tsetsevlieg is in delen van Afrika de veehouderij onmogelijk en wordt de mens met de beruchte slaapziekte bedreigd. Ook de malariamug maakt haar vele slachtoffers.
Zoals U zult weten houden voeding en religie vaak ten nauwste verband met elkaar. De Bijbel geeft ettelijke voorbeelden van voedingsvoorschriften, waaraan de orthodoxe Jood zich streng houdt. Hij zal b.v., evenals de Mohammedaan, nooit varkensvlees eten. Zo weigert de Hindoe rundvlees te gebruiken daar de koe heilig is. De heilige schriften waarschuwen degene, die een koe doodt, voor evenveel jaren pijniging in de hel als de koe haren op het lichaam heeft. Deze religieuze opvatting heeft b.v. voor het arme India, dat zijn bevolking jaarlijks met meer dan 10 miljoen ziet toenemen, catastrofale gevolgen. Het land wordt zwaar belast door de ca. 200 miljoen heilige koeien, die de ellende en de honger nog doen toenemen.
Naast deze religieuze gebruiken en verboden vindt men overal en te allen tijde taboes en vooroordelen die de voedselkeuze beïnvloeden.
In verschillende delen van de wereld worden vis, vlees en eieren als schadelijk aangemerkt. Er zijn streken in Afrika waar men ervan overtuigd is, dat hij, die eieren eet of melk drinkt, geen nageslacht zal kunnen krijgen; in Malakka vreest men dat eieren en vis wormen veroorzaken, zodat men ze liever niet aan kinderen geeft. Het zijn maar een paar voorbeelden, maar ze geven duidelijk aan hoe deze vooroordelen de mens aanzienlijke schade kunnen berokkenen.
Gevaarlijk is ook de onkunde t.a.v. de juiste samenstelling van de voeding, die er vaak toe leidt, dat kinderen helemaal niet krijgen wat ze nodig hebben en daardoor ziek worden. Enkele veelvuldig voorkomende ziekten, die het gevolg zijn van een chronisch tekort aan vitamine zijn xeropt h a 1 m i e , een oogziekte, die met nachtblindheid begint en heel vaak, wanneer medische behandeling ontbreekt, in onherstelbare blindheid eindigt; voorts berib e r i, waarbij storingen optreden in zenuwstelsel, hart en bloedsomloop, wat verlammingen tot gevolg kan hebben. Van de moeders, die in 1962 in Birma werden onderzocht, bleek 40°/o aan deze ziekte te lijden.
Het probleem van de ondervoeding knelt te meer, als we ons realiseren met welk een snelheid de wereldbevolking toeneemt. Het voedselprobleem is er dus niet een van het ogenblik, maar zeker ook een van de toekomst. Schenkingen van voedsel, hoe nuttig ook om de nood van de bevolking te lenigen, vormen uiteraard geen duurzame oplossing. De inlander zal zelf aan de slag moeten, gedachtig aan het Chinese spreekwoord: „Geef je een hongerige een vis, dan zal hij voor een dag gered zijn; leer je hem vissen, dan kan hij zichzelf redden".
Er zal dus gestreefd moeten worden, en dit is de taak van de Voedsel-en Landbouworganisatie, de noodlijdende bevolking te leren de rijkdommen van bodem en waterbeter te benutten. Dan eerst bestaat de mogelijkheid om de vicieuze cirkels, waardoor de vraagstukken van de ontwikkelingslanden worden gekenmerkt te doorbreken.
Twee voorbeelden van deze „cirkels" zijn: geringe welvaart (laag inkomen) weinig middelen beschikbaar voor de verbetering van het onderwijs, lage gemiddelde scholingsgraad van de bevolking, lage gemiddelde kwaliteit van de arbeid, lage produktie, geringe welvaart; en geringe welvaart (slechte voedselsituatie en slechte gezondheidssituatie), slechte lichamelijke gesteldheid van de bevolking, geringe arbeidsprestaties, lage produktie, geringe welvaart.
b. De Unesco, dit is de organisatie der Verenigde Naties voor onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Dit lichaam streeft er naar de mensheid te bevrijden van het analphabetisme en d.e verspreiding van de wetenschappelijke kennis te bevorderen.
Niet minder dan 45% van de volwassenen van de wereld oftewel 1.200.000.000 mannen en vrouwen, kunnen niet lezen of schrijven en meer dan 250 miljoen kinderen gaan niet naar school. Unesco legt niet alleen de nadruk op het algemeen lager onderwijs; ze streeft er ook naar om het aantal mensen dat de middelbare scholen, de technische scholen en de universiteiten kan bezoeken, te vergroten.
c. De Wereldgezondheids-organisatie. Dit lichaam streeft er naar het hoogst mogelijke gezondheidspeil van ieder mens te bereiken. Het zendt experts de wereld in om de regeringen te helpen gezondheidsdiensten op te bouwen; medisch, technisch en verplegend personeel op te leiden en nieuwe methoden om ziekten te bestrijden te demonstreren. De grootste onderneming op het gebied van de openbare gezondheidszorg, die de wereld ooit gezien heeft, is de campagne tot uitroeiing van de malaria, die door de Wereldgezondheidsorganisatie in 1955 werd begonnen. Ze heeft ten doel de malaria overal volledig te onderdrukken. Het gezamenlijk personeel dat bij deze campagne is betrokken telt samen meer dan 190.000 personen: dokters, ingenieurs, insectenkundigen, microscopisten, bespuiters enz. Grote gebieden zijn thans reeds vrij van de ziekte. Het voordeel van de uitroeiing van de malaria is dat land, dat lange tijd werd besmet met malaria, nu beschikbaar is voor ontginning en dat boeren, die eens te zwak waren om te werken, nu kunnen planten en oogsten.
In het kader van de anti-melaatsheidscampagnes waren in 1962 bijna 2 miljoen patiënten in behandeling; ook deze aktie is een groot succes geworden.
In de strijd tegen framboesia, een ziekte die de patiënt kreupel en invalide maakt, is het percentage van besmetting in sommige gebieden van 20% of meer van de totale bevolking, gedaald tot minder dan 1/10%.
Harde strijd wordt ook gevoerd tegen de misschien wel meest voorkomende besmettelijke ziekte, de tuberculose. In India alleen al sterven per jaar 250.000 mensen aan deze ziekte; over de hele wereld is dit aantal 3 miljoen per jaar.
De Wereldgezondheids-organisatie tracht voorts door middel van haar watervoorzieningsprogramma's de produktie van goed water voor de snelgroeiende steden te verhogen; ze geeft adviezen ter verbetering van de voeding enz.
d. Unicef, het Kinderfonds van de Ver. Naties. Deze organisatie tracht speciaal het lot van de kinderen in de onderontwikkelde gebieden te verbeteren. Het fonds voorziet meer dan 100 landen van materiaal, instrumenten, medicijnen, installaties voor ziekenhuizen en zuivelfabrieken en alle mogelijke andere goederen, die voor hun permanente ontwikkelingsprogramma's nodig zijn. Het bekostigt de opleiding van inheemsen tot medisch hulppersoneel. Jaarlijks ondervinden 60 miljoen kinderen direct hulp van Unicef. Daarvoor trekt het elk jaar ruim 100 miljoen gulden uit.
Unicef geeft alleen hulp aan die landen die hulp vragen en die bereid zijn zelf actief deel te nemen aan de projecten, waarvoor hulp wordt gevraagd. De regering van het betrokken land moet zorgen voor de nodige gebouwen, voor materiaal dat. het land zelf kan leveren, en voor eigen personeel, dat voor het project nodig is. De regering moet garanderen dat de door Unicef geleverde
ontwikkelingshulp
goederen verdeeld zullen worden zonder aanzien van ras, geloof of politieke overtuiging.
e. DelnternationaleBankvoor Herstel en Ontwikkeling.
Dit lichaam werd in 1945 voor twee doeleinden opgericht: de wederopbouw van de door de corlog verwoeste gebieden en de vooruitgang van de minder-ontwikkelde gebieden. Deze Bank helpt de leden hun economische hulpbronnen te ontwikkelen en te exploiteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1968
Daniel | 16 Pagina's