JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET WOORD GAAT VOORT (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WOORD GAAT VOORT (1)

8 minuten leestijd

Op reis.

C' p reis. Zelden had iemand meer te vertellen dan Lucas, toen hij zich neerzette om het verhaal van Paulus' zendingsreizen op te tekenen. Hij moest het verhaal doen van een man, een gewoon sterfelijk mens, die door de kracht van de Heilige Geest met zijn prediking de hele wereld in beroering had gebracht. Maar Lucas is, gedreven door de Geest, aan het schrijven gegaan, en het resultaat ligt voor ons in het boek van de Handelingen der Apostelen, een gedeelte van Gods Woord, dat actueler is dan welke roman ook en meeslepender dan elke reisbeschrijving. Het is werkelijk de moeite waard, in gedachten eens met Paulus mee te gaan op reis, te luisteren naar zijn prediking en getuige te zijn van zijn ontberingen. En ik hoop, dat we al reizende allemaal iets mogen ervaren van de kracht van zijn boodschap, die ook tot ons zal worden gericht.

Saulus van Tarsen.

Maar vóór we op stap gaan, moeten we eerst eens weten met wie we op stap gaan. In de eerste plaats natuurlijk met Paulus. Dat neemt niet weg, dat we in de loop van onze reizen toch ook best eens wat aandacht mogen besteden aan Paulus' medewerkers. Want we hebben het wel altijd over „de zendingsreizen van Paulus", maar doen we dan toch eigenlijk niet wat tekort aan de zachtmoedige Barnabas, de oprechte Titus, de „geliefde medicijnmeester" Lucas en al die anderen, die Paulus hebben bijgestaan? Ik denk zo dat Paulus zelf niet zo erg te spreken zou zijn geweest over de uitdrukking: „zendingsreizen van Paulus". Maar goed, we zouden met Paulus kennismaken.

En onze eerste vraag is al gauw: Hoe zou hij er hebben uitgezien?

Maar daar stelde Lucas nu totaal geen belang in. Hoe iemand er uit ziet, speelt voor zijn bekwaamheid het Evangelie te verkondigen geen enkele rol. Daarvoor gelden gelukkig andere maatstaven! Uit sommige uitlatingen van Paulus zelf en uit geschriften van de oudste Christenen kunnen we misschien afleiden, dat Paulus een man van kleine gestalte was met een typisch joods uiterlijk. De gave der welsprekendheid bezat hij waarschijnlijk niet.

Het wonder van de geweldige vrucht op zijn prediking wordt dus een dubbel wonder! Lichamelijk zal hij niet sterk geweest zijn. Lucas, die haast altijd aan zijn zijde bleef, was arts!

Over de jeugd en het leven van Paulus vóór zijn bekering weten we jammer genoeg erg weinig. Het staat vast, dat hij enkele jaren nadat de Heere Jezus op aarde kwam geboren werd in de „niet onvermaarde stad" Tarsus. Deze plaats lag in het zuiden van het tegenwoordige Turkije en was een welvarende handelsplaats met een wereldberoemde universiteit. In deze stad bracht de kleine Saul zijn eerste levensjaren door. Toen werd hij nog „Saul" genoemd; pas op de eerste zendingsreis spreekt Lucas van „Paulus", wat echt zijn „apostelnaam" werd.

Jood en Romein.

Eén ding kwam Paulus later erg goed van pas: dat zijn vader het burgerrecht van de stad Tarsus had verkregen. In het geweldige Romeinse rijk was dit burgerrecht een groot voorrecht: het garandeerde de bezitter ervan een bepaalde rechtspositie. Als je Romeins burger was, kon men maar niet alles met je doen. Het burgerrecht ging automatisch van vader op zoon over. Maar Paulus was door zijn geboorte niet alleen Romein, hij was ook Jood. Zijn ouders waren Joden, die waarschijnlijk kort vóór zijn geboorte uit Galilea naar Tarsus waren verhuisd. Zij waren zeer orthodoxe Joden, en het moet voor Paulus' vader de vervulling van een droomwens geweest zijn, dat hij zijn zoon de opleiding tot rabbijn kon laten geven in Jeruzalem.

Wij zouden zeggen: Paulus ging theologie studeren, en zijn voornaamste professor werd de beroemde Gamaliël.

Wat zien we hierin weer, dat de Heere vaak werkt door gewone, menselijke middelen heen. In Zijn Wijsheid zorgde Hij er voor, dat de toekomstige apostel der heidenen Romein was, en als wereldburger ook de wereldtaal, het Grieks, kon spreken, waar hij later niet dankbaar genoeg voor kon zijn. Maar ook droeg de Heere er zorg voor dat dit „uitverkoren vat" zoals Hij Zelf Paulus genoemd heeft, de beste theologische opleiding kreeg die er in die tijd was.

Het moet ons leren, dacht ik, dat we de meest gewone dingen als een goede schoolopleiding en een helder verstand, moeten leren gaan zien als talenten, die God ons Zelf gegeven heeft, en waarvan Hij vraagt dat wij ermee zullen gaan woekeren in Zijn dienst.

Aan de voeten van Gamaliël.

Toen Saulus in Jeruzalem op vijftienjarige leeftijd mocht beginnen de „colleges" van Gamaliël te volgen, zal hij vast en zeker een serieuze student zijn geweest. Zo was nu eenmaal zijn karakter: als hij iets deed, wilde hij het ook goed doen. Trouwens, dat onderwijs van Gamaliël was lang niet mis. De jonge studenten werden onderwezen in de Thora (de vijf boeken van Mozes), de Profeten en de Geschriften (zo deelde men in die tijd het Oude Testament in). Daarnaast kreeg de jonge Saulus les in opvoedkunde en welsprekendheid, en niet te vergeten in de ellenlange commentaren, die vele geslachten van rabbijnen reeds op het Oude Testament hadden geleverd. Naast zijn studie leerde Saulus nog een handwerk. Hij maakte kleine leren tentjes, die door de reizigers konden worden meegenomen ter bescherming tegen de zon. Het was bij de rabbijnen gewoonte, naast de studie een handwerk te leren. Dat leverde wat op, en bovendien: studie zonder meer leidde tot zonde, meenden zij.

De sekte.

Saulus ervoer zijn studie echt niet als een last, maar hij deed het met hart en ziel. Meer nog: hij geloofde stellig op deze wijze het best zijn God te kunnen dienen. En met het verstrijken der jaren groeide in zijn hart meer en meer de trots, te mogen behoren tot Gods uitverkoren volk, waaraan de woorden Gods waren toebetrouwd. Echt, Saulus was geen bruut. Hij was geen meedogenloze fanaticus, voor wie alles en iedereen moest buigen. Hij was bezield van het vurig verlangen, het instrument te mogen zijn in Gods hand, om de Wet des Heeren te handhaven in Israël. En alles wat zich keerde tegen die Heilige Wet des Heeren en tegen de uitlegging van die Wet door de vrome schriftgeleerden, vervulde hem met ergernis. En het is dus ook geen wonder, dat Jezus van Nazareth, Die het had bestaan te zeggen dat Hij de Zone Gods was, Die Zijn eigen woord boven dat van de anderen gesteld had, en Die omging met het uitvaagsel van het volk, het is geen wonder, dat deze Jezus in hoge mate het ongenoegen van de jonge Saulus had opgewekt. Wat? Zou zo een de Messias zijn? Maar dat was toch Godslasterlijk! En zo wordt langzaam maar zeker het hart van deze toekomstige rabbijn vervuld met bitterheid. Een bitterheid, die heel zijn leven gaat vergallen. Het spookt heel de dag door zijn hoofd: die sekte van Jezus is vergif voor het volk. Zo raken wij iedereen kwijt! Heel de wereld loopt Hem achterna...

Afwachten?

Het gevoel van triomf, dat Saulus bevangt na de dood van die gehate Nazarener, maakt al spoedig plaats voor onsteltenis. Wat nu gebeurt is nog nooit vertoond! De adembenemende gebeurtenissen van de Pinksterdag, als drieduizend Joden tegelijk tot de sekte toetreden, maken deze dag voor Saulus tot de zwartste van zijn leven. En als dan onder de leidinggevende Joden het verzet gaat branden tegen de Gemeente, dan staat Paulus vooraan.

De geweldige toeloop tot de Gemeente gaf hevige conflicten met de Joodse Raad. Als het conflict tot een hoogtepunt gestegen is, en de Raad overweegt, Petrus en de apostelen ter dood te brengen, dan staat plotseling in de Raadsvergadering Gamaliël op, de leraar van Saulus! Deze oude rabbijn is in ere bij het hele volk, en zijn advies legt groot gewicht in de schaal. Hij adviseert: wacht nu eens rustig af! Alles wat niet uit God is, gaat na verloop van tijd toch wel te gronde.

Dat hebben we al zo vaak gezien. En stel je eens voor dat deze sekte wél uit God is: dan strijden we tegen God! De Raad luistert naar dit bezonnen oordeel. Maar ik stel me voor, dat Saulus zich er ontzettend aan heeft geërgerd. Wel, nu nog mooier! Afwachten, zegt Gamaliël? Wat is dat voor een slappe houding? Zijn dat woorden voor een leraar der Wet? Saulus is blij dat niet iedereen erover denkt als zijn oude leraar.

Er waren in Jeruzalem synagogen, waar Joden kwamen uit het buitenland.

Elke groep had zo zijn eigen synagoge. Er waren groepen Joden uit Cyrene, uit Alexandrië en uit Cilicië. Tot de laatste synagoge zal ook Saulus wel gehoord hebben. Hij kwam immers uit Tarsus in Cilicië! Waarschijnlijk vormden juist deze synagogen van Joden uit de diaspora de grootste haarden van verzet tegen de jonge Christengemeente. In elk geval zorgen zij voor een uitbarsting (Hand. 6 : 9).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 1968

Daniel | 17 Pagina's

HET WOORD GAAT VOORT (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 1968

Daniel | 17 Pagina's