AVONDGEBED
De nacht, de moeder van de rust Des hemels grote fakkel blust. Van arbeid zijn de leden moe, De sluimer drukt de ogen toe.
O, Hoeder groot van Israƫl, Weest ons een trouwe nachtgezel, En waklcer om ons henen ziet Zo vrezen wij de vijand niet.
Gij hebt al wat op aarde is Begraven in de duisternis, Begraaft ook onze zonde boos In uw genade grondeloos.
Wanneer het lichaam slapen gaat, De ziele toch niet slapen laat, Maar waken tot u alle tijd, Die aller zielen vader zijt.
Totdat het aardse wederom In zoete slaap ter aarde kom, De geest in volle zaligheid Daar haar de rust is toegezeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 1968
Daniel | 17 Pagina's