zending in zyid-afiika
Van Zambia naar Botswana
- I -
In „Die Sendingsblad" van december 1967 schrijft zendeling C. J. Kruger het volgende: Ik heb in mijn zondagschooldagen in Boksburg-Noord veel van Mochudi en van ds. Pieter Stofberg gehoord, dat hij ziek was en dat de grote zendingsvriend ds. J. M. Louw voor hem heeft gebeden. Wij zijn al een paar keren per trein Pilanestatie voorbij gereden en konden nooit denken, dat wij hier eens zouden komen helpen. Voorwaar het zaailand van God is groot, het is de hele wereld-
Mijn pionierswerk in Zambia is tot een eind gekomen en de Heere van de zendingheeft voor mij de deur daar gesloten, waar ik negen jaar in het bouwwerk en ook in het uitdragen van het evangelie kon dienen. De reden waarom ik op het zendingsveld. ben, is een verhaal dat te lang is om hier te beschrijven. Ik ga dan terug naar 7 juli 1940, zevenentwintig jaar geleden.
Toen is het keerpunt in mijn leven gekomen, want ik, die dood was in zonden en misdaden, ben met het ware Leven, Jezus Christus, in aanraking gekomen, en teen het Leven de dode aanraakte, is de dode levend geworden. Na mijn levendmaking volgde de opdracht: „Ga heen en verkondig het Koninkrijk van God". Daarom ben ik op het zendingsveld. Dit was steeds de gelukkigste tijd van mijn leven, te midden van beproeving, die lijdzaamheid moet werken. Toen de deur in Zambia werd gesloten, opende de Opdrachtgever een andere in Botswana en wel op Mochudi.
De eerste februari 1966 zijn wij aangekomen op Derdepoort-Sekwane, het zendingsstation. Daar hebben wij de tekenen van verwoesting gezien vanwege de droogte. Langs onze weg lagen beesten, van honger en dorst omgekomen. Het waren reeds geraamten eer zij stierven, terwijl de roofvogels zich gereed maakten voor hun feest. Wat een tegenstelling met Zambia, met zijn hoge, grote en altijd groene bomen, honderden vierkante mijlen, en zijn grote rivieren vol water en velden vol hoog gras. En hier korte en lage doringbomen in rode of vale grond, met bijna niet één verdorde graszode meer. Doringbomen, die toch zo goed tegen de droogte kunnen, lagen in grote getale verdord en omgevallen. Dit is dan het land waar mijn volgende werkkring zal zijn.
Derdepoort was onze tijdelijke werkkring; het doel was Mochudi. De eerste gelegenheid daartoe hebben wij ten volle benut. Zo zou ik dan eindelijk mijn bestemming zien. Hier zou ik weer een schril contrast ondervinden: een turflaagte ligt onder water, even vcor je het dorp Mochudi ingaat. Een los stofpad moet je overrijden. Zo moest ik een rivierdoop ondergaan om bij het zendingsstation te komen.
Wanneer je op een nieuwe plaats komt, moet je ogen en oren goed open houden om te weten te komen wat er zoal omgaat. Het eerste wat ik hoorde was, dat het opperhoofd Lentswe, in vroegere jaren tot bekering is gekomen, en dat hij toen de hele Bakgatlastam bij de N. G. Kerk liet aansluiten, zodat die N. G. Kerk nu feitelijk als staatskerk wordt beschouwd.
Wat ik gehoord had zou ik ook spoedig zien. Op de eerste zondag had er een begrafenis plaats. Zoals dit bij ons gebeurt, werd het cok daar gedaan, op echt christelijke wijze. Inplaats van heidens geweeklaag, werden er evangelische liederen gezongen en bij het graf ging het net als bij onze begrafenissen. De kist was geel met koperbeslag en wel heel duur. De lijkwagen was een oude ford, die doormidden was gezaagd, en nu in een ezelskar was veranderd. Door twee mannen werd dit voertuig getrokken.
Mijn eerste werkkring was Derdepoort-Sekwane. Daar ontmoette ik de oude evangelist Mabalane, die oud geworden is onder de dienst. Zijn zoon is onderwijzer en heeft bij enkele gelegenheden als tolk dienst gedaan. Zij hebben een kerkzaal die ook als school dienst doet. Daar heb ik een groepje trouwe christenen ontmoet, die het leven van de gemeente uitmaken.
In Matubudukwane, een andere buitenpost, woont ook een lieve en vriendelijke evangelist. Een groepje trouwe christenen vormt de kerngemeente. Zij hebben ook een kerkzaal. Hier bevindt zich een van dr. G. H. J. Teichlers buitenklinieken, onder toezicht van een bekwame verpleegster.
Hier is het ook waar de V.S.B.'s geestelijke werkster tijdelijk was gevestigd, maar nu
zending in zuid-afrïka
woont zij dichtbij de zendingspastorie te Sekwane.
Hier wordt een groot en edel werk onderde vrouwen en meisjes gedaan en er vinden bekeringen plaats. Naaldwerkklassen worden in verscheidene centra gehouden. Op deze wijze wordt het evangelie uitgedragen. Een opmerking op de zendingraadzitting is mij bijgebleven: „Het is jammer dat er ook geen geestelijke werkers onder de mannen en jongens arbeiden, want vele meisjes trouwen later met onbekeerde mannen en dan vallen zij weer terug, en een mens voelt dan dat de arbeid tevergeefs is geweest". Dit is iets om over na te denken en waarvoor gebeden moet worden. Verder is er het hospitaal, onder leiding van dr. J. G. M. Richter. Over het geneeskundige deel van dit werk kan veel verteld worden, maar het is slechts een deel van het geestelijk werk. Het hospitaal is door een luidsprekerinstallatie verbonden met de kapel. Elke morgen om negen uur wordt de hospitaaldienst gehouden en zo hoort elke patiënt op zijn of haar bed de boodschap van de dag. Zo wordt al jaren het evangelie aan de zieken verkondigd. Bovendien worden ook honderden folders aan buitenpatiënten uitgedeeld. Een tijd geleden heeft het hospitaal ook een eigen evangelist gekregen. De eeuwigheid zal de vrucht op de evangelieverkondiging openbaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1968
Daniel | 15 Pagina's