wat vind je van „Daniël”?
Bij het beantwoorden van deze vraag hebben we eigenlijk al een opsomming gegeven van de verschillende antwoorden die we ontvangen hebben, n.1.: we moeten er een gezellig blad van maken; ons blad is te oppervlakkig; graag wat meer aktuele onderwerpen; vooral belangstelling voor de diepste vragen in ons leven; en tenslotte het uitgebleven antwoord van de „onverschilligen". We hebben al iets gezegd over enerzijds de opmerking dat Daniël gezelliger moet worden en anderzijds de klacht dat ons blad te oppervlakkig is. Eigenlijk waren we nu van plan om tot een afgerond geheel te komen wat betreft de vragen en meningen over ons jeugdblad. Maar teruggekomen van vakantie troffen we nog verschillende reakties aan die we onze lezers toch niet graag willen onthouden. Als jullie het citeren van brieven niet leuk vinden, dan horen we dat graag, maar zelf hebben we de indruk dat we ook en vooral de lezers aan het woord moeten laten, want alleen op deze manier kunnen we werkelijk een gesprek met elkaar krijgen. En daarbij is het wel eens nodig een brief helemaal te citeren om niet een verkeerde indruk van de schrijver of schrijfster te krijgen. Allereerst een meisje, dat naar onze mening een bijzonder eerlijke brief heeft geschreven.
Ons blad is jeugdorgaan!
„Hoe zou ik Daniël willen zien? Ik wil beginnen met te zeggen dat ik jullie rubriek „Onder ons gezegd" heel fijn vind. Vrouwenpraet vind ik er eigenlijk niet in thuis horen. Er staat toch duidelijk op de omslag: Jeugdorgaan. De vrouwenverenigingen zouden zelf apart een krantje moeten hebben. Ik ben het niet eens met die moeder, die wilde dat er meer foto's en een ziekenhoekje enz. in Daniël kwamen. Ik kan me indenken clat ze dat graag wil, maar daar heb je toch de Gezinsgids voor? Maar ik vind, net als haar zoon, dat er aktuele onderwerpen in besproken moeten worden. We hebben het er vaak zo moeilijk mee. Vanmiddag ook weer. Mijn collega zei: „Gunst, ik heb de hele week al niet
T.V. gekeken. Vind jij dat nu niet onzettend, dat jullie geen T.V. hebben? " Als ik dat dan ontken en zeg dat ik het helemaal niet erg vind, zou ik willen zeggen waarom ik dit zo vind, maar bij zoiets sta je gauw met je mond vol tanden. En daarom vind ik het zo belangrijk als er over zulke dingen gesproken wordt in Daniël. Je moet vast in je schoenen staan als het je moeilijk gemaakt wordt, zodat je medemens respect voor je heeft en zegt dat je eigenlijk toch wel gelijk hebt. En ik geloof dat je dat enkel maar kunt bereiken door er een eigen mening op na te houden en doordat je er voor uit durft te komen dat je anders bent en je ook anders voelt dan „de wereld". Maar weet U wat ik soms zo laf van mezelf vind? Ik doe mezelf veel „wereldser" voor dan dat ik ben. Ik weet niet of U begrijpt wat ik bedoel. Ik zal proberen het met een voorbeeld duidelijk te maken: ik doe net of ik er trots op ben dat ik b.v. maar twee keer op een zondag naar de kerk ga, hoewel er drie maal kerk is. Maar dat is toch helemaal niet iets om trots op te zijn! Ik zeg ook nooit dat wij geen radio hebben, wanneer ik het eens met iemand over een bepaald programma heb. Ook niet als me dan gevraagd wordt of ik er ook wel eens naar luister.
ïk geloof dat veel mensen ook heel geringschattend over ons denken. Ze denken dat wij eigenlijk een aparte groep van de bevolking zijn. Eigenlijk zouden we daar toch trots op moeten zijn hè, maar ik probeer juist om zo gewoon mogelijk te zijn.
Een andere collega van me zei een poosje terug: „Gek eigenlijk, aan jou kun je helemaal niet zien clat je Oud Gereformeerd bent (daar bedoelt ze dan de Ger. Gem. mee), maar aan je zuster wel hè? Die kijkt altijd zo droevig en ook aan haar kleren kun je het zien, maar jij lacht altijd en aan jou kun je het ook niet zien" (ik heb wel lang haar). Dus met andere woorden, ze denkt dat wij er heel anders uitzien dan de gewone mensen. En ergens heeft ze nog gelijk ook. U zult het vast ook wel eens gehad hebben dat U dacht „nou,
dat meisje, die jongen is vast van de Ger. Gem." Dat kun je soms met één oogopslag zien. Maar kijk, ik vind dat je best vlot gekleed mag gaan. Je hoeft beslist niet met de laatste mode mee te doen, maar wel naar je eigen smaak en niet zo ouderwets. Ik weet niet of U het boek kent „De zwartekousenkerk". Het is pas verschenen. Ik werk in een boekhandel, vandaar dat ik het ken. Het is ontzettend erg wat die schrijver allemaal te zeggen heeft over onze kerk. Volgens mij moet het iemand zijn, die in onze kringen is opgevoed, anders kun je nooit zo goed op de hoogte zijn.
„Wat trekt me in andere bladen? " had U ook nog gevraagd. Dat kan ik eigenlijk niet zeggen. Ik geloof veel sensatie. Ik bekijk altijd heel veel tijdschriften. Er is ook bijna geen tijdschrift waar geen artikel over sex in staat. Maar verder kan ik er weinig over oordelen, omdat ik de bladen meestal maar vluchtig doorkijk. Ik lees liever een goeie roman. Geen flauwe romannetjes of streekromans. Ik weet niet of ik er zonde mee doe, als ik romans lees. Diep in mijn hart geloof ik dat het niet mag. Maar ja, ga nu eens oude schrijvers lezen. Zo is het ook in de kerk. Als ik dan thuis kom vraagt mijn vader: „En heb je nog een beetje kunnen luisteren? " Ik moet vaak bekennen dat ik er geen woord meer van weet. Het gaat allemaal langs me heen. En daarom vind ik het heel belangrijk dat er zo'n blad als Daniël bestaat.
Ik houd er nu mee op. Ik zou nog een heleboel meer kunnen schrijven, maar ik hoop dat nog wel eens een keer te doen."
Ik lees Daniël graag.
Iemand anders schrijft: „Allereerst wil ik me even voorstellen. Ik ben verpleegster en 26 jaar en als reaktie op uw artikel wilde ik U even schrijven hoe ik over Daniël denk. Nou, ik lees Daniël graag, eerlijk waar! Er staan stukjes in die er niet om liegen en eerlijk recht door zee gaan. Iets waar tegenwoordig nogal graag het handje mee gelicht wordt. Dit merk je vooral als je onder veel andersdenkende mensen werkt en met hen om moet gaan. Niet dat je altijd iemand moet overtuigen, maar g e tuigen van iets wordt dan destemeer van je verlangd. En dat is het 'm juist. Door mijn werk kom ik weinig met mensen van verenigingen in contact. Maar door te lezen kom je op zo'n manier toch met hen in aanraking.
Eigenlijk zou het blad iedere week moeten verschijnen. Vooral met veel h e cl e n-daagse aktuele problemen en oplossingen of goede inzichten. Ik onderstreep hedendaagse, daar er nogal in de verleden tijd geleefd en gedacht wordt. Niet dat dat bezwaarlijk is, maar volgens mij moet onze tijd verklaard worden uit de verleden tijd. Ze zijn dus nooit gescheiden. Net zoals het O.T. en het N.T.
Het enige waar ik me aan stoot vind ik de uitdrukkingen „onze kring" en andere intieme gezegden. Dit geeft me, als ik m'n krantje uitleen aan iemand die net niet Ger. Gem. is, een naar gevoel. Want in een gesloten kringetje komt een vreemde eend niet gauw. En juist dat afschrikken doet je dan zo'n pijn. Door zo'n kleinigheid! En dan moet je zelf vaak bekennen dat je anderen in de weg staat.
Ook graag onderwerpen die echt konsekwent genomen niet uitvoerbaar zijn, b.v. verzekeren. Rijke mensen kunnen dat makkelijk ten uitvoer brengen, maar jonge mensen? Een ander voorbeeld: werken op zondag. Het reizen met de trein mag niet, maar elektriciteit gebruiken wel, want wie zit 's zondags in het donker of bij kaarslicht? En daar moeten ook mensen aan werken op zondag. Bij ons thuis werd hier heel streng de hand aan gehouden. We deden dat dan ook niet.
Er zijn nog veel meer vragen. Hopelijk schrijven anderen U ook! Ik hoop nog vele „Daniëls" te laten lezen aan anderen die niet van de Ger. Gem. zijn."
Luister naar de jeugd!
We kunnen niet alle reakties doorgeven. Daarom tot slot nog een oudere lezer: „Daniël van nu is anders dan vroeger. Zeker is dat een gevolg van de inbreng door de jeugd. Gelukkig dat ze nog reageren. Dat bewijst dat ze Daniël nog lezen. En elk middel, hoe gering ook in het oog van de mensen, kan en zal gebruikt worden om zondaren tot God te bekeren.
Laat de jeugd maar praten en vragen en dat wij ouderen dan van God wijsheid mogen ontvangen om hen te antwoorden. Er zijn zoveel vragen waar ze niet uit kunnen komen. Ze denken heus wel aan de eeuwigheid, aan zonde en oordeel. Maar w ij zwijgen vaak teveel. Spreken te weinig over de barmhartigheden Gods, die nog geen einde genomen hebben! We kunnen nog bekeerd worden. Jezus klopt nog aan de deur van ons hart: Doe Mij open! Mocht de Heere daartoe ook nog gebruiken wat in Daniël geschreven wordt!"
Bleulandweg 298, Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1968
Daniel | 15 Pagina's