JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ontwikkelingshulp (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ontwikkelingshulp (1)

6 minuten leestijd

Een van de belangrijkste vraagstukken waarvoor de wereld zich sedert enige decennia gesteld ziet is de verhouding tussen de landen in Europa en Ncord-Amerika tot die, welke gelegen zijn in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Dit vraagstuk wordt, naar analogie van dat van de verhouding tussen Oost en West, tegenwoordig ook wel aangeduid als de verhouding tussen Noord en Zuid in de wereld, als die tussen de rijke en de arme landen.

Om deze verhouding goed te begrijpen willen we ons afvragen wat eigenlijk ontwikkelingslanden zijn en waarom dit probleem zo urgent is en zich zo onweerstaanbaar aan ons opdringt.

Wat z ij n ontwikkelingslanden?

Ontwikkelingslanden zijn landen, die op economisch, op sociaal, op cultureel, op technisch terrein zijn achtergebleven t.o.v. West-Europa en Amerika. Zoals gezegd liggen deze landen v.n. in Afrika, Azië en Zuid-Amerika; anders gezegd: ze vallen vrijwel samen met de vroegere koloniale gebieden. Bij de kolonisatie van weleer hebben de koloniserende mogendheden (dit zijn v.n. Engeland, Frankrijk, Nederland, België, Spanje en Portugal) zich sterk laten leiden door egoïstische drijfveren. De koloniën leverden goedkoop grondstoffen waar West-Europa, door de ontwikkeling van de industrie, grote behoefte aan had. Bovendien werden edele metalen, specerijen en tropische landbouwproducten naar het moederland vervoerd. Dank zij deze rijke baten uit de koloniën steeg het welvaartspeil alhier, terwijl men zich over het algemeen weinig aantrok van het lot van de inlanders. De koloniën werden opgeofferd aan de belangen van het moederland.

Generaliserend kunnen we zeggen dat in de koloniën geen industriële ontwikkeling tot stand kwam. Politieke medezeggenschap was voor d.e inheemse bevolking betrekkelijk niet weggelegd. Verreweg het grootste deel van de bevolking ontving geen of onvoldoende onderwijs, waardoor meer dan de helft van de bewoners van de ontwikkelingsgebieden analfabeet is. De bevolkingsaanwas was in de koloniën zeer gering, als gevolg van het hoge sterftepercentage. Hongersnoden kwamen veelvuldig voor, daar de landbouw op zeer primitieve wijze werd uitgeoefend.

De kloof wordt steeds groter.

Momenteel is de situatie zo, dat w ij ieder jaar rijker worden; West-Europa beleeft een weeldetijd die zijn weerga niet heeft in de geschiedenis; de bevolking der ontwikkelingslanden wordt echter ieder jaar armer, o.a. door de schrikbarende bevolkingsexplosies in die landen: Deze zijn vooral een gevolg van de toenemende hygiëne en medische verzorging, vooral van de kleine kinderen. Europa heeft zo'n plotselinge invloed van de medische wetenschap nooit gekend. Integendeel, daar heeft die wetenschap zich langzaam ontwikkeld. Stap voor stap had dat gevolgen voor de levenskansen van de Europeanen en dus voor de bevolkingsgroei in ons werelddeel. De economische groei kon daardoor het proces van d.e bevolkingsgroei betrekkelijk gemakkelijk bijhouden. Sterker nog: de groeiende bevolking veroorzaakte een toeneming van de welvaart. Toen nu, omstreeks de eeuwwisseling, de inmiddels op een hoog peil gekomen medische en hygiënische kennis snel en op grootscheepse wijze werd toegepast in gebieden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, vergrootte dat daar de ellende. Dat moge onwaarschijnlijk klinken, het geeft toch de feitelijke situatie weer.

Er bleven immers meer mensen in leven. Dat betekende: meer monden die om eten vroegen. De toeneming van de bestaansmiddelen hield echter geen gelijke tred met deze grote bevolkingsgroei. Dat is wel begrijpelijk: het is eenvoudiger de eerste beginselen van b.v. babyverzorging in een primitieve samenleving te brengen dan er werkgelegenheid te scheppen; het levert ook minder moeilijkheden op om een bevolking te beschermen tegen malaria dan een woestijn vruchtbaar te maken.

De groei van de wereldbevolking is dus vrij plotseling snel gaan toenemen. In enkele cijfers uitgedrukt: Tussen 1860 en 1960 groeide de bevolking van 1, 3 miljard tot 3 miljard (d.us ruim een verdubbeling binnen één eeuw). Volgens berekening zal de volgende verdubbeling van de wereldbevolking binnen een halve eeuw plaatsvinden, en zal ze dus D.V. in het jaar 2000 6 a 7 miljard bedragen.

In West-Europa groeit de bevolking echter slechts met 0, 6% per jaar, terwijl in de ontwikkelingslanden een jaarlijkse aanwas

van 2V2 tot 3% een normaal verschijnsel geworden is, hetgeen daar een verdubbeling binnen de 30 jaar betekent.

De cijfers spreken.

Hoe diep de welvaartskloof tussen Noord en Zuid in de wereld is willen we met enkele cijfers illustreren:50°/o van de wereldbevolking leeft, in de zeer arme landen (het inkomen per hoofd is kleiner dan 100 dollar per jaar) 21% leeft in de arme landen (het inkomen per hoofd ligt tussen 100 en 600 dollar) 16% leeft in de rijke landen (het inkomen per hoofd ligt tussen 600 en 1200 dollar) 13% leeft in de zeer rijke landen (het inkomen per hoofd ligt hoger dan 1200 dollar).

Ook ons land behoort tot deze categorie: ons nationaal inkomen per hoofd bedraagt 1260 dollar, van West-Duitsland en Frankrijk 1540, van Amerika 3020!

ïn de ontwikkelingslanden woont 65% van de wereldbevolking, hun aandeel in het wereldinkomen bedraagt 20%, hun aandeel in de industrie-oroduktie 17%.

Nog slechts 25 jaar geleden liet het de overgrote meerderheid der blanken volkomen onverschillig (met lofwaardige uitzonderingen als zending en missie), dat enige miljarden mensen waren gedompeld in honger, armoede en onwetendheid. De grote massa in de welvarende landen wist er niets van en wilde er ook liever niets van weten. Het probleem der ontwikkelingslanden is thans echter acuut geworden, daar door de hoge vlucht der westerse wetenschap en techniek de verschillen in ontwikkeling veel groter geworden zijn dan vroeger. Het levenspeil der geïndustrialiseerde landen is veel hoger komen te liggen dan dat in de overbevolkte, onderontwikkelde agrarische gebieden.

Bovendien zijn de achtergebleven gebieden zich de achterstand bewust geworden. De welvaartsverschillen zijn onhoudbaar geworden en gevaarlijk voor de wereldvrede.

Waarom helpt men?

We mogen vooral niet verdoezelen, dat onze hulpverlening lang niet altijd voortkomt uit mededogen met het lot der mensen daarginds. Vaak spelen economische motieven een rol: men wil vergroting van de afzetmarkt. Immers, wanneer de armoede in d.e ontwikkelingslanden plaats maakt voor welvaart, zullen de mensen steeds meer materiële eisen kunnen en willen stellen, hetgeen een geweldige toeneming van de vraag naar goederen betekent.

Ook spreken politieke en militaire motieven een woordje mee: men wil z'n invloedssfeer, b.v. tegenover het Communisme, uitbreiden of handhaven. Steeds duidelijker blijkt, d.at de arme landen zoveel mogelijk buiten de politieke aspiraties van de grote machtsblokken willen blijven. Ze zijn altijd nog bang, dat de ontwikkelde landen via een achterdeur hun oude macht weer willen heroveren. Hulpverlening uit een internationaal fonds, waarin noch dollars, noch roebels, guldens of francs herkenbaar zijn, dus multi-laterale hulpverlening, wordt daarom over het algemeen meer op prijs gesteld dan directe steun van een bepaald land: bi-laterale hulpverlening.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1968

Daniel | 15 Pagina's

ontwikkelingshulp (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1968

Daniel | 15 Pagina's