GENOT, een afgod in ons leven?
Voor de meesten van ons is de vakantie waarschijnlijk weer voorbij. We zijn weer aan het werk gegaan. Hoe? Zuchtend, met iets van verwijt over de al te koele zomer? Of eigenlijk een beetje opgelucht, omdat de normale gang van zaken uiteindelijk toch maar de beste is? Of met iets van een soort gelatenheid, zo in de trant van: daar gaat-ie dan maar weer?
Onlangs zat ik weer eens opnieuw te bladeren in het fijnzinnige boekje van Prof. Dr. J. H. Bavinck: „Het raadsel van ons leven". Daar staan o.a. enkele hoofdstukjes in over de drie afgoden van ons leven: het geld, onze eer en het genot. Omdat dit nummer van „Daniël", evenals trouwens het vorige, aan het onderwerp v a-kantie aandacht besteedt, zowel in „Onder ons gezegd" als in een afzonderlijk artikel, meen ik er goed aan te doen, enkele opmerkingen te maken over de plaats van het genot in ons leven. De wijze opmerkingen van prof. Bavinck staan mij daarbij gedurig voor de geest.
Hij begint zijn betoog met de opmerking, dat het genot op zichzelf geen verkeerde zaak is. Iemand die terug ziet op gedane arbeid, kan daarvan intens genot ondervinden. Vooral wanneer dit werk alle mogelijke inspanning vereiste, die nodig was om tot resultaat te komen. Zoals een schooljongen er plezier in heeft, wanneer een wiskunde-som goed uitkomt of een vertaling een dikke voldoende oplevert. Zoals een meubelmaker met voldoening en trots een gemaakt bankstel kan bekijken. Zoals de boer met vreugde het koren ziet rijpen tot de oogst, in het besef dat hij er aan gedaan heeft wat hij kan, het verder overlatend aan Hem, Die de wasdom geven moet. Na gedane arbeid is het goed rusten. Dit rusten kan een zuiver genieten zijn. Arbeid en rust, arbeid en genot hangen hier nauw samen.
Deze beschrijving van de arbeid doet ons 20e eeuwers, opgenomen en meegesleurd in een machtige industriële ontwikkeling, echter al wat romantisch aan. De arbeiders van onze tijd vormen slechts een schakel in een veel groter geheel. Resultaat zien op het werk is er steeds minder bij. Men staat op een bepaalde plaats in het produktieproces, en daarmee uit. Het harmonisch samengaan van arbeid en genot vindt daardoor steeds minder plaats. Daardoor wordt de kloof tussen arbeid en ontspanning, werk en genot, steeds groter; daardoor wordt de arbeid steeds meer in het negatieve vlak getrokken: er moet nu eenmaal gewerkt worden voor het levensonderhoud. Daardoor ook wordt de ontspanning steeds meer getrokken in de richting van een leeg vermaak of een zinloos niets-doen.
En... omdat deze vorm van genot nooit zegt: het is genoeg, eist de mens steeds meer! Dan gaat er, als we niet oppassen, een jacht naar vermaak ontstaan en klinkt er een schreeuw van genot; zonder echter te beseffen, dat we achter een surrogaatgenot aanhollen. Dan wordt genot een consumptie-artikel, dat gekocht moet worden. Dan zijn we, misschien zonder het te beseffen, deze tegenwoordige wereld gelijkvormig geworden! Of bewaren we nog een eigen stijl in ons vakantie-houden? Ik weet het wel: onze gecompliceerde
Ik weet het wel: onze gecompliceerde maatschappij stuwt ons bijkans in de richting die hierboven geschetst werd. Het is wel eens moeilijk je werk zinvol te vinden, als je dag in, dag uit aan de lopende band staat, een opzichzelf onmisbare, maar voor jezelf geestdodende handeling verrichtend. Het is dan ook wel te begrijpen, dat velen hun vakantie beschouwen als een kortstondige vlucht uit de benauwende woestijn van de arbeid.
Maar zo mag het toch niet! Ook de problemen van onze arbeid mogen voor de Heere neergelegd worden. U mag bidden, of U een zin mag ontdekken, ook als het werk wel eens zinloos schijnt. De vreze des Heeren strekt zich ook tot de arbeid uit. Als het echte dienen van de Heere maar gevonden wordt, komt het met de arbeid ook wel in orde. Als U Gods bedoeling met uw werk leert verstaan, zal dat ongetwijfeld zijn neerslag hebben op uw wijze van ontspanning en vakantie doorbrengen. Dan zullen arbeid en ontspanning, als 't ware, weer naar elkaar toegroeien. Dan gaan we verstaan, dat alles moet geschieden tot Gods eer.
Ik wens U van harte een gezegende werkperiode toe!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1968
Daniel | 16 Pagina's