JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

vrijetijdsbesteding (slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

vrijetijdsbesteding (slot)

9 minuten leestijd

Je zult je waarschijnlijk afvragen wanneer ik nu eindelijk eens concreet ga worden en waarom de inleiding van 2 artikelen nodig was. Wat moet (mag) je nu doen in je vrije tijd?

Natuurlijk moet er een antwoord komen op deze vraag. Maar dat te geven was mijn bedoeling niet met deze artikelen. In het eerste artikel stelde ik mij tot de taak enkele grote lijnen aan te geven „in welke richting we de oplossing van de vele vragen moeten zoeken."

Waar ligt de grens?

Durft hij het dan niet aan om in de praktijk te duiken? vraag je misschien. Nu, eerlijk gezegd niet. Weet je waarom? Dan lopen we gevaar toch weer een „lijst" te gaan maken. En je zult wel gemerkt hebben dat die „lijst" er bij de een anders uit ziet als bij de ander. De een trekt de grens zus en de ander zo. En beiden doen het met de Schrift in de hand. Denk alleen maar aan wat een jonge lezer schreef in „Onder ons gezegd" van de vorige keer. Zo zijn er meer voorbeelden. Er zijn ouders die tegen hun kinderen zeggen: Ga toch naar een zomerkamp! Er zijn er ook die zeggen: Daar wil ik jou niet hebben. Of een ander voorbeeld: Sommige mensen verstaan de kunst om — als Luther — de muziek een plaats te geven in het christelijk leven, maar anderen kunnen dat niet. En zo kan ik doorgaan.

Snap je nu waarom ik er niet aan beginnen kan om allerlei soorten vrijetijdsbesteding de revue te laten passeren en te zeggen: Dat mag wel en dat mag niet? Daarom was ik in de vorige artikelen zo uitvoerig om niet het gevaar te lopen weer zö bezig te zijn met het zoeken van wat nog wel kan en wat nog niet dat we de hoofdzaak uit het oog verliezen. In die hoofdzaak is de Schrift duidelijk genoeg: De Heere vraagt van ons Hem te dienen door Hem en de naaste lief te hebben, in ons werk èn in onze vrije tijd. Van hieruit komen drie punten (hoe kan het zo? ) naar voren voor dit slotartikel: Het dienen van God „rechtstreeks", het dienen van God door de dienst aan de naaste en het dienen van God in de zorg voor jezelf. Denk erom, dit is een onderschei-

ding, het mag vanzelf geen scheiding zijn. Heel beknopt nu van elk der drie punten, maar vooral van het laatste, enkele opmerkingen :

Het dienen van God

Vanzelfsprekend kan ik in dit artikel niet ingaan op de vraag wat dat nu in wezen is en hoe de Heere het door Woord en Geest ons leert. Hier slechts wat opmerkingen die direkt verband houden met ons onderwerp.

Ik denk aan gebed, bijbellezen en meditatie. Ik denk ook aan het ritme van geven en ontvangen uit het vorige artikel. Wat trekken we weinig tijd voor deze dingen uit. Als wij er eens net zoveel tijd voor uittrekken als Jan Janssen het deed om de Tour de France te winnen. Ik geef toe, de man was diep beklagenswaardig toen je hem op de foto in de krant zag staan met tranen van geluk in de ogen. Maar daar nu even niet over. Paulus stelt in een van zijn brieven ook de lopers van de Olympische Spelen ten voorbeeld aan de christenen. En dat kunnen we in dit geval ook doen. Laten we de kerkgang even buiten beschouwing laten en aannemen dat we allemaal trouwe kerkgangers zijn. Maar wat komt er dan van persoonlijk bijbellezen, er rustig over nadenken en bidden? Ik hoorde eens een dominee zeggen: „Gemeente, ik ben bang dat u nog geen tien minuten per dag uittrekt voor deze dingen." Inderdaad.

Ontstellend veel jongeren kom je onder ons tegen die vrijwel nooit er toe komen zelf eens hun bijbeltje ter hand te nemen. Zij zijn blijkbaar of van mening dat de Heere met hun vrije tijd niets te maken heeft, of dat dat „doen" allemaal toch niets helpt als de Heere niet eerst ware behoefte in het hart verwerkt. Daarbij vergeten ze dan dat de Heere door het omgaan met zijn Woord die behoefte kan en wil werken. Als dit dan ook nog jongelui zijn die zeggen veel vragen te hebben dan wordt de zaak nog bedenkelijker. Zij verwachten dan misschien zomaar een antwoord rechtstreeks van de Heere, terwijl Hij gezegd heeft van zijn Woord: „Gij doet wel dat gij daarop acht hebt!"

Nee, deze dingen moeten telkens terugkeren in ons leven. Lees daarvoor ook de boekbespreking van deze week eens na. De Heere wil ze zegenen. Hij heeft ons naar Woord en gebed verwezen. Voor velen zijn daardoor de tijden van lezen, bidden en mediteren tot zegen geworden en zij mogen daar telkens het manna uit de ver-hemel terugvinden. Onze „vaderen" wijzen er ook telkens naar.

Het dienen van de naaste

Ook in onze vrije tijd vraagt de Heere — net als in ons werk — dat we de naaste dienen. Dat is een vergeten punt, dacht je niet? Dat je voor jezelf moet (en mag) zorgen is geen probleem. Dat het dienen van de Heere, zoals we daar boven over spraken, een plaats dient te hebben in ons leven zul je niet durven ontkennen. Maar dat we nu ook met de naaste bezig dienen te zijn, klinkt misschien vreemd in de oren. Toch begrijp je dat de Heere op dit punt geen uitzondering maakt.

Ik denk b.v. aan hulp aan de naaste in allerlei vorm. Dat kan het gemeentelid zijn, maar ook een buitenkerkelijke. Het kan zelfs een verre, onbekende naaste zijn. Het kan ook zijn het leiding geven aan en meedoen met bepaalde kerkelijke activiteiten, zoals vereniging, akties, kollektes, evangelisatiewerk, bezoeken afleggen enz. Hoevelen onttrekken zich niet al te gemakkelijk daaraan? En het zit niet in het vele!

Hier komt ook de evangelisatie in Merksem om de hoek kijken. Vraag maar eens aan een „Merksemer" hoe het er toegaat. Dan merk je dat het mooi, maar ook moeilijk werk is. Dan merk je ook dat er verschillende jongeren zijn die daardoor niet loskwamen van de vraag: „Wie ben ik zelf nu eigenlijk voor de Heere? "

Zorgen voor jezelf

In onze vorige artikelen zagen we dat we tijd moeten en mogen nemen voor onszelf. Straks, en telkens weer, dienen we geestelijk en lichamelijk uitgerust weer fris aan het werk te kunnen gaan. Dat is heel belangrijk. We mogen niet zo overaktief worden dat we denken dat een vakantie alleen maar goed besteed is als je alle dagen in Merksem hebt meegedaan. Wie dat kan en toch weer fris op zijn werk komt die doe het. Maar wie het niet kan en hard toe is aan veel rust in een mooie omgeving die doet niet verkeerd daar de nadruk op te leggen. Laten we niet krampachtig doen. Deze dingen liggen persoonlijk zo verschillend. De een heeft heel andere ontspanning nodig dan de ander.

Ja, en wat doe je dan al zo? Ik wil enkele opmerkingen maken, zo je wilt: enkele „tips" geven, (uiteraard heel willekeurig en onvolledig):

Lezen is bij velen favoriet. Maar ze komen daarbij niet uit boven een gezellig, romannetje uit bepaalde series. Probeer

vrijetijdsbesteding (slot)

eens wat anders te nemen ook. Je eet thuis ook niet altijd Haagse bluf. Pak eens een boek waar je iets uit leert, b.v. over de wereld en de mensen om je heen, zodat je ze beter begrijpt en een antwoord hebt, wanneer je met ze in kontakt komt. Of een boek waarin een stuk geschiedenis van land of kerk tot je komt. Ik denk aan een prachtig boek uit de tijd van de Afscheiding: „Brandende harten." En dan: er zijn genoeg eenvoudige stichtelijke boeken. Waarom klagen dat je dit niet begrijpt in de kerk en op die vraag geen antwoord krijgt, wanneer je zelf nooit de moeite nam eens zo'n boek (je ziet ze vaak aangekondigd in de rubriek „Boekbespreking") door te lezen?

Muziek: De platen met gemeentezang — ze beginnen onderhand te vervelen — dreigen de eigen zang rond het orgel te gaan verdrijven. Jammer. Waarom zelf niet geprobeerd wat muziek te maken? We worden zo passief. Een zangvereniging in de gemeente kan hierin ook voorzien. En.... er is nog meer te deen en te horen op dit terrein.

Museumbezoek is bij velen niet in trek. Probeer je er eens wat voor te interesseren. Ook daarin heeft de Heere zoveel mooie dingen gegeven. Zeg niet te gauw: „Dat is niets voor mij!"

Dan denk ik aan iets wat je dag en nacht gratis kunt bezoeken: de natuur. Wat rijden we vaak blind door de wereld en hebben veel meer oog voor wat de mens zelf presteert (en daar zijn veel echt kunstige dingen bij) dan voor wat de Heere zonder ons doet groeien en leven. Dan is een merel 's avonds op de punt van mijn dak al genoeg. Helaas dreigt het lawaai en gejacht van deze wereld ons zo op te slokken dat we ook dit niet meer zien.

Telkens je koers controleren

Zo kan ik doorgaan. Allerlei dingen kwamen niet aan de orde. Dat behoeft ook niet. Probeer zelf de lijn eens door te trekken. Daarbij moet je niet vragen: Wat kan nu nog net? maar: Kan ik zo de Heere dienen? Dat is de richting van het kompas. Daarom moet je je koers telkens controleren. Je gaat zo gauw scheef. Daarom moet je ook iets kunnen en beoefenen van wat David in psalm 25 deed, die niet wilde wijken van Gods woord en vroeg: „Leer mij Uw paden." Heus, dat is geen stichtelijke dooddoener. Beslist niet. Iemand, die dichtbij Gods woord leeft die mag vertrouwen dat de Heere dat ook zegenen wil. Let maar op de dichter van psalm 119. Die zal de weg vinden, ook in deze dingen. En die zal, wanneer een ander over verschillende van deze dingen eens „ruimer" of „strakker" denkt, hem niet direkt veroordelen en van kwade trouw verdenken. „God zal zelf zijn Leidsman wezen, leren hoe hij wand'len moet."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1968

Daniel | 16 Pagina's

vrijetijdsbesteding (slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1968

Daniel | 16 Pagina's