Als droppels bloed
(2)
O, schone woon van 't eerste mensenpaar! De ganse schepping loofde God de Heere, nooit verontrust door angst of door gevaar. De mens, zo zuiver, had maar één begeren: in denken, daad en woord zijn Schepper eren. Hij kende God aan 't ruisen van de wind. Hoe zou hij ooit zijn Maker snood onteren? Hij leefd' in Eden als een schiddloos kind, dat ongedwongen teer zijn ouders mint.
Toen zwol de hoogmoed in de reine zielen: de vree vlood weg, het klare oog werd blind; het hart vervuld met zonden die er krielen; verdwaasde waan deed voor de goden knielen; in 't zilte zweet verwierf de m!ens zijn goed. Wie redde hen, die in die schande vielen? Uiv zweet loerd in de hof als droppels bloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1968
Daniel | 16 Pagina's