Even tussendoor...
„Het wordt vandaag wel door bijna alle mensen, die kennis namen van de vele berichten dienaangaande, aangenomen, dat in de oorlog 1940—1945 miljoenen joden en anderen door de Duitsers op afschuwelijke manier gedood zijn. Maar in de oorlog was het erg moeilijk om geloof te vinden voor deze feiten. Dr. L. de Jong verhaalt in zijn rede: „Een sterfgeval te Auswitz" enkele voorbeelden daarvan. Daar is Kurt Gerstein. Hij is tot de S.S. toegetreden om er achter te komen, wat men in de vernietigingskampen nu precies uitspookte. Hij is er achter gekomen. Met eigen ogen ziet hij in 1942 in Polen de vergassing van duizenden joden in drie vernietigingskampen: Belsec, Treblinka, Sobilor. Geschokt tot in het diepst van zijn ziel, haast hij zich, datgene wat hij gezien heeft, aan anderen door te geven. Hij heeft het, zo verklaarde hij later, aan honderden personen verteld. Maar veruit de meesten van die honderden personen hebben aan die mededelingen geen of onvoldoende geloof gehecht. Zijn inspanningom cle wereld er van in kennis te stellen en dot verschrikkelijke tegen te houden heeft niet gebaat. Men geloofde hem niet. Deze Kurt Gerstein nu had kennis aan een Hollander J. H. Ubbink uit Doesburg. Deze zocht hem in 1943 op in Berlijn. Daar heeft Gerstein alles verteld. Geen detail bleef hem bespaard. Eerst werden de mensen met een 700 a 800 op een binnenplaats samengedreven. Dan kregen zij opdracht zich naakt uit te kleden. Mannen, vrouwen en kinderen werden daarna naakt in een lange, met prikkeldraad afgezette doorgang gedreven. Vrouwen en mannen werden de haren afgeknipt. Dat haar is goed voor U-boten. Daar staat ze dan in de brandende zon of in de bittere kou. Als ze ineenzijgen wordt de zweep over de naakte lichamen van de naakte stumpers gehaald. Een oceaan van leed en ellende. Gesproken werd er niet, de ogen drukten alleen een naamloze smart uit. Dan gaan de deuren van een stenen gebouw open en worden deze honderden ten dode gedoemden met de zweep naar tussendoor... binnen geranseld, tot ze als haringen in een ton gepakt zich niet meer kunnen bewegen. Een jongetje van drie jaar, dat weer naar buiten vluchtte, werd met zweepslagen opgevangen en teruggedreven. Daarop werden de deuren hermetisch gesloten. Vervolgens werd een grote tractor in werking gesteld, waarvan de uitlaat in het gebouw uitkomt! Dit alles heeft Gerstein gezien en verteld. Hij heeft ook de uitwerking op de slachtoffers gezien: „Opeengehoopt stonden de stakkers hun laatste ogenblik af te wachten. Er was geen paniek, geen gekrijs, doch slechts een zwak gemurmel drong naar buiten door, alsof er een gezamelijk gebed tot de hemel opsteeg. Binnen het uur was alles dood.”
Meer zal ik u maar niet doorgeven. Gerstein heeft dit dus verteld aan Ubbink Voor deze waren echter de verhalen — naar hij later zelf zeide — volledig „ongelofelijk" en zo gruwelijk, dat hij er slechts tegen een enkele iets van durfde te zeggen. Onder die enkele was Cornelis van der Hooft uit Overschie, die zich slechts met moeite liet overtuigen van de waarheid der berichten, die Ubbink doorgaf. Van der Hooft heeft er tenslotte een verslag van geschreven, dat na zijn dood in een kippenhok gevonden is. Maar hij zeli en nog twee anderen hebben het eigenlijk maar half geloofd.
Dr. de Jong geeft nog meer voorbeelden, hoe de berichten van de vernietiging wel in Nederland zijn gekomen, maar geen geloof vonden. Het was te groot in boosheid."
Vreemdeling en gast.
De onlangs overleden literator H. M. van Randwijk vertelt in zijn posthuum uitgegeven boek „In de schaduw van gisteren": „Een tijdlang heb ik in Putten, in de bossen, in een houten zomerhuisje gebivakkeerd. Dat was in 1942. Met een medewerker aan „Vrij Nederland". Een boerenvrouw zorgde voor ons eten. Als alles veilig was gingen we het halen, anders bracht zij het. Mijn vriend praatte over het begrensde
nooit verder hebben gekeken dan Putten, de kerk, de kruidenier, de boerderij, de kinderen en het roggeveld. Toen stierf ze. Maar ze zei, dat op haar graf moest staan: „Eindelijk Thuis!" En toen begrepen we het ineens, dat het leven van zo'n vrouw, vergeleken met óns kleine wereldje een groter avontuur, een diepere vervreemding betekende dan ons hele avontuurlijke verzetstrijders-bestaan. Sterven was voor haar: thuis komen Wellicht dat vele Puttenaars, die nimmer terugkwamen, op die manier in een Duits concentratiekamp hun weg naar huis hebben betreden. Daaraan en aan die vrouw moet ik denken als ik Putten zeg "
In de wereld, niet. van de wereld! Een zoi, fend zon*!
Wereldraad van kerken.
Eén van de Nederlandse delegatieleden, prof. Berkhof uit Leiden, vatte enkele van de onbevredigende kanten van de conferentie zo < ? amen:
„Wij spraken over de noodzaak van dialoog in lange monologen. Over de kerkdienst in een verwereldlijkte tijd, zonder vaak die wereld werkelijk te kennen. Over 'n nieuwe stijl van leven, maar we waren dankbaar met de politiebescherming die de wereldraad tijdens haar vergadering genoot. Over zelfverloochening, terwijl achter de schermen allerlei machtsstrijd aan de gang was."
(Uit: Trouw)
Gesprek.
Er ligt vreugde in de gewaarwording dat de ander bij mij is, zoals ik bij hem. Dat is de vreugde van het gesprek. Gesprek betekent niet al maar praten. Ik las eens een verhaal van twee vrienden, die een gehele avond bijna zwijgend bij elkaar gezeten hadden en die elkaar aan het einde dankten. Ook in het zwijgen kunnen wij zeer dicht bij elkaar zijn. Het is een onmisbaar bestanddeel van het gesprek evenals het luisteren. De vreugde van het gesprek is de vreugde van het zijn bij de ander en van de ander bij mij, van het verstaan en het verstaan worden. Maar dit betekent dan ook, dat er niet van een gesprek sprake behoeft te zijn, wanneer er al maar gepraat wordt. Wanneer de gesprekspartners in zichzelf blijven, niet uit zichzelf treden, dan praten zij langs elkaar heen. Dan komt het nimmer tot een gesprek, ondanks de vele woorden. Er wordt dan geen verborgenheid, geen waarheid onthuld.
(Uit: Trouw)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1968
Daniel | 16 Pagina's