JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wat komt er op me af, als,....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat komt er op me af, als,....

7 minuten leestijd

Gelukkig gaan er uit onze kring steeds meer studeren, in dit opzicht is er de laatste tien jaar een duidelijke kentering gekomen.

Verder studeren aan een universiteit of hogeschool gaat een normale zaak worden, hoewel er in onze gemeenten, in bepaalde streken van ons land, tegen het verder studeren nog wat bedenkingen zijn. We geven direkt toe dat de voorlichting over de mogelijkheden én de moeilijkheden bij verdere studie slecht geregeld is. Hopenlijk komt daar op korte termijn verandering in.

In „De Waarheidsvriend" geeft ir. J. v. d. Graaf wat informatie over de periode die aanbreekt „voor hen die gaan studeren, maar ook voor hun ouders". In zijn artikel geeft hij veel nuttige adviezen en wijst hij op bepaalde gevaren, die de studenten en de a.s. studenten bedreigen. Het gedeelte dat we overnemen is niet alleen bestemd voor de bovengenoemde groep, maar ook voor het „thuisfront".

Keuze van de studierichting.

De factoren die bij het kiezen van een studierichting bepalend zijn, zijn velerlei. Elke beslissing in deze is een strict persoonlijke, al kunnen andere personen van betekenis zijn geweest bij het medebepalen van de studierichting.

Belangrijk is evenwel of het. vak dat bestudeerd wordt een zodanige interesse vindt bij degene die het studeren gaat, dat hij er gedurende zijn hele leven de nodige bevrediging in zal vinden, zodat hij er met plezier zijn werk in zal kunnen doen. Al moeten we dit niet idealiseren, want elk vak en elke studierichting heeft zijn mooie momenten maar ook zijn eentonigheden en schaduwkanten.

Het is te hopen dat diegenen die nu studeren of gaan studeren zodanig toegerust mogen worden dat ze in staat zullen zijn op verantwoorde wijze mede leiding te geven aan de maatschappelijke verbanden waarin ze zullen staan. Want dat staat voorop, studeren is gevormd worden voor d.e taken die er in het leven wachten. En die vorming komt niet alleen tot stand bij de vakstudie.

Crisisperiode.

Het kan niet ontkend worden dat veel studerenden vroeg of laat in een crisisperiode terecht komen, soms onbewust, soms be-

wust. Wat dat onbewuste betreft, daarmee doel ik op diegenen die zo in beslag genomen worden door hun studie of door het vaak verwereldlijkte studentenleven dat ze er

langzaam maar zeker in ten onder gaan. Als het beschermde milieu van het ouderlijk huis verlaten is vindt een zekere losweking plaats van de kerk en van de geestelijke achtergrond van het ouderlijk milieu. Hoeveel ouders hebben dit niet met leedwezen moeten constateren, al is dit niet alleen van toepassing op studerende jeugd, maar geldt dit evenzeer van jongeren die niet gingen studeren en eveneens in een onverschillige levenshouding terecht kwa-

men wat betreft de geestelijke dingen. Maar er zijn ook studerenden die bewust in een crisis terecht komen. Ze komen in een situatie waarin heel wat wordt losgewoeld van wat ze van-huis-uit als vertrouwd meekregen. Dat begon vaak al op de middelbare school, maar aan de universiteit komt dat extra aan omdat men voor het eerst gedwongen is geheel op eigen benen te staan. Je moet je eigen weg vinden in het universitaire leven en de contacten die gelegd worden betreffen niet alleen gelijkgezinden.

Als student krijg je vaak theoriën te verwerken die dwingen tot een bewuste confrontatie (in kontakt komen) met wat je van thuis meekreeg. Degenen die studeren worden voor vragen gesteld waarvan ze voordien niet wisten. Ze worden geconfronteerd met levensbeschouwingen van hoogleraren of mede studenten die hen vaak overrompelen en waartegen ze vaak geen verweer hebben.

Kritisch.

Daar komt nog iets anders bij. Iemand die serieus studeert krijgt een min of meer kritische instelling ten aanzien van de verschijnselen waarmee hij in aanraking komt. In zijn vakstudie zoekt hij naar motieven en achtergronden en hij wordt als het ware getraind in een aftasten van de dingen. En deze houding heeft vaak ook zijn terugslag op de geestelijke bagage die hij meekreeg. Nu is het alleen maar heilzaam wanneer de dingen die eerst klakkeloos werden overgenomen in de smeltkroes komen om er zo gelouterd uit te komen, maar anderzijds is het gevaar niet denkbeeldig dat een zekere intellectualistische (verstandelijke) levenshouding ontstaat, waar de eenvoud uit is en die contact met

minder gecompliceerd denkenden onmogelijk maakt.

Begeleiding gewenst.

In een situatie waarin, zoals ik stelde, de dingen in de smeltkroes komen is het niet uitgesloten dat misverstanden ontstaan tussen de studerende jongeren en het ouderlijk huis. En dan denk ik niet zozeer aan die studenten die niet geheel ontbloot zijn van een zekere eigenwijsheid en zelfingenomenheid waardoor ze zich boven het „bekrompene" van hun omgeving verheven achten en waardoor ze zelf de oorzaak zijn van conflictsituaties. Neen het gaat me om diegenen die werkelijk met allerlei dingen in de knoop komen en daardoor vaak behoefte hebben aan contact met iemand met wie ze vrijuit over die dingen kunnen spreken.

Velen die studeren of gestudeerd hebben bewaren dankbare herinneringen aan predikanten bij wie ze terecht konden om over bepaalde dingen te praten, maar ook vaak aan eenvoudige mensen die begrip hadden voor hun situatie, die er ook begrip voor hadden dat alle tonen niet altijd even zuiver klonken en die soms iets meegaven dat ontwapenend werkte, zodat ze zich niet lieten verleiden om zich te vertillen aan de dingen.

Vervreemding?

Van belang is dan ook dat diegenen die studeren het contact met hun gemeenten bewaren en dat ze er niet van vervreemden doordat ze zichzelf wijs maken dat ze geen open oor vinden, al zal dit laatste bepaald ook wel voorkomen.

Anderzijds behoeven ouders niet direct het ergste te denken wanneer ze constateren dat de dingen bij hun studerende kinderen in de schifting komen. Velen die nu predikant zijn of een andere leidende positie hebben in het maatschappelijk leven zijn vaak door dezelfde schifting heengegaan. Als daardoor echter maar het hechte fundament gevonden wordt dat de koers van het latere leven bepalen zal.

De keerzijde is namelijk dat er bepaald ook studerende jongeren zijn die de reformatorische lijn verlaten en terecht komen in kringen waarin ze zich beter thuis voelen dan in de gereformeerde gezindte. De enige weg is het gebed dat studerenden vastgehouden worden en de bereidheid om. zelf vast te houden, ondanks hebbelijkheden en onhebbelijkheden van welke kant dan ook.

Beginselstudie.

Ik geloof dat wel gezegd mag worden dat wanneer iemand een aantal jaren nauwgezet zijn vak heeft bestudeerd en niets heeft gedaan aan beginselstudie, zo iemand in feite onvruchtbaar heeft gestudeerd.

Anders gezegd: wanneer een student tijdens zijn studie niet grondig aan beginselstudie doet heeft hij bepaald geen enkel streepje voor, waardoor hij in principieel opzicht beter leiding zou kunnen geven.

Anderzijds is ook het gevaar niet denkbeeldig dat uitsluitend kennis genomen wordt van eigentijdse publicaties, vaak uit niet-gereformeerde hoek omdat daar nu eenmaal het meeste wordt gepubliceerd, terwijl men zich geen moeite heeft gegeven zich de klassieke reformatorische gedachten eigen te maken door de werken van de Reformatoren Luther en Calvijn of van andere gereformeerde theologen uit de loop van onze kerkgeschiedenis eigen te maken, zodat de eigentijdse publikaties eigenlijk niet op hun juiste merites kunnen worden beoordeeld.

V erenigingsleven.

Van groot belang is in dit opzicht nog een verenigingsleven waar studenten gezamenlijk zich wijden aan beginselstudie. En waar dan niet alleen kennis genomen wordt van wat in vorige eeuwen is gepubliceerd, maar waar ook kennis genomen wordt van en de confrontatie wordt aangedurfd met het eigentijdse.

Eén ding gemeenschappelijk.

Tenslotte is nog van belang om op te merken dat door alles heen studerende jongeren en niet-studerende jongeren of ouderen één ding gemeenschappelijk hebben. Ten aanzien van de geestelijke dingen staan allen voor dezelfde zaak. Dan hebben studerenden geen streepje voor en ook geen streepje achter op anderen. Door verstandelijk redeneren zijn we geen streep dichter bij het koninkrijk Gods. Maar het bestudeerd zijn is ook geen stap achteruit.

Bavink zei eens dat hij wel eens jaloers was op een eenvoudige vrouw die des morgens aan de wastobbe stond en die zich niet bezig behoefde te houden met problemen waarmee hij zich vermoeien moest. En de Spreukendichter wist het al, dat wie wetenschap vermeerdert ook smart vermeerdert. Maar ten diepste staat elk leven, van bestudeerden of niet bestudeerden, voor Gods Aangezicht schuldig en is vrijspraak in het oordeel voor allen alleen mogelijk in Christus.

Dat te beseffen doet veel krampachtigheid, ook in de onderlinge verhoudingen wijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's

Wat komt er op me af, als,....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's