vrijetijdsbesteding (2)
Je herinnert je wellicht nog dat we de vorige keer begonnen met het grote verschil aan te duiden tussen vroeger en nu, wanneer het gaat over arbeid en vrije tijd. Daarna letten we op enkele van de meest gangbare meningen hierover, die ook „onder ons" voorkomen. Tenslotte kwam ter sprake hoe we „onze tijd" (of het werktijd is of vrije tijd) hebben te zien in het licht van de Heilige Schrift. Deze keer zullen we erop moeten letten wat de bijbel ons nog meer zegt dan dat alle tijd Gods tijd is. Daar beginnen we direkt dan maar mee. Uiteraard weer beknopt.
Geen slaaf van de arbeid worden.
Door de zonde heeft de arbeid iets onaangenaams gekregen. Het is zwoegen geworden. Het valt ook niet meer samen met rusten. Daarbij kwam het gevaar om overmatige aandacht te besteden aan de arbeid en er zo een slaaf van te worden. Dat dit geen denkbeeldig gevaar is bewijst de tijd waarin wij leven wel terdege: overvolle agenda's, manager-ziektes, overspannenheid en hartinfarcten hebben er allemaal iets mee te maken.
Dat was vroeger al zo. Vooral voor het jonge Israëlietische volk in Egypte. Daarom zien we ook dat de Heere, na de verbondssluiting met het volk, dat zwoegen wil laten onderbreken door sabbath, heilige tijden en vrije tijden. Israël mag geen slaaf worden van de arbeid, maar moet worden heengewezen naar de rust, die er voor de gelovige overblijft. Dan zal de tegenstelling, die er nu vaak door de zonde is tussen arbeid en rust (vrije tijd), opgeheven zijn en de mens weer volkomen aan zijn doel beantwoorden. Zo werd er onder Israël al iets zichtbaar van Gods Koninkrijk!
Dit is de enige aanwijzing in de bijbel voor ons begrip vrije tijd. Verder zoeken we er tevergeefs naar in de Schrift. Oorzaak daarvan zal zijn dat de levenswijze van het volk Israël zo sterk verschilde met die van ons nu. Het kende een agrarisch levenspatroon en we weten zelf dat juist in de agrarische bedrijven, al leven we in de 20e eeuw na Christus, het minst veranderd is op dit punt.
Grondregel.
Grondregel. Toch, al vinden we dan geen directe aanwijzingen op dit punt, geeft de bijbel ons een „grondregel". Maar dan niet zoals wij dat vaak willen. Wij zouden het 't gemakkelijkst vinden wanneer de Heere ons in zijn Woord een lijst gegeven had van dingen die „niet mogen" en die „wel mogen". Dat zou ook heel gemakkelijk zijn. Je zorgde dat je de verboden dingen niet deed en de geboden dingen wel en je zat goed en kon een strenge vinger uitsteken naar ieder die „over de schreef ging". Je weet trouwens wel dat sommigen, al geeft de bijbel ze niet, toch dergelijke lijsten eruit weten op te diepen.
Nee, wie eerlijk de Schrift opslaat zal deze dingen er niet in terug kunnen vinden. Die zal wèl iets anders vinden. Hij zal lezen over de Heere Jezus. Deze ging tijdens Zijn omwandeling op aarde juist altijd weer tegen al die mensen in, die met dergelijke „lijsten" rondliepen. Hij zag daarin nl. het gevaar dat men zich tevreden stelt met de zaak aan de „buitenkant" in orde te hebben en niet let op de gezindheid van het hart. Niet dat Hij de Wet veronachtzaamde, integendeel, Hij heeft d.e Wet vervuld. Maar Hij deed dit niet op de wijze van de Joodse rabbi's, door Zich te houden aan de letter van de wet en aan allerlei menselijke geboden (lasten zwaar om te dragen) maar door lief te hebben. En liefde is de vervulling der Wet.
Dit is voor ons onderwerp van groot belang. Het zegt ons dat de grondtoon van ons leven behoort te zijn: iefde, zoals de Heere Jezus ons dat heeft voorgeleefd, en dat wij ons niet mogen verliezen in het opstellen van lijsten ge-en verboden, die vaak van tijd tot tijd aan verandering onderhevig zijn. Het gaat om de liefde, , , de vervulling der wet" (Rom. 13 : 10). In dit licht moeten we ook ons onderwerp
bezien. Wanneer allerlei vragen zich voordoen en je je afvraagt: Kan ik dat doen? , dan moet je het niet verwachten van allerlei menselijke regels, maar je de vraag stellen: Dien ik daarmee de Heere? En mijn naaste?
mijn naaste? Je moet daarbij bedenken dat de Heere er recht op heeft dat wij Hem dienen. Niet alleen — zoals ik in het eerste artikel al schreef — omdat wij Zijn schepselen zijn, maar ook omdat wij gedoopt zijn, waardoor wij „vermaand en verplicht worden tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk dat wij de enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, de wereld verzaken, onze oude natuur doden en in een godzalig leven wandelen" (Doopformulier). Zó moet de naald van ons kompas staan! Daarom moeten we aan de hand hiervan onze koers bepalen en controleren. Niet alleen onze arbeid, maar ook onze vrije tijd moet (mag) dienst aan de Schepper zijn. (Is het dat? )
Ritme.
We zouden het ongeveer als volgt kunnen formuleren — zoals ik het ergens eens las —: Er moet in ons leven een ritme zijn van geven en ontvangen. Werken is een vorm van geven. Iemand die werkt geeft daarbij zijn liefde, aandacht en kracht. Daartoe moet hij eerst ontvangen hebben van de Heere. Ik denk hierbij vooral aan bidden, lezen, kerkgang en meditatie, allemaal middelen die de Heere gebruiken wil om mensen toe te rusten tot de ware dienst van God.
Een tweede ritme zou je kunnen typeren als dat van inspannen en ontspannen. Lichaam en geest hebben rust nodig om daarna weer te beter te kunnen werken. Deze rust behoeft vanzelfsprekend niet te bestaan uit „niets doen". Het is in de meeste gevallen: iets anders doen.
Hoe het ook zij: de rust maakt ons te beter geschikt voor onze taak, voor ons goddelijk beroep. We hebben immers de plicht om in dit beroep getrouw te arbeiden en daartoe is van tijd tot tijd ontspannen — zeker in deze tijd — geboden. In de derde plaats zouden we nog het ritme van zwoegen en genieten kunnen aangeven. Bij zwoegen denk ik dan aan hest onaangename dat er door de zonde in ons werk is en onder genieten versta ik: al het niet-werken dat fijn is. Al moet het ritme er zijn — het oude Israël kende het al —, de accenten zullen wel eens verschuiven. Aan de ene kant is arbeid nummer één: het is een roeping van God, om daarin Hem te dienen en er is veel te doen. Aan de andere kant echter draagt juist de arbeid het meest een aardse karakter en wordt de vrije tijd voor de ware Christen een afglans van de grote rust die er voor hem overblijft.
Dus......
Wanneer we dus het geschrevene in dit artikel nog even overzien komen we — puntsgewijs — tot de volgende conclusies: De Heere zelf wil ons bewaren voor het gevaar dat we een slaaf van de .arbeid worden, wat dreigt na de zondeval. In vrije tijd zowel als in werktijd blijft het echter gaan om het liefdevol dienen van de Heere en van de naaste. Dat moet de grondregel zijn: het kompas, dat we in het Woord terugvinden. Zo zullen geven en ontvangen, in-en ontspannen, zwoegen en genieten elkaar afwisselen.
Vakantie?
Mag ik dus vakantie hebben? Ja. Waarom? Om de Heere te dienen. Hoe? Door in de eerste plaats zomaar eens te genieten van het mooie dat Hij mij geeft, buiten mijn werk, opdat ik (en dat vergeten wij van onszelf altijd!!) kom tot de belijdenis van David in psalm 8, waar hij zegt: „O Heere, onze Heere, hoe heerlijk is uw Naam op de ganse aarde" en „wat is de mens dat Gij zijner gedenkt? " (Lees ook psalm 104 maar eens!) Als dit gemist wordt is er iets mis met mijn vakantie.
In de tweede plaats wil ik dit zeggen dat ik de plicht heb om straks, wanneer mijn werk weer begint, uitgerust te zijn om in mijn goddelijk beroep zo getrouw te arbeiden „als de engelen in de hemel doen." De Heere wil — met eerbied gesproken — straks weer fitte mensen aan het werk zien en niet mensen die doodmoe zijn van al het gejakker in hun vakantie.
In de derde plaats dien ik de Heere door in mijn vakantie en vrije tijd de naaste niet te vergeten. Maar over dit alles de volgende keer meer. Daarom stop ik nu. Vergeet echter dit niet: Met het uiterlijk doen en belijden van deze dingen ben je er niet. De Heere vraagt ons hart. Daaraan hapert het juist bij ons. Wij geven Hem ons hart niet. Zeker niet in onze vakantie. Daarom klinkt het ook op dit terrein: Bekeert u!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1968
Daniel | 16 Pagina's