doorgaan
(Hand. 18)
't Was Paulus niet meegevallen in Corinthe. 't Begin was wel moedgevend geweest, toen Paulus gastvrij ontvangen was door Priscilla en Aquila, die beiden in de Heere Jezus geloofden, 't Had Paulus moed gegeven om ook onder de andere Joden te gaan werken. Er was een synagoge in Corinthe waar Paulus wekelijks heenging, en waar hij de kans waarnam om het evangelie aan de Joden te verkondigen.
Maar toen liep het al gauw mis. De Joden kregen door dat Paulus in 't voetspoor van Jezus van Nazareth wandelde, en daarom begonnen ze hem te haten. Het was hem geraden voortaan zijn mond te houden in de synagoge, anders zouden er rare dingen gebeuren.
Teleurgesteld wendde Paulus zich af van zijn volksgenoten en kwam nu terecht bij een Griek, die de Joodse godsdienst aanhing, en die wel genegen was naar Paulus te luisteren. Deze man heeft waarschijnlijk met heldenmoed Paulus opgenomen in zijn huis, dat aan de synagoge grensde.
En dan gebeurt het wonder: De overste der synagoge komt tot bekering. Wat een blijdschap voor Paulus! En na hem komen nog vele andere Griekse Corinthiërs tot bekering. Paulus heeft toch wel vrucht op zijn prediking!
Jawel, maar de Joden lieten dat niet ongehinderd toe. Ze bedreigden Paulus' leven. En nu kun je wel wat vrucht op je prediking zien, maar als je dit moet betalen met levensgevaar, dan kan het je toch wel e'ens aan het wankelen brengen. Dan kan het toch wel eens benauwd worden. En het was erg benauwd in Paulus' hart.
Maar diezelfde nacht stond de Heere bij hem en sprak tot hem: „Wees niet bevreesd, Paulus, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met u." En dat was bemoedigend. Die woorden brachten zo'n troost en vrede in zijn ziel. Wat zou je nog moeten vrezen als de Heere bij je is? Dan kun je gerust weer je mond opendoen en spreken, al leggen ze je het zwijgen op. De Heere was met hem; daar waagde hij het mee de nieuwe dag in te gaan, niet wetend wat die hem brengen zou. Gods genade was hem genoeg.
Zo kan het nog wel eens de ervaring zijn, ook in het werk van zending en evangelisatie. Dan kunnen we ook wel eens denken: 't Is maar beter om m'n mond te houden, want je maakt toch zoveel mensen boos. Zulke moedeloze ogenblikken komen altijd in je leven. Maar wat is het dan een wonder als de Heere diezelfde nacht nog dicht bij je is door Zijn Woord, en zegt: „Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met je, en niemand zal de hand aan je slaan, en Ik heb veel volk in deze stad."
Nou, neem nu een stad als Antwerpen, als de Heere nu eens daarvan zou zeggen: „Ik heb veel volk in deze stad, " zou dat niet bemoedigend zijn? Wat een troost is dan Gods uitverkiezing! Dat geeft toch weer moed om aan het werk te gaan. Toch maar weer aan het werk. Mijn eigen krachten worden wel steeds minder; van mezelf kan ik wel niets meer verwachten, maar als dan maar de Heere met mij is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1968
Daniel | 16 Pagina's