bijbellezen
Al wie enig menselijk boek leest zonder lust, die zal daaruit weinig stichting hebben, en wie spijs tot zich neemt zonder eetlust, en veel meer nog, als hij dit doet met walging en afkeer, die zal daarvan weinig verkwikking en lafenis gewaar worden. Aldus is het ook gelegen met dit Goddelijk Boek (de Bijbel), dat in zich bevat de ware spijs en het eigenlijk voedsel voor de ziel. Daarvandaan wordt er tot ieder, die zich tot het lezen daarvan begeeft, meer dan eens gezegd, wat God voormaals tot Ezechiël zei: Mensenkind, geef uw buik te eten en vul uw ingewand met deze rol, die Ik u geef". Ezech. 3 : 3.
Wilt gij dan, o heilbekommerd christen, uit dit eten en lezen kracht en opbouwing in uw geloof ontvangen, ach, brengt hier dan een geestelijke honger en dorst bij, en komt tot dit lezen met een hartelijke lust. Overdenk daartoe de voortreffelijkheid van dit Woord. Dit Woord is toch een dierbaar Woord, en allerwege aannemenswaardig. In dit Woord zijn al de schatten van wijsheid en van kennis verborgen. In dit Woord wordt u geopenbaard het hoogste Goed, de gekruisigde Heiland, met al Zijn schatten en Heilgoederen, waardoor uw arme ziel geestelijk verrijkt kan worden, uw kranke ziel genezen, de matte ziel gesterkt, de treurige getroost en in haar bedroefde staat opgeklaard worden.
Waarom zoudt gij u dan niet in dit Woord oefenen met een zeer grote begeerte? Waarom zoudt gij dan niet begerig zijn om met Maria u neer te zetten aan de voeten van de Heere Jezus, en met Petrus uitroepen: Heere, tot wie anders zou ik toch gaan? Gij alleen hebt de woorden des eeuwigen levens". Joh. 6 : 68. Waarom zou het bij u ook niet zijn als bij de man naar Gods hart, David: Heere, Gij zijt gezegend. Leer mij Uw inzettingen", Ps. 119 : 12. En: Ik ben vrolijker in de weg van Uw getuigenissen, dan over alle rijkdom", vers 12. En: Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen, Uw Woord zal ik niet vergeten", vers 16. En: Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil. Op Uw Woord heb ik gehoopt", vers 81. En: Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezeggingen, terwijl ik zeide: anneer zult Gij mij vertroosten", vers 82.
Ja, waarom zouden wij in deze Psalm met die liefelijke zanger niet uitgalmen: „Och, dat mijn wegen gericht werden om Uw inzettingen te bewaren!" ve^s 5.
(Uit: Verhandeling over de dierbaarheid van Gods Woord, door Joh. Jac. Ulrich, professor en bedienaar van het Goddelijk Woord in de Gereformeerde gemeente te Zürich.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1968
Daniel | 16 Pagina's