vrijetijdsbesteding
Vroeger — nu
Vroeger — nu Het is goed om dit artikel te beginnen met eens te kijken hoe het voor de oorlog gesteld was met de vrije tijd. Moeilijk is dat niet. Je praat maar eens met je ouders of grootouders en je merkt direkt het
grote verschil. In het algemeen had men voor de oorlog geen vakanties, behalve bij een aantal grote bedrijven en bij het Rijk. Ik weet b.v. dat mijn vader, die op een kwekerij werkte, zijn „dagje uit" zelf moest betalen, terwijl mijn schoonvader bij Wilton-Fyenoord (scheepswerf) 35 jaar geleden
al (!) drie dagen in het jaar vakantie had. De vrije zaterdagmiddag was wat meer bekend, maar voor velen was dat dan ook, naast de zondag, de enige vrije tijd naast de avonden. Op het platteland miste men vaak dit laatste voor een groot deel ook nog. Daar is trouwens bij velen ook nu nog weinig sprake van vrije tijd.
Hoe het komt dat er na de oorlog zoveel veranderd is? Helaas is er geen gelegenheid hierop in te gaan. Het is zo. Door allerlei oorzaken heeft nu vrijwel iedereen een bepaalde tijd vakantie. Daarbij is de vrije zaterdag gekomen, waardoor velen, naast de zondag, over nóg een hele vrije dag de beschikking hebben. Daardoor is de vrije tijd, in vergelijking met vroeger, nu veel meer dan een adempauze. Het is een apart deel van ons leven geworden, waaraan we hoe langer hoe meer aandacht plegen te besteden.
Wat gaan we doen?
Ik dacht dat het bovenstaande genoeg was
om even de grote verandering aan te duiden die ook op dit terrein heeft plaats gegrepen. Wij, die de situatie van nu wellicht „heel gewoon" vinden, kunnen ons maar nauwelijks voorstellen hoe dat vroeger ging. Wij, die ons vaak al maanden van te voren voorbereiden op de vakantie en er vakantiegeld voor uitgekeerd krijgen, kunnen ons niet voorstellen hoe onze ouders — laat staan onze grootouders — het „uithielden". Ze wisten toen niet beter. En het moest. Toen was „aan de kost komen" hèt probleem. Voor velen is dat nu — gelukkig — geen probleem meer. Ze zitten echter met hun vrije tijd. In een drietal artikelen gaan we samen daarom dat probleem wat nader bekijken. Daarbij moet ik mij beperken tot de grote lijnen, die aangeven in welke richting we de oplossing van de vele vragen moeten zoeken.
Meningen
Spreken over vrije tijd zonder het daarbij te hebben over de arbeid is onmogelijk. Daarvoor hangen deze twee te nauw met elkaar samen. Over beide wordt heel verschillend gedacht. Enkele meningen: Er zijn mensen die arbeid alleen zien als middel om in leven te blijven èn om flink van je vrije tijd te kunnen genieten. Met de steeds korter wordende arbeidstijden komt dit standpunt natuurlijk meer en meer voor.
Dan zijn er die het werken zien als een noodzakelijke, maar alleen aardse bezigheid. Uiteindelijk gaat het om het „hogere", het geestelijke, het dienen van God. En dat komt (en kan) voor hen pas als het werk gedaan is. Voor deze mensen is de zondag dè dag en zij proberen de andere dagen „door te komen". Vanzelf is dit niet onbegrijpelijk, maar wel komt er zo een onbijbelse tegenstelling tussen de dagen. Zien we de arbeid dan nog wel als een taak door de Heere ons opgelegd? Als een roeping? (Wanneer je zegt: Dat is heel moeilijk soms, dan ben ik het roerend met je eens. Helaas kan ik er in dit artikel niet verder op ingaan).
Dan vind je ook nogal eens de opvatting terug: „Je moet hard werken. We zullen immers in het zweet des aanschijns ons brood eten? Daarom geen geluier." Vragen die in het verlengde hiervan liggen zijn: „Hoeveel verdien je? Welke diploma's heb je? " — Vrije tijd wordt zo gelijk gesteld aan geluier en tijd vermorsen. De betekenis van de arbeid wordt hier overschat en het werk (weer) alleen op geld verdienen betrokken.
Ook onder ons komen deze opvattingen voor. Is er geen gevaar voor „zondagschristendom"? Wordt het zwoegen en sloven vaak niet geprezen boven genieten van je vrije tijd? Ja toch? Daarom zullen we vóór alles eens letten op wat de Schrift zegt van onze tijd, of het nu tijd voor arbeid of vrije tijd is.
Alle tijd is Gods tijd
Eerst nog een afspraak: Wanneer we in deze artikelen samen spreken over „vrije tijd" bedoel ik daarmee alle tijd die overblijft na je werk in je beroep en na het onderwijs dat je volgt.
Velen denken nu: Dat is best. Die tijd is vrij, dus: van mij. Daar doe ik mee wat ik zelf wil. Nee, zo is het beslist niet. Wie maar enigszins thuis is in de Heilige Schrift weet dat al „onze" tijd Gods tijd is. Dat betekent: genadetijd: want we hebben geen tijd meer verdiend. Dat betekent ook: tijd die gekregen is om God te dienen.
Nu moet je niet zeggen: Ze halen ook overal de bijbel bij. Dat is n.1. niet waar. Overal heeft de bijbel het voor het zeggen. In de fabriek net zo goed als in de kerk. Als we vakantie houden net zo goed als wanneer we op school zitten. Bij ons spelen net zo goed als bij ons rusten.
Ik weet het wel — en het is goed er in de vakantetijd speciaal op te wijzen —: Velen denken dat het er in de vakantie minder op aankomt, vooral wanneer je ver van huis bent. Dat uit zich vooral bij de zondagsviering. Zo kan het voorkomen dat mensen die hier 's zondags netjes twee keer (lopend) naar de kerk gaan het er in hun vakantie eens van nemen op dat punt en het nog gewoon vinden ook.
Nee, op elke bladzij van de Schrift kun je terug vinden dat de Heere recht op ons heeft. Niet alleen omdat we Zijn schepselen zijn, maar ook omdat we gedoopte schepselen zijn. Dit laatste geeft n.1. niet alleen geweldige voorrechten, het geeft ook geweldige verantwoordelijkheden. We móeten, nee we mógen de Heere dienen.
Daarom moet ik me telkens afvragen: Dien ik Hem op de fabriek, op kantoor, in de huishouding, in de winkel, op school, in de kerk, in mijn vrije tijd?
Basis
Zo is er geen scheiding tussen werktijd en vrije tijd. Op beide legt de Heere beslag en zegt: Ze zijn van Mij! Vanuit deze basis gaan we onze verkenningsvluchten boven dit onderwerp ondernemen. De volgende keer hoop ik daarom wat nader in te gaan op wat de bijbel ons zegt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968
Daniel | 16 Pagina's