JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

rond en uit de bSjbel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

rond en uit de bSjbel

WOORD EN ANTWOORD

4 minuten leestijd

Afgelopen

Het tweede hoofdstuk van Jona is geloofstaal. D.w.z. dat er gesproken wordt van verwachting, waar voor het oog geen verwachting is; dat er sprake is van heil waar slechts straf ondervonden wordt; dat het preekt van de Heere, waar alle omstandigheden aan Hem zenden doen wanhopen.

Jona is opgeslokt door een grote vis, die de Heere had beschikt. Ja, die had de Heere beschikt. Alleen wist Jona dat zelf natuurlijk niet. Toen hij in die vis kwam moet hij gedacht hebben: Nu is het helemaal afgelopen met mij. Het is dan ook stikdonker om hem heen. Hij kan niets zien. Het zeewier zat aan zijn hoofd, vertelt hij, en de grendelen der aarde waren om hem heen. Kijk op redding was er dus niet.

Zijn ziel is in hem „overstelpt", dat betekent dat zijn ziel versmachtte, dat zijn hart brak en zijn moed het begaf. Je zou, in een van „onze" termen kunnen zeggen: Van een aangename zielsgesteldheid is geen sprake.

Zo ongeveer vertelt Jona het later. Het gebed staat grotendeels in de verleden tijd. Het is dus waarschijnlijk opgetekend toen Jona gered was. Maar zakelijk komt het gebed overeen met het gebed uit het ingewand van de vis.

Bij wijze van spreken ligt hij al in het graf: „Uit de buik van het graf schreide ik", zegt hij. Niemand van ons kan ook maar in de verste verte voelen hoe dat geweest is. Het is onvoorstelbaar. Hij zegt: „Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen."

En toch bidden

Maar temidden van deze doodssituatie gebeurt er iets wonderlijks. Jona gaat bidden tot de God des levens. En hij doet dat met de „Bijbel" voor ogen. Je vraagt je af: Ziet hij dan toch nog wat? " Ja, hij ziet het Woord Gods, het onvergankelijke en eeuwigblijvende Woord. „Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis, door zijne smaak èn hart èn zinnen strelen", lees je in psalm 119 (berijmd). Denk erom, dit „strelen" heeft niets te maken met tranen van geluk en gevoelige „gestalten". Van dat alles is bij Jona niets te vinden. Geloof is wat anders dan een dierbaar gevoel. Voor Jona was het volle werkelijkheid: Ofschoon ik alles mis Uw Woord!" Nu, nu er niets te zien, te gevoelen en te tasten valt, gaat Jona bidden met de psalmen. Zijn hele gebed is doordrenkt van psalmwoorden. Om er enkele te noemen:3, 42, 61, 69, 77.

Dat heeft ons iets te zeggen. Als het zo donker om ons heen is, dat we niets meer zien, zelfs wanneer we moeten zeggen met Jona: „Gij hebt mij geworpen in de diepten der zee", dus wanneer we goed beseffen dat die diepte een straf van de Heere is („Gij hebt "!), dan nóg mogen we Hem zoeken in het gebed. En als je dan geen woorden hebt, dan is daar b.v. de schat van het psalmboek, de „geestelijke apotheek", waarin we mogen vluchten om er de woorden van na te spreken.

Of is dat „napraten" ons te min? Of — ook een mogelijkheid — zijn we soms bang dat ons gebed niet echt is dan? Dat zou ik maar vergeten. Al onze schoonschijnende volzinnen lopen veel meer kans niet. echt te zijn, dan het afhankelijk naspreken van de Schrift. En als iemand het te min zou vinden, dan moet hij maar bedenken dat Gods Zoon zelf in Zijn bitter lijden en sterven gebeden heeft met de woorden van de psalmen. Je kunt je beter tot de Heere wenden met Zijn Woord op de lippen, dan met elkaar steen en been klagen over onze ellende met ónze woorden in de mond. Christus ging ons daarin voor. Toen deze Man van Smarten door ieder veracht was en door allen verlaten, zelfs door zijn Vader, toen heeft Hij Zich vastgeklemd aan het „daar staat geschreven", aan het levende Woord.

Het heil is des Heeren

Wat leert ons dit gebed nog meer? Wat geloofstaal is! Aan de hand van dit gebed wordt Jona nogal eens verdacht gemaakt. Men zegt dan: Had Jona niet wat meer berouw moeten tonen en had hij geen verbetering moeten beloven? Dat kan zijn. Maar hij deed het niet. Je zou kunnen zeg-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's

rond en uit de bSjbel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's