JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

boekbespreking

4 minuten leestijd

„Hoort naar Israël", door Ds. F. Bakker. Geb. f 7, 50. 162 blz. Uitgave: „De Banier", Utrecht.

Ds. Bakker is door de uitgaven van „De Banier" ook in onze kring een bekende en geliefde figuur geworden. Helaas is deze predikant de kerk die hij diende al vroeg ontvallen. Overbekend is het boekje „Gebedsgestalten", terwijl ook de drie delen van „Het eeuwige Woord" ruime aftrek vonden. In eenzelfde uitgave is nu het bovengenoemde boekje uitgekomen. Het zijn bijbellezingen over de zonen van Jacob. Ze werden tijdens het leven van Ds. Bakker op de band opgenomen. De eerste 3 preken, n.1. die over Ruben, Simeon en Levi, ontbreken tot spijt van de uitgeefster, én tot onze spijt. Wanneer u van Ds. Bakker al iets gelezen hebt, ontmoet u in dit boek dezelfde man, die u — in geschrifte — reeds kent. Deze predikant heeft iets dat onze generatie aanspreekt. Ook de jongeren. Geen stichtelijkheid-zonder-meer, maar geest en leven! Er is iets verrassend-

WOORD EN ANTWOORD

gen: Jona staat hier op de toppen van het geloofsleven. Terwijl hij zelf zo diep gezonken is, dat hij met heel zijn berouw en zijn goede voornemens „door zichzelf heengezakt is". Hij is een groot beest voor de Heere, zonder twijfel. Maar omdat de Heere zijn lippen opent en hem doet roemen in vrije genade, kan hij zich niet meer schuldig maken aan een zichzelf in het middelpunt plaatsen. Hij is zichzelf helemaal kwijt. Jona ligt in het graf en moet verzinken. Dat is Gods rechtvaardige straf, want hij zegt: „Gij had mij geworpen in de diepte". Het is genoeg dat hij dit erkent en uitspreekt. Niet zijn berouw en beloften van verbetering kunnen helpen. Wel nee. „Ik ben uitgestoten", dus het is afgelopen. Aan de gedachte van verbetering van zijn leven kan hij helemaal niet meer toekomen. Hier is Jona aan het eind. Hij heeft het radicaal verdorven, en als het aan hem lag, zou hij het eenvoudigs in zijn preken, maar tegelijkertijd wordt er diep gegraven. Deze bijbellezingen zijn door en door bevindelijk, maar nooit los van de tekst. En dan steeds het licht, dat geworpen wordt op de Heere Jezus Christus! De zegeningen van Jacob zijn bij oppervlakkige lezing in Genesis 49 wel eens ondoorzichtig. Ds. Bakker heeft deze bijbellezingen zó samengesteld, dat vanuit de Bijbel een bepaalde figuur — later stam — zoveel mogelijk belicht wordt, terwijl hij dit direkt toepast op de gemeente en nu ook op zijn lezers.

Het boekje past niet in de eerste plaats in de studie-bibliotheek van onze verenigingen. Ik zou dan „Profetische vergezichten" van Ds. J. Overduin willen aanraden. Dat kan, door de opzet van het boek, vele andere dingen vermelden, die in een preek minder goed thuishoren. Is Ds. Overduins boek meer breed dan diep, van het boek van Ds. Bakker geldt het omgekeerde. En beide hebben we nodig! We moeten breed én diep worden „voorgelicht" uit Gods Woord. Nooit vrijblijvend, maar waarschuwend, de vinger gericht op het eigen hart. Ik wil dit nieuwe boekje van Ds. Bakker, op nette wijze uitgegeven, dan ook van harte bij u aanbevelen. Ook onze jonge mensen hebben in onze tijd goede, stichtelijke lektuur broodnodig!

C. B.

ook wel blijven bederven. „Uit u geen vrucht meer in der eeuwigheid", had hij geleerd. Maar tegelijk, en juist daardoor, ziet hij de andere kant. Tegelijk mag hij zich „er doorheen geloven", tegelijk verlaat hij zich volkomen op Gods genade en zingt hij: „Nochtans zal ik de tempel Uwer heiligheid aanschouwen" en: „Ik zal U offeren met de stem der dankzegging". Dat zal hij doen: zingen van de Heere, omdat Hij het heeft gedaan! En hij juicht dwars door alles heen: „Het heil is des Heeren", d.w.z. de redding en verlossing gaat van de Verbondsgod uit. De Heere schenkt het heil, dat ik volkomen verspeeld heb. Dat Jona nog niets geleerd heeft en later boos is om Gods barmhartigheid, is zijn schande. Maar ons leert het te duidelijker dat zijn gebed waar is: Het heil is volledig des Heeren en niet uit de mens!

A. de R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's

boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's