JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

de amerikaanse verkiezingen (i)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

de amerikaanse verkiezingen (i)

7 minuten leestijd

Grote verslagenheid wekte enige tijd geleden de schandelijke, laffe moord op de 42-jarige senator Robert Kennedy, de man die met een tomeloze energie zijn hoogste ideaal nastreefde: dit jaar tot president der Verenigde Staten gekozen te worden. Helaas heeft deze veelbelovende politicus het lot van zijn broer, wijlen president John Kennedy, moeten delen. Acht schoten maakten een abrupt einde aan de overwinningsroes waarin de Kennedy's en hun vele supporters verkeerden, na de belangrijke overwinning bij de voorverkiezingen in Californië.

In enkele artikelen willen wij wat nader op de Amerikaanse verkiezingen en hun achtergronden ingaan.

Geschiedenis

De geboorte van de machtigste staat van de Westelijke wereld dateert van 1776. Op 4 juli van dat jaar verklaarden de 13 staten aan de Oostkust van Amerika zich vrij van Engeland. Deze staten, waar zich vanaf de zeventiende eeuw vooral veel Engelsen om diverse redenen gevestigd hadden (de geloofsvervolgingen in het moederland waren een zeer belangrijk motief) waren tot die tijd koloniën van Engeland. Een conflict over het heffen van belastingen door het moederland leidde tot de onafhankelijksverklaring op de datum, die jaarlijks nog als Onafhankelijkheidsdag gevierd wordt. Na een zevenjarige vrijheidsstrijd onder leiding van o.a.

George Washington en Benjamin Franklin (de uitvinder van de bliksemafleider) moest Engeland zich bij de onafhankelijkheid neerleggen. In de jaren die volgden werd Amerika overstroomd door immigranten uit Europa en in mindere mate uit Azië, waardoor de gebieden ten Westen van de 13 staten ook in cultuur gebracht werden. Vooral toen ruim 100 jaar geleden in Californië goud gevonden werd, kreeg het Verre Westen bij vele gelukzoekers een grote bekoring. Door deze kolonisatie en enkele andere factoren (verovering, koop) groeide het aantal staten uit tot het huidige aantal: vijftig. Deze groei wordt geïllustreerd in de Amerikaanse vlag, die 13 strepen telt (de 13 staten die zich onafhankelijk hebben verklaard) en 50 sterren (het aantal staten thans). Het aantal inwoners groeide in de bijna 200 jaar van haar bestaan van 4 miljoen tot bijna 200 miljoen.

Inrichting van de Staat.

Na de vrijheidsstrijd, in 1787, werd de grondwet opgesteld, waarbij men een systeem van drie van elkaar gescheiden machten, de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht, invoerde. De wetgevende macht berust bij het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Het Huis van Afgevaardigden, waarin elke staat een aantal afgevaardigden heeft evenredig aan haar aantal inwoners, telt 435 leden. Het Huis wordt om de twee jaar gekozen; deze korte periode bevordert de invloed van de kiezers in de politiek. De Senaat bestaat uit 100 leden, n.1. twee per staat, gekozen voor zes jaar. Elke twee jaar treedt éénderde deel van de Senaat af. Alle wetten moeten door deze beide Huizen, die samen het Congres vormen, worden goedgekeurd.

De uitvoerende macht berust bij de president, gekozen voor vier jaar. De enige wettelijke eisen waaraan een president moet voldoen staan vermeld in de Grondwet: hij moet tenminste 35 jaar zijn, in Amerika geboren, en minstens 14 jaar in de Verenigde Staten hebben gewoond. De eerste president was de succesvolle opperbevelhebber in de vrijheidsstrijd, George Washington. Nadat hij twee ambtsperioden vervuld had en er weer sprake was van zijn herverkiezing, wilde Washington, die naar rust verlangde, niet meer in aanmerking komen. Dit voorbeeld van Washington werd een ongeschreven wet: geen zijner opvolgers is langer dan twee perioden achtereen president geweest, met uitzondering van Franklin Roosevelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1951 is wettelijk vastgelegd dat een president niet meer dan twee ambtstermijnen mag vervullen.

De derde, de rechterlijke macht, berust bij het Hooggerechtshof van negen rechters, die voor het leven worden benoemd door de president met goedkeuring van de Senaat.

President, een verantwoordelijk ambt.

Geen van deze drie machten kan de andere twee overvleugelen. Het Congres maakt wetten, maar de president kan daarover zijn veto (d.i. „ik verbied") uitspreken. Het Congres kan dan dat veto weer ongedaan maken met een tweederde meerderheid. De president is zeer machtig: hij is opperbevelhebber van alle strijdkrachten, hij benoemt de ministers, ambassadeurs, rechters (alle met goedkeuring van de Senaat), hij heeft het recht van gratie enz. Weliswaar moeten zijn wetsvoorstellen door het Congres worden goedgekeurd, waarna het Hooggerechtshof de wetten toetst aan de grondwet, maar anderzijds kan of moet de president in vele problemen beslissingen nemen zonder dat hierover een uitspraak van het Congres gevraagd behoeft te worden. Zo legt de president de grote lijnen van de buitenlandse politiek vast. De Vietnamese politiek wordt door hem bepaald zoals wijlen president Kennedy alleen de verantwoordelijkheid droeg zowel voor de mislukte invasie bij de Varkensbaai op Cuba als voor de krachtmeting met Chroestsjew over de opstelling van Russische raketten op Cuba. Gaat men wat verder terug, dan ziet men dat president Truman zonder uitspraak van het Congres Zuid-Korea te hulp is gekomen in 1950, dat hij zelf het besluit heeft genomen in de laatste fase van de oorlog met Japan atoombommen te gebruiken. Uit dit alles blijkt duidelijk welke grote verantwoordelijkheid de president draagt.

De part ij en.

We komen thans tot de twee politieke partijen die Amerika telt, n.1. de Republikeinse en de Domocratische partij. Op buitenstaanders maken zij een vreemde indruk. Wat is nu eigenlijk precies het principiële verschil tussen de Republikeinen en de Democraten? Deze vraag is al echt Europees. De Amerikanen vatten hun politiek niet principieel op, maar praktisch; bij elke verkiezing stellen zij een ander beginselprogramma op, passend bij de toestand op dat moment. Bij de verkiezingen van dit jaar is het uiterst belangrijk hoe de partijen, nog liever gezegd de kandidaten voor het presidentschap, over de Vietnamese kwestie denken.

De verschillen tussen de beide partijen zijn historisch gegroeide. We willen er in het kort iets van zeggen. De Democratische partij werd in 1792 gesticht door Thomas Jefferson, de grote staatsman die de Onafhankelijkheidsverklaring heeft opgesteld en later ook president is geworden. Meer dan vijftig jaar later stichtte Abraham Lincoln, Amerika's meeste beminde president, de Republikeinse partij.

Jefferson, die uit het Zuiden van de Verenigde Staten kwam, richtte zijn partij op de belangen van de landeigenaren. De Republikeinse partij, die in het Noorden werd opgericht, eiste reeds vroeg de hulp van de regering voor het zakenleven en de industrie. Beide partijen hebben zich in de loop van de tijd aan de veranderingen in de maatschappij aangepast, maar de uitgangspunten zijn nog steeds duidelijk zichbaar in hun politiek. Generaliserend kunnen we zeggen dat de Republikeinen meer de partij zijn van de gegoede burgers, verder van de boeren in het Westen en van de bewoners van de buitenwijken der grote steden. De Democraten zijn meer de partij van de arbeiders, van de grote stadsmensen, van de negers, van de intellectuelen. Dat dit niet helemaal opgaat blijkt uit het feit dat sommige staten in het Noorden en Westen altijd Republikeins zijn, de meeste Zuidelijke staten altijd Democratisch.

Tegenwoordig bepleiten de Republikeinen meer de zelfstandigheid van de afzonderlijke staten, de Democraten (behalve hun vleugel in het Zuiden) meer het gezag van de federale regering in Washington.

Wanneer de Amerikaan straks naar de stembus gaat om een keuze te doen uit vele personen (behalve de president wordt ook eenderde van de Senaat, het hele Huis van Afgevaardigden, worden gouverneurs van staten en vele andere ambtenaren gekozen) doet hij dat met veel interesse en ijver.

Politiek is in Amerika een levende zaak. Partij-discipline bestaat practisch niet in de Verenigde Staten. De meeste kiezers gaan zich pas voor een partij interesseren als de verkiezingen voor de deur staan. Het lidmaatschap van een partij is in Amerika een bijkans onbekende zaak. De kiezer zal zijn stemgunst vaak over verschillende partijen verdelen: hij kan best tegelijk een Democratische president en een Republikeinse gouverneur kiezen. Dit brengt ook sterk het kiesstelsel in Amerika met zich mee. Men heeft er het districtenstelsel; onderzoekingen hebben uitgewezen dat ongeveer eenvierde van het Amerikaanse kiezerscorps kiest voor de man en niet voor een partij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's

de amerikaanse verkiezingen (i)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1968

Daniel | 16 Pagina's