JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WOORD EN ANTWOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOORD EN ANTWOORD

4 minuten leestijd

ROND EN UIT DE BIJBEL

De Heere spreekt.

De vorige keer hebben we er samen eens over nagedacht hoe het een wonder is dat er nog „een Woord des Ilceren" tot de mens is. Dat herinner je je nog wel? Dan gaan we nu eens op „het Woord des Heeren tot Jona" letten. Dat is ook zo'n mensenkind, die niet verdiend heeft dat God nog tot hem spreekt. Ja, maar Jona was toch bekeerd? Hij was toch een geroepen knecht des Heeren? Dat is waar, maar „alle vlees is als gras", dus ook Jona. En: hoe bekeerd Jona was zullen we wel zien. Nee, geen verdienste van Jona komt hier in aanmerking. Het boek Jona vertelt ons nu niet direct Jona's voortreffelijkheden. Het verheerlijkt Gods genade, cn dan is het met mensverheffing gedaan. Dan wordt de mens juist vernederd en verootmoedigd.

Jona antwoordt.

Je zou zeggen: Jona, een knecht van God, moest toch wel onmiddellijk begrepen hebben hoe genadig en wonderlijk het was dat Gods Woord tot hem kwam. Maar nee, hij slaat Gods Woord in de wind en gaat er dwars tegenin. Gods Woord vraagt altijd een antwoord van ons. En dat géven we dan ook altijd. Het is alleen de vraag: hoe? Niet alleen door te gehoorzamen. Ja, zo bedoelt de Heere het wel. Hij roept om gehoorzaamd te worden. Maar neutraal blijven is er niet bij. Je kunt Gods Woord niet naast je neerleggen. Dat probeert Jona wel: hij zegt niets en spreekt geen antwoord uit, maar toont intussen met zijn daden wel wat zijn antwoord is: ongehoorzaamheid.

Zo is het nog: het is voor of tegen, geANTWOORD hoorzaam zijn of ongehoorzaam zijn. Een tussenweg is er niet. Wanneer je die probeert te bewandelen vlucht je voor Gods Woord, bewust (zoals Jona) of onbewust. In het laatste geval laat je Gods raadgevingen maar langs je heen gaan en je denkt: dat komt later nog wel eens, of misschien: ik kan toch niet uit mezelf gehoorzaam zijn? Dat klinkt natuurlijk erg rechtzinnig maar liet is even goddeloos als Jona's daadwerkelijke ongehoorzaamheid.

Jona vlucht bewust. Telkens komt hij er in het verhaal niet best af, maar de Heere laat hem niet los.

De Ileere spreekt opnieuw.

De Ileere spreekt opnieuw. Weer begint de Heere. Nu op een andere manier: ingrijpender, zouden we zeggen: door een „roepstem". De psalmdichter zegt: „De Heere zendt Zijn Woord uit Hij doet Zijn wind waaien" (Ps. 147). Zo „spreekt" de Heere ook hier. Jona's schip — we kennen dc geschiedenis — komt in een grote storm terecht, want „de Heere wierp een grote wind op de zee." Dat deed de Heere in Zijn goedheid. Waarom? In de eerste plaats omdat Zijn opdracht vervuld moest worden. In de tweede plaats ook om Jona te „ontdekken". We zagen wat dat te betekenen heeft. Jona moest nu door Gods straf gaan erkennen dat deze storm hen om zijnentwil overkwam. Dat had hij nodig, want hij moest leren geloven, leren afzien van alles wat van hem was om zich toe tc betrouwen aan zijn God. Hij moest het God gewonnen leren geven. En daar was een storm voor nodig. In de derde plaats deed de Heere dit om ons een voorbeeld te geven van Zijn geduld, Zijn lankmoedigheid.

We moeten echter wel goed opletten en beseffen hóe de Heere werkt. God doet niet net alsof er niets gebeurd is cn alsof Jona niet ongehoorzaam is geweest. „Hij werkt niet over de zonde heen" noemen we dat vaak. Nee, Hij betoont Zijn lankmoedigheid hier door te straffen. De Heere bedoelt altijd de verheerlijking van Zijn genade, d.w.z. wij moeten tot de belijdenis komen dat wij het hopeloos verknoeid hebben en dat God nochtans genade bewijst.

Gods werk mag niet „gewoon" worden, maar moet verwonderend en verootmoedigend werken. En waren wij nu maar niet zo dwaas, en was het feit dat de Heere sprak nu op zichzelf maar vernederend genoeg, dan was het niet nodig dat de Heere ons met een storm tegenkwam, of met een oorlog, een ziekte, een tegenvaller. Maar zo dwaas zijn we wel. Daarom straft de Heere, opdat Hij zich zal „doen overblijven een ellendig en een arm volk", die niet meer op hun eigen prestaties bouwen, maar die „op de Naam des Iieeren betrouwen". Daar gaat het om in ons leven: zijn wij kopje onder gegaan, zijn wij onze eigendunk kwijt, om te roemen in vrije genade? Wel, Jona ging letterlijk „kopje onder", opdat wij, die het boek Jona lezen, niet zouden besluiten met de verzuchting: „Was ik nu ook maar zo'n Godvrezende Jona", maar met de belijdenis: „Uit genade zijt gij zalig geworden, en dat niet uit u, want het is Gods gave."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1968

Daniel | 16 Pagina's

WOORD EN ANTWOORD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1968

Daniel | 16 Pagina's