Veel strijd, maar de overwinning wacht!!
De rede van de voorzitter van de Ger. Bond ds. Boer uit Katwijk aan Zee, gehouden op de jaarvergadering van de Bond op 8 mei j.1., laat ons zien dat het in het algemeen met het kerkelijk leven niet zo rooskleurig gesteld is.
De achteruitgang van het godsdienstig en geestelijk leven in ons land, kan ons alleen maar diep verontrusten.
Vele demonen bedreigen ons leven, wanneer we willen leven naar Gods Woord en de gereformeerde belijdenis der kerk. Een gedeelte van de indrukwekkende rede van ds. Boer zullen we hieronder laten volgen. Hij probeert de machten, die ons leven trachten te verwoesten, te ontmaskeren. Hij roept ons op tot gehoorzaamheid aan Gods Woord.
God en de satan.
„De gemeente Gods — hoe groot of klein die ook moge zijn — is het centrum van de werkzaamheid van God en de duivel. De ondermijning, de vernietiging van deze gemeente is het oogmerk van de satan.
Dat geeft strijd, te beginnen in eigen leven. Is er niet een strijd om in te gaan door de enge pooi't en te wandelen op de smalle weg? Is er niet een strijd die voorafgaat en gepaard gaat aan het wonder, wanneer God ons trekt uit de duisternis en overzet in Zijn wonderbaar licht? De vijanden mogen verslagen schijnen — en dat zijn ze in Christus zeker en in de geloofsoefening zeker — mar zij gaan tegelijk ons levenlang met ons mee.
Zijn er ook in het persoonlijk geestelijk leven geen crises, waarin de satan alle krachten inspant om verloren gegaan terrein te herwinnen? Daarin bedoelt hij in de eerste aanleg niet de Christen, maar de Christus te treffen. Hoeveel eigen kracht, eigen voornemen, eigen wijsheid moet bij ons niet afgestroopt worden?
Waarlijk, de strijd tegen eigen verdorven bestaan kan voor ons besef al zwaar genoeg zijn. Maar de fronten liggen veel breder. Dwars door eigen hart, dwars door eigen familie, bloedverwantschap, dwars door eigen gemeente, eigen kerk, eigen volk, eigen vereniging.
De demonen.
Paulus zegt: Wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, de machten, de geweldhebbers der wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. In de door God gestelde antithese (tegenstelling) is werkzaam een hele scala van machten, die getraind vanuit een centrum één grote welberaamde, weldoordachte aanval ondernemen tegen de gemeente Gods op deze aarde.
Daarin is geen plaats vacant, daarin is geen desorganisatie, daarin is geen onderlinge strijd, maar één geconcentreerd ingespannen werken om de aanspraak van de duivel waar te doen zijn: de gehele wereld is van mij.
Sommige van deze machten zijn met de bevrijding van ons vaderland teruggeworpen zodat er weer ruimte kwam en ruimte bleef voor de verkondiging van het evangelie.
Maar elke ruimte, elk verband, elke bond, elke vereniging, elke gemeente, elke kerk, die niet geheel en al werd en wordt doorstraald door de levende en opgestane Christus, bleef of werd weer het domein van de duivel. Dan zijn wij te vergelijken met die mens, waarover Jezus spreekt in Matt. 12 : 43—46. Jezus zegt: r is een onreine geest uitgedreven. Deze geest zoekt rust, maar vindt ze niet en — nadat hij gezien heeft, dat de plaats in dit mensenhart vacant is gebleven — neemt hij zeven andere geesten, bozer dan hijzelf, met zich en nemen dan gezamenlijk intrek in dit mensenhart.
Ontmaskering.
Het gaat om de ontmaskering van de machten, die de zielen, de huwelijken, de gezinnen, de gemeenten, ons volk verwoesten.
Daar is de demon van de valse rust. Wanneer men niet ziet, dat de penetratie (binnendringing) van de vorst der duisternis langs allerlei kanalen voortgaat, blijft men aan de traditionele fronten wat napraten.
Daardoor ontstaat de slaperigheid in de gemeenten, terwijl meer dan ooit de waakzaamheid is geboden. De Rechter staat voor de deur!
Daar is de demon van de machtsconcentratie, die van wereldwijde omvang is. Op uiterst geraffineerde wijze wordt de losweking van God en Zijn Woord in staat en kerk voorbereid en doorgevoerd. Inplaats van de dienst van God komt er de dienst aan het beest, dat veel te bieden heeft. Dit wordt genoemd: het drinken van de wijn van de hoererij. Dan bedrijft men geestelijk overspel. Deze anti-goddelijke macht (Babel) krijgt steeds meer macht over de volken, ook over ons volk.
Daar is de demon van de dwaalleer, die de zielen in een strik gebonden houdt. Veel te weinig wordt beseft, dat Achab en de zijnen in een critiek tijdgewricht verleid werden door de valse profeten, nadat deze op hun beurt door een leugengeest — onder Gods rechtvaardige toelating — waren verleid. (2 Kron. 20 : 1-2G).
Daar is de demon van de valse Messias. Dit is een verzoeking die niet alleen beperkt is tot de tijd rondom het leven en sterven van Christus. Het is de Christus van het: zie hier en zie daar is de Christus. Het is niet de Christus — waarachtig God en waarachtig mens — die gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren is, maar de horizontale Christus die gekomen is om het bestaan op deze aarde leefbaar te maken. De gerechtigheid kwam, komt en zal dan niet komen loodrecht bij God vandaan, maar komt horizontaal op deze aarde als een ontwikkelingsproces, dat uiteindelijk zonder bijzondere schokken uitmonden zal in het Koninkrijk Gods. Het is niet de Christus voor de armen en de gebrokenen van hart, maar voor de mondige mens. Deze Messias maakt zichzelf overbodig (God-is-doodtheologie).
Het is de demon van de alverzoenïng: tenslotte komt al of niet via een door een bepaalde periode omgrensde hel alles weer terecht en wordt de wond in Gods schepping teniet gedaan (Berkhof). Dit is een alverzoening die de ernst van de prediking (eeuwig wel of eeuwig wee) afzwakt en soms teniet, doet.
Het is de demon van de verwereldlijking (saecularisatie), die na de oorlog door het apparaat van het apostolaat (dienst v. d. kerk aan d.e wereld) moest worden bezworen, maar intussen in veler apostolaatsopvattingen zich groot en breed maakt, zodat de nood van de verwereldlijking geworden is tot de deugd van een mondige mensheid. De saecularisatie wordt dan positief gewaardeerd.
Het is de demon van de ontkerstening en de ontkerkelijking van de kerk, dat wil zeggen van de afbraak van de samenkomsten van de gemeenten. Ook deze afbraak moet dan weer positief worden gewaardeerd, omdat de kerk — volgens sommigen — nu eindelijk eens op moet houden naar binnen gericht te zijn en er eindelijk eens voor de wereld, voor de sociale en politieke omwentelingen en revoluties moet zijn en anoniem in de massa als een soort maatschappelijk werkster haar weg door de z.g. huissamenkomsten moet gaan.
Het is de demon van de vervalsing van liet evangelie en van de kerk. Die gaan samen op! Wanneer de kerk het reine evangelie, de reine bediening van bet Woord en de sacramenten, en de heilzame tucht niet bewaart, is Christus er niet met Zijn stralende tegenwoordigheid!
Desniettemin zet deze Christus dwars door alles zijn martelgang door de eeuwen voort, dan hier dan daar zich openbarend aan de ellendigen, die Hem van de Vader gegeven zijn.
Daar is verder de demon van de \rersexualisering van het leven. Via de moderne communicatie-middelen (T.V.-radio) wordt het leven van jongeren en ouderen vergil tigd door d.e prediking van een vrijheid, die niet anders is dan de autonomie (zelfbepaling) van het zondige hart.
Een reveil.
Wanneer wij in ons eigen hart zien, in onze gezinnen, in de gemeenten, in de kerk, moet de schrik ons om het hart slaan. Waar gaan wij heen?
Het is deze schrik en verontrusting, die ook andere bewegingen in het leven riep, laatstelijk nog de 24, die door de pure nood op één hoop geworpen werden. De Open Brief en de contrastellingen: „Omdat wij Jezus belijden" zijn daarvan indrukwekkende uitingen. Er is nog ncoit een reveil gekomen, of het is — bij velen of weinigen — uit de nood van de gemeente, de kerk en het volk geboren.
Reveil ook onder ons.
En een reveil is nodig — allerwegen, ook onder ons. De nood der zielen, de nood der prediking, de nood van onze kerk is zo groot! Er zijn mensen in de ned. herv. kerk, die dit niet voelen, vergoelijken, meewarig of vijandig doen of staan tegenover hen, die daardoor ontzet, jaar en dag een appèl doen op de gemeenten, de kerk, de ambtelijke vergaderingen, de synode.
Komt broeders, de nood is ons opgelegd! Ze raakt niet alleen de Hervormde Kerk,
maar ook de Ger. Kerken, de Chr. Ger. Kerken, de Vrijgemaakten, de Vrij Evangelische Gemeenten enz. enz. (Ger. Gem.) Het is niet alleen een Hervormde zaak, het is een nationale zaak, de religie staat op het spel! Onze kinderen staan op het spel, onze gemeenten staan op het spel! Wat zal er — zonder reveil — na b.v. 20 jaren van sommige van onze gemeenten — ook van onze hervormde gereformeerde gemeenten — over zijn? "
Lees je het nog enkele keren aandachtig over? Het is de moeite wel waard!!! Ons leven staat bloot aan de bedreiging van de machten uit de duisternis. God geve dat we niet meegesleurd worden. Hij lere ons zien door het licht van Zijn Pinkstergeest, dat er alleen in Hem te vinden is Het Leven! Laten we Hem dan zoeken, terwijl we nog zijn in het heden der genade.
Die in de Schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal geen kwaad wedervaren. (Lees Ps. 91).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1968
Daniel | 16 Pagina's