DRIE MAAL DICHTERBIJ
DRIE MAAL DICHTERBIJ
We willen een drietal boekjes bespreken, die verschenen zijn in eenzelfde reeks. De firma J. H. Kok N.V. te Kampen is nl. een nieuwe serie begonnen, die onder de titel „Dichterbij" geschiedkundige onderwerpen de revue laat passeren. De titel spreekt voor zichzelf: men wil een bepaald historisch onderwerp wat nader brengen tot de moderne lezer. In de eerste plaats zijn deze boekjes bedoeld voor het bestuderen van een speciaal onderwerp op de middelbare scholen i.v.m. het examen. Maar de ervaring heeft geleerd — zegt de firma Kok in een folder — dat de serie daarnaast ook in een behoefte voorziet, wat betreft de belangstelling van de geïnteresseerde leek.
Het zijn boekjes, gemiddeld bestaande uit een 25 tot 30 bladzijden, die beknopt het een en ander vertellen over het desbetreffende onderwerp. In de tekst zelf is geen illustratie-materiaal opgenomen, maar de voor-en achterflap is uitvouwbaar en hier zijn dan foto's te vinden of bepaalde belangwekkende teksten, waarnaar in het boekje zelf verwezen wordt.
Alvorens een oordeel te geven, moet eerst een — korte — bespreking van de deeltjes volgen.
1. De Romeinse Staat en het Christendom, door Prof. Dr. G. J. D. Aalders H.Wzn. 24 blz. ƒ 2, 15.
Met deze titel kun je nog heel wat kanten uit. De schrijver heeft zijn aandacht vooral gespitst op de verhouding tussen de polytheïstische heidense godsdiensten tegenover het monotheïsme van het jodendom, later van het christendom. De titel is in deze wat misleidend, want pas op blz. 14 komt het optreden van de Romeinse staat tegen de christenen ter sprake. Hiervóór was sprake van de verdraagzaamheid der heidense religies tegenover de Joden, de situatie van de Joden in het Romeinse rijk en de houding van de staat tegenover vreemde godsdiensten in Griekenland en Rome. Op zichzelf allemaal erg boeiend, maar als inleiding op het eigenlijke onderwerp te lang. Acht bladzijden over datgene waarover het hoort te gaan, is wel wat weinig. Een behoorlijk uitvoerige literatuuropgave — met boeken die waarschijnlijk ook in de verenigingsbibliotheek staan — én een aantal vragen maken weer wat goed. Ik kan echter niet zeggen dat dit boekje zo inspirerend werkt, dat de vroeg-christelijke kerk voor je gaat leven en werkelijk „dichterbij" komt.
2. De Moderne Devotie, door Dr. J. Roelink. 32 blz. ƒ 2, 25.
De schrijver heeft zich wat strenger aan zijn onderwerp én opdracht gehouden dan van no. 1 gezegd kon worden. Hij richt zich b.v. in zijn „Verantwoording" uitsluitend tot de toekomstige examenkandidaten van de middelbare school. De bedoeling van dit boekje is dan ook niet de Moderne Devotie kant en klaar voor U op te dissen, maar het wil de zelfstudie over dit onderwerp helpen bevorderen. Als zodanig is het een goed boekje geworden. Het geeft tal van tips hoe het onderwerp aangepakt kan worden, welke boeken men het best kan raadplegen, enz. Voor een inleiding moet zo'n boekje wel bijna ideaal zijn. De schaduwzijde van deze werkwijze is echter, dat het vooral „achtergrond-stof' geeft; er wordt nogal uitgewijd over de term Moderne Devotie, over de bronnen en hun betrouwbaarheid, over de structuur der Moderne Devotie. Pas in de tweede helft begint daardoor het „verhaal": het dagelijks leven der moderne devoten, iets over Geert Grote, de verhouding tot de Reformatie, haar invloed op de wetenschap en tenslotte de betekenis van de Moderne Devotie, komen dan ter sprake. Dit boekje is als eerste kennismaking met dit boeiende onder-
werp uit cle kerkgeschiedenis heel goed bruikbaar.
3. Stad en platteland in de Middeleeuwen, door Prof. Dr. W. Jappe Alberts. 28 blz. ƒ 2, 45.
Dit onderwerp zal het verenigingsprogramma waarschijnlijk niet halen, omdat het niet zozeer in de belangstellingssfeer ligt van cle meeste jongeren, en de verbanden met b.v. de kerkgeschiedenis niet direkt voor de hand liggen. Het boekje is echter op zichzelf niet zo onaardig. Begrippen ais „stad" en „land" worden wat duidelijker, je kunt lezen hoe het stedelijk bestuur geregeld wordt én hoe dit bestuur op het platteland plaatsvindt. Tenslotte verneem je iets over het dagelijks leven in stad en land. De invloed van de kerk op het maatschappelijk leven is in de Middeleeuwen wel heel groot geweest! Over de gilden, die toch ook zo belangrijk waren in het M.E. stadsleven, horen we weinig. Dit boekje besluit weer met een uitgebreid aantal suggesties voor verdere studie.
Samenvattend: mijn — vrij hoge — verwachtingen over deze boekjes kunnen niet omgezet worden in een evenredig grote bewondering. Op zichzelf is het allemaal wel aardig, maar de aanbieding is van dien aard, dat het niet echt „dichterbij" komt. Het tweede hier besproken boekje is wat dit betreft het best.
Met een goede, uitgebreide vaderlandse-of kerkgeschiedenis is de vereniging uiteindelijk meer gebaat dan met deze losse deeltjes. Ik durf niet beweren, of dit voor alle volgende deeltjes gelden moet. Onze aandacht is echter nogal „flitsend" geworden, zeker wat de geschiedenis betreft. Daar komen deze boekjes aan tegemoet: kort en bondig. Daarom, ondanks mijn wat kritische opmerkingen: wie deze boekjes aanschaft, hoeft niet bang te zijn, knollen voor citroenen gekocht te hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1968
Daniel | 16 Pagina's