WOORDEN EN ANTWOORD
ROND EN UIT DE BIJBEL
WOORD EN Het Woord des Hccrcn.
Direkt al in liet begin klinkt het: „Het Woord des Heeren geschiedde tot Jona." Dat is het wonder van Gods openbaring. Over Jonas afkomst wordt verder met geen woord gerept. Evenmin over zijn uiterlijke omstandigheden, zijn roeping tot profeet e.d. Zonder „aanloop" wordt ons meteen meegedeeld dat en wat de Heere tot Jona sprak.
Je vindt dat misschien heel gewoon. Alle profeten beginnen toch haast met deze > woorden? Toch is het j niet gewoon. Het is > een wonder van de God van Israël: Hij spreekt tot de mensen, Hij openbaart zich aan zondaren. Altijd weer vind je in de Bijbel terug die onbegrijpelijke gemeenschap van het Woord des Heeren en de zondaar. Hoe kan dat toch? De mens is toch vlees, en alle vlees is als gras, terwijl het Woord des Heeren eeuwig en onvergankelijk is? Hoe kan dan het heilige en eeuwige in verbinding treden met het onreine en vergankelijke?
Ja, dat is nu Gods geheim, dat is nu het diepste van Gods wezen dat Hij zich wil neerbuigen tot zondaren. Jesaja zegt het zo: „Want alzo zegt de Hoge en de Verhevene, Die in eeuwigheid woont, een Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien die van een verbrijzelde en nederige geest is." (57) Dat is het: God, de alwijze Schepper van de einden der aarde, de Almachtige, houdt zich op met zwakke mensenkinderen; nog niet eens met de hoogbeschaafdcn en wijzen van geest, maar met verbrijzelden en nederigen van geest, met tobbers en dwazen, kreupelen en verminkten. Hij legt de „verbinding", n.1. Zijn Woord! Let er op: Dat doet Hij, niet ANTWOORD wij. Wij kunnen dat nooit meer doen, door onze zondeval. Wij hebben immers de weg tot IIem afgesneden en onze schepen achter ons verbrand. Om een beeld te gebruiken: de weg is er wel, maar bij de uitgang staat een bord: eenrichtingsverkeer! Daarom is dat begin van Jona zo'n wonder: De Heere begint opnieuw. Hij heeft een weg uitgedacht, die slechts vanuit één richting wordt bewandeld, n.1. van Hem uit door Zijn Zoon. En de Zoon is het Woord. Niet alleen het vleesgeworden W oord is openbaring (de Heere Jezus), maar ook het O.T.-ische, profetische woord en het N.T.-ische apostolische woord. Want deze „woorden" hebben alles te maken met HET WOORD, Jezus Christus. Door het Woord zijn niet alleen de hemelen gemaakt en de hele schepping voortgebracht, maar door het Woord bewerkt Hij ook de herschepping. Toen de aarde woest en ledig was, sprak God en toen werd er iets geschapen, zodat dat woeste en ledige geordend werd; het werd (zeer) goed. Wij hebben deze goede orde in de zondeval verstoord en radicaal gemaakt tot wanorde, chaos. Toch is de Heere opnieuw begonnen. Door Zijn Woord! „Adam, waar zijt gij? " En zo is Hij doorgegaan. De Heere spreekt de belofte van het vrouwenzaad, Hij roept Abraham, Hij geeft Mozes Zijn tien Woorden, Hij doet Zijn Woord geschieden tot de profeten.
Luisteren wij?
Het komt er voor ons op aan dat wij zijn Woord als wonderlijk en onverdiend gaan zien. „Zo gij Zijn stem clan heden hoort, gelooft Zijn heil-en troostrijk Woord." Daar mogen we niet over heen leven. In Jesaja spreekt de Heere:
„Op dezen zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft." Het is nodig dat wij beven van verwondering en onwaardigheid omdat het de Heere behaagt nog „contact" te leggen tussen Zich en zondaren.
Het geheim.
In het N.T. wordt liet geheim van Gods spreken verteld. Johannes zegt in zijn evangelie: „Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond." En de schrijver van de Hebreeënbrief zegt het zo: „God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon."
Nu zie je dus overduidelijk dat het Woord des Heeren niet „zomaar" een woord is. Het is Zijn heil-en troostboodschap, wat alles ziet op de Heere Jezus. Want in Hem buigt de Heere zich tot gevallen zondaren, in Ilcm stelt God Zijn rechtvaardigheid voor, in Hem oordeelt Hij cle mens, in Hem verzoent Hij de mens, in Hem herschept Hij de onherkenbaar verminkte schepping, in Hem heeft Hij gemeenschap met de mensen.
Het Woord nog ioel nodig?
En nu, nu het Woord vlees geworden is, hebben we nu geen woordelijke boodschap meer nodig? Ja, toch wel. Nu de Heere is opgevaren hebben we het Woord van de apostelen die van Hem getuigen. Nog beter kunnen we zeggen: nu hebben wij het Woord van de Geest, die het uit Christus neemt en alles zal openbaren wat Hij gezegd heeft. Daarom noemt Paulus de prediking: de bediening van de Geest, en ergens anders: de bediening der verzoening. Het is immers cle Geest die bedient, uitdeelt en toedient door het Woord.
Nog buigt de Heere dus heel laag af door zijn Woord, om de gemeenschap te herstellen met ons, die de gemeenschap verbraken. Laten we hier niet onverschillig over heen leven, maar steeds bedenken wat het diepste geheim daarvan is: Het eeuwige Woord is vlees geworden. Telkens als het apostolische Woord van de Geest („het zwaard des Geestes") tot ons komt, hetzij in horen, hetzij in lezen, zouden we moeten be-
denken: ja, de Heere daalt af tot een zondaar zoals ik, dat heb ik van mijzelf uit onmogelijk gemaakt, maar nu geschiedt het nochtans omdat de eeuwige Zoon van God mens is geworden, omdat Hij de Immanuel is, de God-met-ons. De Bijbel en de prediking die daarop gegrond is, hebben Christus' bloed gekost!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's