De prediking
Dominee-Dienaar.
De vorige keer zijn we geëindigd met de opmerking dat sommige kinderen van God het zo moeilijk kunnen hebben en troost en voedsel in de prediking zoeken. En dat mógen ze daar ook zoeken, omdat de Heere ondermeer ook daarvoor de prediking gegeven heeft en nog steeds geeft. Ondermeer, want de prediking komt tot de hele Gemeente, er zitten ook nog andere mensen in de kerk. Misschien óók kinderen van God, maar die geen troost, maar juist vermaningen zo nodig hebben. En dan nog zoveel anderen meer, de Gemeente is zo rijk geschakeerd. En tot allen komt het Woord en allen hebben een woord nodig. Maar voordat we nu de hele Gemeente in ogenschouw nemen is het nodig eerst na te gaan wat nu de plaats en opdracht is van degene, die de Boodschap brengen moet, de predikant.
Een predikant spreken we aan met dominee, een woord afkomstig van het latijnse dominus, dat heer betekent. Toch komt in deze aanspreektitel niet goed en duidelijk naar voren wie hij is en waartoe hij geroepen is. Sommige predikanten zetten achter hun naam V.D.M., een afkorting van Verbi Divini Minister: Dienaar van het Goddelijke
Woord. Hiermee is hij zelf èn zijn werk getekend. God heeft hem aangewezen om Zijn Boodschap te verkondigen, bekend te maken. Daarvoor heeft hij opdracht gekregen. Hij weet zich door zijn Opdrachtgever geroepen en gezonden. Daarom vertegenwoordigt hij alshetware, zoals Calvijn zegt, God bij de mensen. Als hij de Boodschap brengt, doet hij dat dus niet zomaar; hij doet het ook niet zonder gezag, maar hij spreekt in Christus' Naam. Als Paulus zegt: „Wij zijn dan gezanten van Christuswege", dan wil hij daarmee zeggen dat het is alsof Christus Zelf door hen spreekt en bidt. Dat is onbegrijpelijk hoog. Daarmee heeft de Dienstknecht een geweldig groot gezag, hij heeft en is Autoriteit. Daar kunnen we nooit hoog genoeg van denken en laten we daarom altijd en waar ook zèèr voorzichtig zijn met onze kritiek, want de Heere zegt Zelf: „Tast Mijn Gezaflden niet aan en doet Mijn profeten geen kwaad". Hoe vaak gebeurt het niet dat we na een kerkdienst wèl over de predikant praten, maar niét over de preek? We moeten er altijd aan denken dat hij geen Knecht is van ons. Voor ons is hij dominee, heer. Maar zichzelf ziet hij als Knecht, als Dienaar van God. Hij weet Wiens Woord hij spreekt! „Wiens Woord hij spreekt"; hij moet spreken wat zijn Opdrachtgever, zijn Meester hem bevolen heeft. Daarom ontleent hij zijn gezag niet aan zijn ambt, zoals de Roomse Kerk leert, maar aan het Woord dat hij brengt. Daarin ligt ook de voorwaarde voor en de beperking van zijn gezag. Hij spreekt met gezag, niet als hij zijn eigen gedachten uitspreekt, maar als en in zoverre hij het Woord van God bedient. Hij is dus gebonden aan (slaaf van) zijn opdracht.
Een jongen schreef: „Wat verwacht ik van de prediking? Een prediking waarin het lijkt of de Heere Zelf de mens aanspreekt". We zouden willen zeggen: het is niet alleen maar lijken alsof, maar het is zo! We hopen dat dat besef leeft, zowel bij de Gemeenten als bij de predikanten, in welke kerk dan ook!
Herder.
Herder. De Heere roept dus mensen op tot Dienaren van Zijn Woord. Aan hen vertrouwt Hij de bediening van Zijn Woord toe. Maar dat niet alléén. Aan hun zorg en leiding vertrouwt Hij ook mensen toe. Mensen van allerlei slag. Er zijn er die de strijd tegen God hebben moeten opgeven, al blijft de strijd tegen de zonde tot het eind van hun leven voortduren. Anderen voelen geen strijd. Ze gaan altijd naar de kerk, maar het Woord, dat tot hen gesproken wordt, laat hen onberoerd. Zij worden er niet door beïnvloed, niet door vernieuwd. Weer anderen zitten in wezen vaak vol vijandschap in de kerk. Ze ergeren zich gemakkelijk en hebben gauw kritiek. Of ze weten het zelf veel beter. Al deze mensen worden aan de zorg, hulp en leiding van een predikant toevertrouwd. Zijn opdracht is dus ook als een herder over zijn kudde te waken. Een goede herder kent zijn schapen. Hij weet wat elk afzonderlijk nodig heeft. Zo dient het ook met een predikant te zijn. Hij kent zijn mensen en weet wat er in de Gemeente leeft. Daarmee zal hij ook in de prediking rekening houden. Hij zal hen leren, troosten, onderwijzen en vermanen. Hij zal Gods Woord verkondigen door het te verklaren èn toe te passen. Die verklaring hebben we nodig, want de Bijbel is voor ons vaak zo'n gesloten boek, maar met toch zo'n rijke inhoud. Hij zal het ook toepassen, d.w.z. antwoord geven op de vraag wat dit gedeelte deze Gemeente, die hij kent, te zeggen heeft. Op deze verklaring en toepassing hopen we de volgende keer (waarschijnlijk tevens het laatste artikel over de prediking) nog verder in te gaan.
L. Sparreboomstraat 24 Rotterdam-26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's