VIETNAM II
VIETNAM II N.a.v. „Uw wil geschiede" schrijft dr. H. Goedhart in „De Waarheidsvriend" over een paar problemen die we goed ter harte moeten nemen, willen we gehoorzaam leven naar Gods wil:
Beroep.
„Wij moeten ons niet vertillen aan wereldproblemen maar beginnen bij ons ambt en beroep. Dat „ambt" moet men breed opvatten: het ambt van man en vrouw in het huwelijk, van vader en moeder in het gezin, van kinderen tegenover de ouders, van onderdanen jegens de overheid en van de overheid jegens de onderdanen; ook de openbare ambten in kerk en staat behoren hierbij. Het beroep omvat de dagelijkse arbeid; die moeten wij niet met tegenzin en al zuchtend volbrengen, maar gewillig en zo goed mogelijk. Hiervoor is een eerste vereiste dat wij voor onze arbeid een beroep overeenkomstig onze aanleg uitoefenen."
Helpen veraf en dichtbij.
„Het is vrij gemakkelijk te protesteren tegen de oorlog in Vietnam. Moeilijker is het voor de protesterenden zich correct te gedragen tegenover de politie van het eigen vaderland. Er ontbreekt iets aan de schijnbaar nobele verontwaardiging van de protesterende menigte. Het is gemakkelijker te protesteren tegen te geringe hulpverlening aan ontwikkelingslanden dan om de handen uit te steken voor een zieke buurvrouw, of een eenzaam achterblijvende oude man. Onze verontwaardiging blijkt niet zo puur te zijn, als de reclame die we ervoor maken, suggereert. Misschien schreeuwen we zo hard over wantoestanden, waaraan we niet licht iets kunnen veranderen, om ons gebrek aan inspanning te camoufleren jegens wantoestanden die door ons ingrijpen wèl konden worden verbeterd.
Wij moeten deze fout niet alleen buiten eigen kring en kerk zoeken: In de kerk heeft b.v. de uitwendige zending altijd meer de aandacht getrokken dan de inwendige zending. Alle mensen, ook wij, staan schuldig."
De nood van de wereld.
„De nood van de wereld bestaat hierin dat zij God niet kent. De nood van ons hier in het Westen is daarin gelegen, dat wij materiële nood ernstiger vinden dan geestelijke. Wij zijn begaan met de blinden, maar beseffen te weinig hoe vreselijk geestelijke blindheid voor God en zijn dienst is. Wij zijn begaan met hongerigen, maar beseffen te weinig hoe vreselijk het is, wanneer de mens het Brood des Levens niet kent. Wij zijn begaan met de oorlogsslachtoffers in Vietnam, maar beseffen te weinig hoe vreselijk het is, dat de mens God als een vijand bestrijdt.
Wie door de werking van de Heilige Geest God echt heeft lief gekregen, begeert zijn wil te volbrengen. Hij zal ijverig zijn in de dienst des Heren. Moge dit van ons allen gezegd kunnen worden."
Ook nu worden we weer opgeroepen terug te keren tot de levende God, die in de opgestane Heere Jezus Zijn liefde betoont tot een wereld verloren in zonde. Kies dan heden wie gij dienen zult. Prof. G. Wisse schreef, n.a.v. de bekering van de moordenaar aan het kruis:
„God heeft recht op al onze jaren en dagen; hoe zalig is het niet, om in de dienst van God ons leven te besteden. Laat de jeugd het vooral bedenken. De bloem van het leven voor de Heere, het is zo rijk. Dan heeft God, met eerbied gesproken, wat aan onze bekering. Dan is de beste tijd niet verloren gegaan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's