JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De evangelist en het drukkertje 1940 — 1968

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De evangelist en het drukkertje 1940 — 1968

4 minuten leestijd

De evangelist en het drukkertje

drukkertje Wijlen Van Randwijk vertelt in zijn boek „In de schaduw van gisteren" het volgende verhaal uit de bezettingstijd, over twee mensen: over een evangelist en over een merkwaardige drukker.

De Jordaan.

De eerste werkte als evangelist in de Jorclaan. Niet namens kerkgenootschap of organisatie, maar zo'n beetje op eigen houtje. De Jordaan in die tijd betekende werkloosheid, armoede, duizend grote en kleine tragedies en een langzame ondermijning door jarenlang nietsdoen.

Lijmen.

In de loop van 1941 en later zouden de Duitsers de slavenjacht op deze mensen openen, maar in de zomer en herfst van 1940 probeerde men ze nog te lijmen.

Er werden grote massale maaltijden georganiseerd, met vrije toegang, goed eten en muziek. Velen gingen, dat was vanzelfsprekend. Velen ook niet, en dat was voor mensen in die omstandigheden eigenlijk al iets wonderbaarlijks.

Een eigen tuin.

Toen kwam die evangelist en zei „Makkelijk gezegd dat die lui niet naar de moffen moeten gaan, maar dan moeten wij zorgen dat we ze te eten geven "

Toen begon er een operette van steedse werklozen, die gezamenlijk onder leiding van de evangelist een stuk land hadden gehuurd in Sloten. Om er aardappelen en groenten voor de winter te verbouwen. Gereedschap moest onder water verborgen worden (anders werd het gejat!) en toen eenmaal de tijd van oogsten was aangebroken bleken anderen ons altijd vóór te zijn geweest. De boontjes waren al geplukt en het loof van de aardappelen was los in de grond gestoken. De aardappelen waren er al onderuit gehaald! In de winter zaten we alleen met drie tonnen vol zuurkool, want die wilde niemand eten.

Konijnen.

De evangelist had een grote tuin en daarin hield hij een vijftig konijnen. Die werden voor de zieken geslacht. Om voer voor hen te krijgen trok de evangelist tweemaal per week met een handkar door de straten om schillen te verzamelen.

Was dat verzet? Welnee, maar er werd een stemming en een sfeer door geschapen, die bereid maakte voor de eerste de beste verzetsopdracht, die zich overigens ook vanzelf zou voordoen.

Drukkertje.

De evangelist kende een klein drukkertje, die Duitse bijbelteksten voor hem vervaardigde. Die deelde hij uit onder Duitse soldaten en de inhoud ervan was wel zo gekozen, dat het niet moeilijk was te begrijpen dat oorlog, geweld, rassenhaat en hoogmoed God niet welgevallig waren.

Datzelfde drukkertje zorgde toen ook voor mij toen ik iets illegaals te drukken had en zo zaten we er samen midden in.

Februaristaking.

Toen kwamen de aanvallen op de Joden en toen de Februaristaking. De „futloze", werkeloze Jordaners bleken dappere knokkers en zelfs niet ontbloot van historisch besef. Op de stakingsdag zei er één tegen me:

„En voor ons is het dubbel moeilijk, weet je. Een paar jaar geleden reden er hier ook overvalwagens door de straten, maar die waren van onze eigen politie en dat waren onze eigen soldaten..." (Werklozenoproer in de Jordaan).

Een gedeelte van de Jodenbuurt was afgezet en iedereen vreesde dat de Duitsers een getto wilden maken, waarin de Joden als ratten in de val zouden zitten.

Onderduiken.

Toen kwam opnieuw de evangelist bij me. Hij had links en rechts lege woningen en kamers gehuurd (die waren er toen nog!). Geld was er niet, maar, zo was zijn theorie, je moest eerst wat doen en dan pas hielp God je. Het geld is er gekomen.

Hem waren een aantal Joodse gezinnen bekend die stierven van angst en zijn voorstel was om er elke dag een paar uit de Jodenbuurt naar de Jordaan over te plaatsen. Vandaar die huizen.

Ik durfde niet nee te zeggen. Door die staking hadden we een vleugje van de grote geest gevoeld. Alles kon en alles moest.

Bidden voor het werk.

Toen ik hem ging afhalen in zijn evangelisatielokaaltje zei hij tegen me: „Jonge vrind, het is geen gemakkelijk werk dat we gaan doen. Als God ons niet helpt zal het niet gelukken. Laten we daarom Zijn zegen vragen..." en tegelijk lag hij al ge-

knield bij een stoel. Ik bleef verlegen staan. Toen hij klaar was nodigde hij mij uit hetzelfde te doen, maar ik verontschuldigde me stotterend. Toen deed hij het wel voor mij".

Hun nagedachtenis eren.

Ik geloof dat het goed is in deze dagen een ogenblik uw aandacht te vragen voor het verzet van de naamlozen. Eenvoudige christenen zaten ertussen. Ze vonden wat ze deden doodgewoon, maar de grote verzetsmensen konden het zonder die kleinen niet stellen. Daarom eren wij na een kwart eeuw hun nagedachtenis. Daarbij moet op de eerste plaats staan de gedachte dat God hen gebruikt heeft om Zijn raad met deze wereld uit te voeren. Wat doen we met de verkregen vrijheid? Bedenk: wat we nu hebben, is niet de hoogste vrijheid, want alleen als de Zoon ons vrijgemaakt heeft, zullen we waarlijk vrij zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1968

Daniel | 16 Pagina's

De evangelist en het drukkertje 1940 — 1968

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1968

Daniel | 16 Pagina's