JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WOORD EN ANTWOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOORD EN ANTWOORD

5 minuten leestijd

ROND EN UIT DE BIJBEL

WOORD EN We letten nog een keer op de term: ontdekking.

Je weet nog wel dat we de vorige keer aan de hand van drie teksten eens zouden nagaan wat de bekende, bijbelse term „ontdekking" betekende. Met twee teksten hebben we dat al gedaan, dus zijn we nu toe aan de derde. Sla dan eens op Ps. 119 : 18: Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouw de wonderen van Uw wet." In deze tekst wordt de __

ontdekking van weer een andere kant belicht. Hier gaat het n.J. niet zozeer over ont-"" dekking van zonden, als wel over ontdekking van de wet als regel der dankbaarheid. David erkent hiermee dat hij in zichzelf zo blind is dat hij de wil des Heeren niet kan verstaan. Is hij dan geen kind van God? Ja, dat wel, maar hij is een arme zondaar gebleven. Hij blaast niet hoog van de toren, en pocht niet op alle „stukken" die hij beleefd heeft. Hij geeft niet hoog op van al zijn kennis, want de Heere had hem juist geleerd dat het met David niets gedaan was. Hij had nodig dat de Heere er steeds weer aan te pas kwam om door zijn Geest het Woord te openen. Hij wist n.1. de weg niet die hij gaan moest. Daarom bidt hij de Heere om hem de ogen te openen voor Zijn wil en de schatten die in zijn Wet te vinden zijn.

We vatten hei even samen.

Wanneer we alles eens samenvatten, wat we over ontdekking vonden kunnen we dus zeggen: ontdekken is aan het licht brengen; het is nodig dat de Heere aan het licht brengt dat we zondaren zijn opdat we ons zullen wenden tot de God van alle barmhartigheid; het ANTWOORD is nodig dat zij die de Heere genade bewezen heeft, in zichzelf blind blijven en voortdurend bidden om licht en helderheid omtrent de wil des Heeren.

We vatten de draad, weer op.

Maar nu wordt het tijd dat we de draad weer opvatten, anders vergeten we waar we gebleven zijn en dat we met het boek Jona bezig waren. We waren bezig aan een beschrijving van de vierde typering van het boek: de verheerlijking van Gods genade.

We zagen dat deze kenschetsing diep was èn dat zij ontdekkend was. In de derde plaats is zij vertroostend.

Eigenlijk behoeven we na het voorafgaande hier niet veel meer over te zeggen, vind je wel? Dat dacht ik tenminste. We kunnen alleen de zaken wat toespitsen op het boek Jona. „Jona" vertroost omdat het ontdekt en het ontdekt om te vertroosten. D.w.z.: we moeten in Jona onszelf herkennen. In Jona wordt de mens-in-het-algemeen afgebeeld: ongehoorzaam aan Gods wil. Wij willen steeds anders dan zoals de Heere wil! Dat begon in het paradijs en duurt nog steeds voort. Ja maar, zeg je, geldt dat ook voor bekeerde mensen? Ja, toch, want al zijn ze honderd keer bekeerd, zij blijven vèrkeerde, eigenzinnige mensen. Kijk eens naar Jona: hij was een geroepen knecht des Heeren. Toch, omdat hij bij de genade niet bleef en de Heere niet metterdaad liefhad en beoogde, maar deed wat hij zelf wilde, was hij verkeerd. En dan bedoel ik: verdraaid, krom, afwijkend, anders dan zoals God wil.

We vragen ons af . . . Is dat nu troost? Dat zeggen sommigen misschien. Het lijkt van niet en toch is

het zo, tenminste wanneer het ons boze hart ontdekt. Als je hierdoor maar gaat zien: „Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.. Allen zijn zij afgeweken.., er is niemand die goed doet." En als het je maar zegt: „Gij zijt die man." Dat is de wet! Die beschuldigende spiegel van de wet wordt ons n.1. ook in dit boek voorgehouden: mens, man of vrouw, jongen of meisje, zo ben je nu, zó als Jona!

We weten de weg.

Maar hiermee houdt de boodschap van het boek Jona niet op. De Heere heeft voor deze afwijkers een terugweg. Als wij kromme wegen gaan weet Hij wel rechte paden. Dat is nu de troost. Want de wet beschuldigt niet alleen maar wijst ook naar cle Wetsvervuiler. Dan gaat de wet over in evangelie. Zo leert het Woord ons dat God slaat èn dat Hij heelt. Jona komt door Gods trouw en genade (!) in de storm! God houdt hem staande op zijn weg. Is dat niet telkens de troost van cle bijbel dat de Heere steeds maar weer omziet naar mensen die het verzondigd hebben; dat Hij steeds weer de eerste is? En is het ook niet een troost dat Jona, dwars door alles heen, uitroept: „Het heil is des Heeren"? En is het tenslotte niet een troost om te zien hoe cle Heere, ondanks Jona's wil en vijandigheid, doorgaat met Zijn werk aan Ninevé? Ja, hier is echt „alle roem uitgesloten", hier wordt God geëerd en hier is voor zondaren echte troost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1968

Daniel | 16 Pagina's

WOORD EN ANTWOORD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1968

Daniel | 16 Pagina's